
Regie: Hal Ashby Scenario: Jerzy Kosinski Met: Peter Sellers, Shirley MacLaine, Melvyn Douglas, Jack Warden e.a. 130 min. / USA / 1979
Sommige films, de meeste films, zijn goed om één keer te zien en dan heb je het wel gehad. Amusement, weet u wel, je kijkt ernaar en je vergeet het. En dan heb je films die groeien met elke volgende kijkbeurt, die steeds beter worden en waar je steeds meer verschillende dimensies in gaat ontdekken. ‘Being There’, een liefdesproject van acteur Peter Sellers, is zo’n film. Sellers probeerde negen jaar lang om een verfilming van Jerzy Kosinski’s roman van de grond te krijgen, maar verschillende commerciële flops tijdens de jaren zeventig zorgden ervoor dat het hem maar niet wilde lukken. Uiteindelijk draafde hij dan maar, dik tegen z’n zin, op in nog maar een ‘Pink Panther’-film om z’n status bij het grote publiek op te vijzelen. Het succes van zijn Inspector Clouseau was voldoende om hem eindelijk z’n droom te laten realiseren – Sellers werd genomineerd voor een oscar (hij verloor van Dustin Hoffman voor ‘Kramer Versus Kramer’) en stierf een jaar later. Voor zijn dood maakte hij enkel nog ‘The Fiendish Plot of Dr. Fu Manchu’, een volslagen flop. ‘Being There’ werd in feite zijn testamentfilm.
De aantrekkingskracht van het verhaal voor Sellers lag in de manier waarop het hoofdpersonage, Chance de tuinman, absoluut geen persoonlijkheid lijkt te hebben. Sellers zelf was iemand die z’n hele leven lang worstelde met een acute identiteitscrisis. Hij beschouwde zichzelf als een man zonder een eigen karakter, met enkel een leegte in z’n ziel, die werd opgevuld door de rollen die hij speelde. Wanneer Sellers ophield met acteren, was hij niemand. Hetzelfde geldt min of meer voor Chance – aan het begin van de film treffen we hem aan als de tuinman van een herenhuis in New York, die sinds z’n kindertijd dat huis niet meer heeft verlaten. Zijn hele leven bestaat uit zijn tuin en de indrukken van de buitenwereld die hij heeft kunnen vergaren via de tv.
Dat is een eigenaardige beginsituatie, die nooit helemaal wordt opgehelderd: Chance spreekt over “de ouwe man”, blijkbaar de eigenaar van het huis, die voor hem zorgde, hem kleedde in z’n eigen afdankertjes en hem eerst voorzag van radio’s, daarna van televisies, om zich bezig te houden. Wie was die oude man precies en wat was zijn relatie met Chance? Er loopt ook nog een huishoudster rond, Louise, die enkel in het begin wordt opgevoerd en vervolgens uit het verhaal verdwijnt, zonder dat ze enig licht op de situatie kan werpen. Na de dood van “de ouwe man”, wordt Chance voor het eerst in z’n leven geconfronteerd met de echte wereld – wanneer hij op straat wordt lastiggevallen door een jeugdbende, neemt hij z’n afstandsbediening (die hij uiteraard met zich heeft meegenomen), en probeert hij het jonge tuig weg te zappen. Hij is verbaasd dat het niet lukt.
Door een stom toeval komt Chance (en hoe kàn het met die naam ook iets anders dan stom toeval zijn?) terecht bij een invloedrijke bankier. Ben Rand (Melvyn Douglas), is een oude zakenman die de president financiëel advies geeft maar nu langzaam ligt te sterven aan anemie. Zijn echtgenote Eve (Shirley MacLaine), voelt zich hoe langer hoe meer aangetrokken tot deze mysterieuze figuur, die zich constant uitlaat in ongetwijfeld zeer diepzinnige metaforen rond tuinen en bloemen.
‘Being There’ is dus eigenlijk het verhaal van de meest wereldvreemde man die er ooit geleefd heeft – Chance heeft àlles wat hij weet van de wereld geleerd van televisie, zijn gehele referentiekader voor elke vorm van sociaal contact komt uit soaps, praatprogramma’s en Sesamstraat. Hij heeft nauwelijks een notie van wat de werkelijkheid te betekenen heeft, maar juist zijn onwetendheid en zijn onvermogen om op een gepaste manier te reageren op eender welke informatie, zorgen ervoor dat de mensen hem gaan bekijken als een uitzonderlijk intelligent, diepzinnig man. Wanneer de president op bezoek komt bij Rand en aan Chance zijn mening vraagt over een economisch probleem, wauwelt Chance iets over de seizoenen die elk hun functie hebben in het leven van een tuin, en zowel de president (gespeeld door Jack Warden) als Rand zelf bekijken hem met bewondering, omdat ze ervan overtuigd zijn dat hij net een haarscherpe, zij het dan metaforische, economische en politieke analyse heeft gegeven. Op die manier rolt Chance de hele film door – hij is een volstrekt passief personage, dat de hele film lang geen klap uitvoert (dat zou hij ook nooit kùnnen), maar die alles gewoon over zich heen laat stormen, terwijl hij z’n eigen onvermurwbare zelf blijft. Zijn onwetendheid en naïviteit worden als wijsheid gezien, en tegen het einde van de film, wanneer Rand eindelijk is overleden, wordt er onder de politieke sjoemelaars die deze film mee bevolken, al gefluisterd dat ze Chance naar voren willen schuiven als de volgende president.
Regisseur Hal Ashby maakte van ‘Being There’ duidelijk een satire op de cultus van mediabekendheid. Iemand kan de meest onnozele dingen zeggen, maar zolang hij die dingen op tv zegt, krijgt het automatisch een air van autoriteit. Je kunt op café even tussen pot en pint alle problemen in de wereld oplossen en niemand zal echt naar je luisteren. Maar doe het op televisie en iedereen neemt je serieus. Wat is het verschil tussen beide? De manier waarop het gebracht wordt. Hetzelfde gebeurt in deze film met alles wat Chance zegt – de meest oppervlakkige man ter wereld krijgt een aura van waardigheid omdat hij zich in het gezelschap bevindt van rijke mensen als Rand, of omdat hij op een talkshow op tv verschijnt.
Peter Sellers maakte hier zijn beste film, samen met ‘Dr. Strangelove’ – mensen hebben zijn vertolking wel eens eentonig genoemd, maar dat is dan ook precies hoe het moet zijn. Chance ként maar één noot in zijn leven, hij weet niet hoe hij zich moet gedragen buiten een aantal standaardformules die hij van tv heeft geleerd. Let erop hoe hij ook continu dezelfde dingen antwoordt wanneer mensen hem iets vragen – wil je iets drinken? Ja, dank u, ik heb erg veel dorst. Wil je iets eten? Ja, dank u, ik heb erg veel honger. Chance is niet in staat om zich aan te passen aan zijn omgeving, hij blijft altijd volledig dezelfde persoon, onder alle omstandigheden. Sellers weet juist dat gebrek aan emotionele diepte perfect weer te geven.
‘Being There’ is een geduldige, zorgvuldig opgebouwde film over een wereldje vol intelligente mensen – politici, bankiers, zakenmannen – die zich allemaal in doeken laten doen door een autistische tuinman, simpelweg omdat ze er niet met hun verstand bijkunnen dat iemand ooit zo wereldvreemd zou kunnen zijn. De laatste scène, die tot de mooiste in de filmgeschiedenis behoort, geeft zelfs een religieuze dimensie aan het hele verhaal, voor wie daarnaar op zoek wil gaan. Wat we hier in de eerste plaats zien, zijn echter een acteur en regisseur op het toppunt van hun vermogens – zowel Sellers als Ashby waren waanzinnig getalenteerde mensen, die zich maar al te vaak hebben moeten lenen voor derderangsprojecten. Hier deden ze allebei wat ze écht wilden doen, en het resultaat is een prent die gerijpt is als een goeie fles wijn. Hoog tijd om die nog eens te kraken.
Door Dennis Van Dessel 31/05/2005 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (3) van anderen of geef uw mening
|