Botanique, Brussel, 25 november 2011

Will Sheff herinnerde zich correct dat het zo'n drie jaar geleden moet geweest zijn dat hij voor het laatst in België stond. We durven aannemen dat het door de doorheen de set genuttigde whisky komt dat hij zich de precieze omstandigheden niet meer voor de geest kon halen. Want hij was er die avond, in een Brugge-bij-herfsttij, niet helemaal bij, gaf hij ootmoedig toe – iets wat overigens geen enkele invloed had op de naar de hemel reikende kwaliteit van dat optreden. Zijn land en de wereld stonden aan de vooravond van vernieuwing, aspiratie en allesverzengende hoop. Nu, drie jaar later, wordt alles fijngemalen door crises, en zijn kredietbeoordelaars en negativisme troef. Dat Okkervil River die wetenschap zelfs tijdens een niet doorlopend boeiende set perfect aan de deur kan houden, is de grootste verdienste van de band.

Er valt nauwelijks te ontkomen aan het feit dat ‘I Am Very Far' niet het beste album van de Texanen is. Als vanzelfsprekend werd aardig geplukt uit dat album, en hoewel het de betere nummers van de nieuweling waren die de set haalden, misten we toch een aantal absolute topnummers. Niet in het minst omdat ook veel oudere tracks niet het beste van Okkervil River voorstonden.

En toch opende de band veelbelovend. ‘Wake And Be Fine' is een optimisme uitstralend startschot, en de bruisende energie waarmee Sheff zijn band en zichzelf presenteerde, werkte meteen aanstekelijk. De mokerdrums van het fantastische ‘For Real' volgden en stuwden de zaal meteen het zenit in. Dat de band even later toonde hoe goed ze op elkaar is ingespeeld tijdens ‘The Latest Toughs', met een perfect stukje parlando, maakte het helemaal af. Deze avond leek er eentje voor de annalen te gaan worden.

Helaas hield het midden van de set iets te veel van hetzelfde in. Slepende ballads die enigszins ontluiken maar een mank voetje toch niet kunnen verbergen waren legio. Okkervil River heeft er zo een paar die we elke week wel eens beluisteren  – ‘A Girl In Port', ‘On Tour With Zykos', ‘Singer Songwriter', ‘Plus Ones' – maar koos met ‘Rider', en ‘Your Past Life As A Blast' niet onbegrijpelijk voor nieuwer werk, en met ‘So Come Back I Am Waiting' en ‘No Key, No Plan' voor minderwaardig ouder werk. Dat werd op zijn beurt wel afgewisseld met het initieel wat drammerige maar uiteindelijk toch fijn experimentele ‘We Need A Myth', en eenvoudigweg steengoede songs als ‘Lost Coastlines' (die samenzang!), ‘Our Life Is Not A Movie … Or Maybe (die passie!)' en ‘John Allyn Smith Sails' (dat verhaal!). En dan hebben we nog geen symposium over ‘Pop Song' of thesis over ‘The Valley' geschreven. Hou ons tegen!

Tijdens de bisnummers was het enthousiasme van het uitgelaten maar niet altijd even respectvolle publiek overgeslagen op de band, waardoor Ted Lucascover ‘It's So Nice To Get Stoned' als een dronkemansgrap aandeed, en afsluiter ‘Unless It's Kicks' – nochtans een dijk van een song – wel enthousiasmeerde maar inboette aan kwaliteit en samenspel. Enkel gitariste Lauren Gurgiolo leek op dat moment nog echt boven het cantussfeertje te staan.

Maar laat die bemerking niks afdoen van de intrinsieke kwaliteit om een zaal in te pakken en iedereen een fantastische avond te bezorgen die Okkervil River de hele avond bewees. Met zijn dubbele meter en aanstekelijk dansen deed Sheff ons wat dat betreft niet zelden terugdenken aan optredens van Tröckener Kecks of Pulp. Tel de uitstekende band die het zestal muzikanten vormde en de kracht van de songs die ze brachten daarbij op, en je bekomt een meer dan geslaagde passage. De gratie waarmee Autumn Falls dergelijke bands aanbiedt, is het vermelden overigens meer dan waard.