AB, Brussel, 17 mei 2012


Sinds het ter ziele gaan van het lichtjes geweldige Domino-festival zaten de programmaverantwoordelijken aan de Brusselse Anspachlaan niet stil. Zo kwam er met ‘Silence is Sexy’ een interessante reeks bij die het braakland tussen klassiek en modern verkent, en dat iedere keer weer een intrigerend luisterspel oplevert. Verzamelen geblazen dus in de Ancienne Belgique, waar muzikale verwanten Dustin O’Halloran, Volker Bertelman a.k.a. Hausckha en Jóhann Jóhannsson de post-klassieke muziek van het 1307-label nog maar eens op de kaart zetten.

De ouverture was voor Dustin O’Halloran, die met albums als ‘Lumière’, soundtracks voor onder meer ‘Marie Antoinette’ en zijn recente collaboratie in A Winged Victory for the Sullen heel wat aandacht naar zich toe zoog. Zijn muziek is sterk verwant met die van Max Richter, in die zin dat beiden heel wat minder elektronische invloeden gebruiken dan iemand als Jóhann Jóhansson. O’Halloran bouwt zijn pianospel fijnzinnig op en laat zich in de AB vergezellen door twee violen, een altviool en een cello. Emotionaliteit staat steeds voorop, maar zonder de luisteraar iets op te dringen. O’Halloran is dan ook bij uitstek een subtiel muzikant, die pas echt zijn geheimen prijsgeeft aan wie met volle aandacht luistert.

U leest het misschien al tussen de lijnen: wij konden zijn set in de AB ten zeerste pruimen. Een enkel minpuntje: het door de vier solisten gebrachte ‘N°2′, dat, als we de geestige anekdote van O’Halloran mogen geloven, zijn eerste volledig afgewerkte compositie was – soms blijken eerste nummers nu eenmaal niet mee te willen. Het nummer miste iets te veel pit om op te vallen tussen de parels die vanavond in de AB gretig werden rondgestrooid.

Tweede in de pikorde was Hauschka, een man die ‘klassiek’ rijmt aan ‘goed zot’ en daarmee nog bij een relatief breed publiek succes oogst ook. De man verdient niets dan lof, want in deze derde etappe van de Transcendentalist Tour hield hij het publiek stevig bij de pinken. Veel van zijn muziek valt het best te beschrijven als musique concrète with a twist. Door zijn piano te manipuleren en allerlei spullen op zijn snaren te leggen creëert Hauschka composities die het serieux van de postklassieke muziek ontwapenen en aantonen dat klassiek ook speels kan zijn.

In de tweede helft van zijn set kwamen stukken uit zijn laatste worp ‘Salon Des Amateurs’ aan bod, waarvan vooral ‘Radar’ opviel: in wezen geen klassieke pianocompositie meer maar veeleer een dancenummer, gestuurd door iets dat bij andere artiesten een beat heet – daarbij geruggensteund door Samuli Kosminnen, vaste percussionist van de IJslandse band múm, die gretig op zijn vellen zat te meppen. Als u het ondertussen nog niet begrepen had: Hauschka leverde indrukwekkend werk af.

En dan was het tijd voor Jóhann Jóhannsson, de man naar wie we – als we eerlijk zijn – het hardst hadden uitgekeken. Jóhansson is het soort artiest die steeds imponeert, nu eens door traag opgebouwde pianomotieven, dan weer door de opvallende combinatie met elektronica. Wie met zijn oeuvre vertrouwd is, weet dat Jóhannsson telkens iets nieuws kan brengen zonder zijn vorige werk in de schaduw te plaatsen. In de AB ging de kop eraf met ‘They Being Dead Yet Thet Speaketh’, de openingstrack van zijn laatste ‘The Miner’s Hymns’. Opvallend: net als een jaar terug, toen Jóhansson ook concerteerde in de AB, werden de eigenlijk voor blazers bestemde nummers van deze plaat door vier strijkers gebracht. Dat deed weinig af aan de zeggingskracht, maar we hadden niettemin toch graag Jóhannsson live aan het werk gezien met een blazerssectie erbij.

Op zijn indrukwekkendst is de IJslander echter als hij zelf achter zijn piano kruipt en heel zijn imposante lichaam iedere noot begeleidt, maar de nummers die Jóhannsson in petto had waren op zich al genoeg om te beklijven. ‘Salfraedingur’, ‘IBM 1401 Processing Unit’ waren hoogtepunten in een set die frappant sterk verschilde van wat Jóhansson een jaar geleden bracht. Slechts een nummer stond op beide setlists, en dat maakt dat een concert van Jóhannsson steeds opnieuw de moeite waard is. Aan het eind was ‘Odi et Amo’ –  met die pakkend, emotionele, door een batterij elektronica gedraaide stem – een perfecte afsluiter van een uiterst genietbare avond.

Dustin O’Halloran keert overigens op 31 mei terug naar de AB met A Winged Victory for the Sullen. We zien u daar.