
Regie: Robert Altman Scenario: Robert Altman, Frank Barhydt Met: Andie MacDowell, Bruce Davison, Tim Robbins, Jennifer Jason Leigh, Chris Penn, Jack Lemmon, Robert Downey Jr. e.a. 187 min. / USA / 1993
Het verfrissende aan de films van veteraan regisseur Robert Altman, is dat hij niet zozeer geïnteresseerd is in plot – het construeren van een verhaal dat van punt a naar punt b gaat is niet het belangrijkste voor hem. Waar hij veel meer waarde aan hecht, is het observeren van menselijk gedrag. Kleine dingen. Hoe mensen telefoontjes met elkaar voeren terwijl ze een gezicht trekken naar anderen die zich in dezelfde kamer bevinden – “die aan de andere kant van de lijn is aan het zeuren!” Hoe we elkaar kleine leugens vertellen. Hoe we geobsedeerd kunnen raken door elkaar, door onze interesses, door seks. Niks van dat alles is echt wereldschokkend en die intieme, o zo menselijke gedragingen leveren zelden een afgerond verhaal op in de traditionele filmische zin. Maar dat is waar Altman door gefascineerd is, en wat hij op het scherm wil brengen, zo getrouw mogelijk. Wanneer hij dat probeert en faalt, gaat hij soms languit op z’n bek (‘Prêt-a-Porter’ was bepaald geen meesterwerk), maar wanneer hij slaagt, is het resultaat vaak glorieus. ‘Short Cuts’ is één van z’n beste films.
Gebaseerd op een bundel van negen kortverhalen en één gedicht van Raymond Carver, schetst Altman hier in mozaïekstijl de levens van een twintigtal mensen. Een welgesteld koppel wiens zoontje aangereden wordt door een auto en vervolgens wegglijdt in een coma. De vrouw die zich schuldig heeft gemaakt aan die aanrijding en problemen met haar eigen alcholisme en dat van haar man. Een man wiens vrouw aan de kost komt via telefoonseks, maar tegen hemzelf dikwijls ijskoud doet. Een doorgewinterde rotzak aan een flik die z’n vrouw bedriegt en zijn escapades probeert te verdoezelen met vergezochte verhalen over zijn werk. Drie mannen die samen gaan vissen, een lijk ontdekken in de rivier, en besluiten om hun vondst pas nà hun weekendje aan te geven bij de politie, omdat ze er toch al zo zelden tussenuit kunnen. Doodgewone mensen, die een drietal dagen lang worden gevolgd door Carver en Altman en vervolgens weer met rust worden gelaten. Aan het einde van de film is er maar weinig opgelost, de verhalen van hun levens zijn niet ten einde, hun problemen, frustraties en verdriet blijven bestaan, zij het dan in een ietwat veranderde vorm, dankzij hetgeen we hebben zien gebeuren. De bewoners van het Los Angeles van ‘Short Cuts’ maken allemaal iets mee, soms iets dat hun leven voorgoed zal veranderen, soms iets banaals, en achteraf gaat het verhaal verder, zonder dat we weten hoe.
De rake observaties van Altman in ‘Short Cuts’ worden meteen duidelijk tijdens het beginsegment, een collage van korte scènes die in ongeveer tien minuten de personages introduceert. Altman gaat van het éne personage naar het andere, van het éne gezin naar het andere, en toont ons de mensen die deze wereld bevolken in een paar korte, inleidende momenten. Het is vaak moeilijk om te horen wat ze zeggen, omdat er helikopters overvliegen die insectenspray over de stad dumpen en omdat er in elk huishouden wel een paar jengelende kinderen rondlopen. Maar dat is ook niet belangrijk, de dialogen zijn voor het overgrote gedeelte toch maar wat nietszeggend geklets, zoals dat tussen mensen constant plaatsvindt. Het belangrijkste is dat we te zien krijgen hoe de personages leven. Hun huizen, groot of klein, afhankelijk van hun inkomen, zijn zonder uitzondering een enorme bende, we zien personages die met twee of drie dingen tegelijk bezig zijn, mensen praten door elkaar en altijd, maar dan ook àltijd, staat er wel een tv te spelen. Die eerste tien minuten zijn kenmerkend voor wat ‘Short Cuts’ tijdens de volgende drie uur zal blijven: een blik op de chaos van het dagelijkse leven. In de meeste films zijn personages maar met één ding bezig: conversaties zijn meestal one-on-one, ik spreek, jij antwoordt en zo gaat dat verder. Maar hier niet: je probeert te praten én ondertussen ben je met je kleren bezig want daar heb je iets op gemorst, én ondertussen lopen de kinderen rond én ondertussen komt die eeuwige televisie er ook nog eens tussen.
Omwille van de grote hoeveelheid personages, die elkaar soms ontmoeten en soms via-via met elkaar verbonden kunnen worden, wordt Paul Thomas Andersons film ‘Magnolia’ vaak vergeleken met ‘Short Cuts’, maar ik geloof dat de gelijkenissen tussen beide films eerder oppervlakkig zijn. Ja, ook dit is een mozaïekfilm die zich in Los Angeles afspeelt en ook hier lopen veel personages rond, maar voor het overige had Anderson een heel andere intentie met z’n film – Anderson wou het specifiek hebben over een zeer beperkt aantal thema’s die alle verhalen met elkaar verbonden: ouders en kinderen, hoe je omgaat met de dood, enzovoort. Altman weigert echter resoluut om dat te doen – verschillende mensen hebben verschillende zorgen, hun levens draaien om verschillende dingen. In die zin ligt ‘Short Cuts’ dichter bij de realiteit dan ‘Magnolia’ – in die laatste film voelde je steeds de sturende, manipulerende hand van de schrijver en regisseur, die de gebeurtenissen een bepaalde richting induwde om zijn inhoudelijke punten duidelijk te maken. Om dat te doen, laste hij zelfs een paar surrealistische segmenten in. In ‘Short Cuts’ zul je zoiets niet tegenkomen, dat zou ingaan tegen de meest fundamentele kern van de film: het observeren van gedrag zonder daar uitgesproken filmische elementen aan toe te voegen, zoals Andersons drukke camerabewegingen, de slimme links tussen zijn personages of de collectieve katharsis op het einde. Beide films zijn meesterwerkjes, maar ze verschillen aanzienlijk van elkaar.
Gezien Altmans weigering om de personages in een geforceerde filmische structuur te dwingen, was de kans reëel dat hij gaandeweg de grip op zijn scenario zou verliezen, maar dat wordt vermeden door twee belangrijke factoren. Ten eerste is er simpelweg het feit dat zowat alle rollen worden gespeeld door herkenbare acteurs (echte filmsterren zijn ze niet, maar wel herkenbaar): Tim Robbins, Andie McDowell, Julianne Moore, Jack Lemmon, Tom Waits enzovoort. De vertrouwde gezichten helpen om georiënteerd te blijven binnen het uitgebreide universum van de film en ze acteren ook allemaal even sterk – ondanks de omvangrijke cast is er letterlijk niet één die uit de toon valt. Jack Lemmon krijgt echter de gelegenheid om écht te stralen als dramatisch acteur, met een lange monoloog die simpelweg adembenemend is.
En ten tweede is Altman ook gewoon erg goed in het creëren van overgangen tussen de personages. Heel vaak gebruikt hij muziek om dat te doen – de film werd zelf beschreven als een jazzstuk, omwille van het improvisatorische toontje ervan, maar de jazz op de soundtrack is minstens even effectief om ons in één vloeiende bewegingen scènes in en uit te krijgen. Visueel monteert Altman vaak van de éne scène naar de andere door gelijkaardige shots te gebruiken. Het laatste shot van één scène is een luide tv, het eerste van de volgende scène is er een andere. En zo gaat dat door.
‘Short Cuts’ heeft misschien niet de emotionele impact van ‘Magnolia’ – dat krijg je dan als je weigert om een traditionele loutering voor je personages in je film te verwerken – maar het is een diep medelevend portret van gewone mensen die enkele dagen lang hun leven leiden. Ze maken gewone dingen mee, soms enkele niet zo gewone dingen. Altman observeert die dingen en schetst ze voor ons met een levendigheid en complexiteit die je haast niet voor mogelijk houdt.
Door Dennis Van Dessel 17/08/2005 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (1) van anderen of geef uw mening
|