
Regie: Claude Lanzmann 566 min. / F / 1985
Claude Lanzmann gaf elf jaar van zijn leven aan dit project – meer dan een decennium lang interviewde hij tientallen, zelfs honderden mensen overal ter wereld over hun betrokkenheid bij de holocaust. Niet alleen als slachtoffer, maar ook als stille getuige of zelfs als dader. De film waarmee Lanzmann in 1985 uiteindelijk op de proppen kwam, was een monumentale, negen en een half uur durende documentaire die nu, twintig jaar later, nog steeds geldt als het definitieve werk rond de uitroeiing van de joden onder het Hitlerregime. Negen en een half uur lang horen we mensen vertellen over Sobibor, Belzec, Treblinka, Auschwitz, al die namen die symbolen zijn geworden voor één van de donkerste schandvlekken op de geschiedenis. En die hele tijd lang is het vrijwel onmogelijk om weg te kijken.
Waar de meeste documentairemakers routinematig naar archiefmateriaal grijpen om hun films kracht bij te zetten, houdt Lanzmann het uitsluitend bij het heden. We krijgen lange, lyrische beelden van de concentratiekampen zoals ze er in de late jaren zeventig, vroege jaren tachtig uitzagen, terwijl de getuigen van toen hun verhaal doen. We kijken de overlevenden van die periode in de ogen, we zien hoe Lanzmann met hen praat, soms rechtstreeks, vaak ook via een tolk. En dat is het dan. Geen typische zwart-witbeelden van paraderende nazi’s, geen gruwelijke nieuwsbeelden van bergen lijken, niks. We zien plaatsen en gezichten, we horen stemmen, en dat is alles. De filmmaker heeft zo z’n redenen om archiefbeelden te vermijden: ten eerste wil hij niet noodzakelijk een emotionele film maken. Toon een uitgemergeld lijk en natuurlijk zal je publiek gechoqueerd zijn, maar wat heb je daar eigenlijk mee bewezen? Hoe is een lijk een verklaring van wat er gebeurd is en hoe? Lanzmann wil z’n publiek niet doen voelen, hij wil ze doen begrijpen, en dat kan hij alleen maar door het ons te laten uitleggen door degenen die erbij waren. En ten tweede is hij ervan overtuigd dat plaatsen, achtergebleven gebouwen, stenen, zelfs de bomen in het bos waar ooit het concentratiekamp Sobibor stond, op de één of andere manier nog altijd de tragedie van toen uitschreeuwen.
Ergens in de eerste helft van de film horen we een onderzoeker naar de holocaust zeggen: “Wanneer ik een overlevende interview, begin ik nooit met de grote vragen, omdat je mensen daarmee van streek brengt. Ik begin met kleine vragen, die makkelijk te beantwoorden zijn.” En Lanzmann past dezelfde tactiek toe. Eén van zijn voornaamste doelen met ‘Shoah’, was om de kijker te doen inzien hoe de holocaust precies in z’n werk ging, wat de mechanismen waren waarop die enorme doodsmachine draaide. En om dat te doen stelt hij kleine vragen – honderden kleine vragen. Waar liep precies de prikkeldraad? Waar lagen de mijnen? Hoeveel mensen konden er in een gaskamer? Waar waren de gaskamers precies? Hoeveel lijken kon je zo per dag al verbranden? Hoe verliep het transport? Waar liepen de spoorlijnen? Lanzmann put zich uit in vragen naar kleine, technische dingen, de praktische kant van de uitroeiing van een heel volk, omdat hij het tastbaar wil maken voor z’n publiek hoe het ging, hoe het werkte. Tijdens één scène zien we hem met een Pool aan het station van Treblinka zitten. De man vertelt Lanzmann waar de omheining van het kamp liep. Lanzmann staat recht, wandelt naar de plaats die hem is aangewezen en zegt: ‘Dus hier ben ik in het kamp?’ De Pool knikt. Lanzmann loopt een paar passen terug. ‘En hier ben ik het kamp uit?’ De Pool knikt opnieuw, waarna Lanzmann zijn wandelingetje in en uit het kamp nog een keer of drie herhaalt, alsof hij zijn gesprekspartner op een leugen wil betrappen.
De meest fascinerende scènes in ‘Shoah’ zijn echter die waarin Lanzmann oud-nazi’s voor zijn camera haalt. Sommigen waren akkoord om mee te werken, maar moesten met een verborgen camera gefilmd worden, zoals Franz Suchomel, een SS-Unterscharführer in Treblinka. ‘Ik blijf toch zeker anoniem, hé?,’ horen we hem vragen, kort nadat zijn naam in een ondertitel op het scherm is gekomen. Lanzmann stelt hem gerust: ‘Jaja, dat hebben we afgesproken.’ Vervolgens begint Suchomel, met behulp van een plattegrond van het kamp op een ezel, uit te leggen hoe het systematische moorden tewerk ging. We zien hem in korrelig zwart-wit, het videosignaal wordt opgevangen door een productiebusje buiten.
Een andere scène is ronduit bizar. In een Duitse bierhal spreekt Lanzmann een ober aan die van die enorme glazen bier aan het tappen is, u kent ze wel. ‘Hoeveel liter bier tapt u zo per dag?,’ vraagt de regisseur. De ober is er duidelijk niet happig op om te antwoorden, ontwijkt de camera, zegt niets. Uiteindelijk toont Lanzmann hem een foto van de kampcomandant van Belzec, Christian Wirth. ‘Kent u die man, meneer Oberhauser?’ Hij heeft het tegen Joseph Oberhauser, de rechterhand van Wirth in Belzec, die bijgevolg behoorlijk wat bloed aan z’n handen heeft kleven. ‘Herinnert u zich de graven die overvol zaten?’ Oberhauser loopt zenuwachtig rond achter de bar, rookt een sigaret en zegt niets.
Lanzmann is een genadeloze interviewer, niet alleen wanneer hij met oud-nazi’s praat, maar ook wanneer hij de slachtoffers van toen spreekt. Laat in de film interviewt hij Abraham Bomba, een kapper die de hoofden van de joden moest scheren voordat ze vergast werden. Bomba werkt nog als kapper, in Israel, en we zien hem nerveus frunniken met het haar van één van zijn klanten terwijl Lanzmann hem probeert te overhalen een interview te geven. ‘We moeten dit doen, dat weet je.’ ‘Ik wil niet,’ antwoordt de man. ‘Maar het is nodig.’ Lanzmann zet z’n camera niet af en blijft aandringen tot hij de getuigenis van Bomba heeft. Ook op andere momenten, wanneer het z’n interviewees teveel wordt en ze vragen om te stoppen met filmen, gaat Lanzmann gewoon door – omdat het nodig is.
‘Shoah’ is de definitieve holocaustdocumentaire, die alle andere overbodig maakt. Het enige probleem met de film is een praktisch gegeven: wie zal bereid zijn om hier negen en een half uur lang naar te kijken? Voor iedereen die serieus bezig is met film of met geschiedenis, is en blijft dit echter essentiële kost. Bekijk hem desnoods over de loop van een paar dagen – de ervaring is de moeite waard.
Door Dennis Van Dessel 21/07/2005 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (4) van anderen of geef uw mening
|