
Regie: Jacques Audiard Scenario: Jacques Audiard, Tonino Benacquista Met : Romain Duris, Aure Atika, Emmanuelle Devos, Niels Arestrup e.a. 107 min. / F / 2005
Oké, goed, de titel is er één om van te gaan lopen – ‘De Battre Mon Coeur S’est Arrêté’, het klinkt als een zoveelste pretentieuze wauwelprent over de betekenis van het leven zoals die uit de doeken wordt gedaan door een Franse betweter. Maar vergis u niet: regisseur Jacques Audiard maakt hier een remake van James Tobacks film ‘Fingers’ uit 1978 (gewoonlijk zijn het de Amerikanen die Franse films remaken, nu gaat het een keertje vice versa), en komt op de proppen met een fascinerende, goed gemaakte schets van een getroubleerd hoofdpersonage, voor wie je maar al te makkelijk interesse kunt opbrengen. Chouette!
Romain Duris speelt Tom, een 28-jarige man die, in navolging van z’n vader, aan de kost komt als huisjesmelker. Hij zet ratten los in z’n gebouwen om z’n huurders eruit te krijgen, sluit louche deals met vreemde figuren uit het voormalige oostblok en wanneer z’n schuldenaars niet op tijd en stond over de brug komen, deinst hij er niet voor terug om geweld te gebruiken. Kortom: een kerel naar ons hart. Na een toevallige ontmoeting met een oude muziekleraar, komt Tom echter op het idee om opnieuw te beginnen met piano spelen. Zijn moeder was een concertpianiste en Tom werd als tiener beschouwd als een jonge belofte. Na haar dood is het echter anders gelopen – Tom trad in de voetsporen van z’n vader en z’n artistieke ambities werden begraven. Nu voelt hij voor het eerst in ruim tien jaar het heilige vuur weer ontbranden. Hij keert zich steeds verder af van zijn zogenaamde vrienden in de corrupte immobiliënsector én van zijn vader, om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst.
‘De Battre’ gaat dus in essentie over – ga eerst even zitten – de keuzes van het leven. Dat klinkt hoogdravend, maar het hangt er allemaal maar vanaf hoe je het aan de man brengt, natuurlijk: we ontmoeten Tom als een man die nog maar weinig sympathie kan opbrengen voor de mensen waarmee hij zich omringt of voor zichzelf. Een vriend gebruikt Tom als alibi om z’n liefje te kunnen bedriegen. Tom komt hem oppikken met het excuus dat ze samen een zakendiner hebben, waarna de man in kwestie rustig z’n gang kan gaan. Zijn eigen vader nodigt hem uit om samen te lunchen, enkel om hem te kunnen verplichten aan de overkant van de straat een wanbetaler in elkaar te gaan meppen. De wereld waarin Tom leeft, is er één waarin iedereen iedereen gebruikt en vriendschap een loos begrip is.
Maar dan komt daar z’n hernieuwde kennismaking met de muziek en hij realiseert zich dat het ook anders kan, dat er nog altijd dingen zijn die hem genoegen kunnen schenken zonder dat ze meteen iets in de plaats vragen. Hij neemt lessen bij een Chinese pianovirtuoze, die geen woord Frans praat – dat is Toms enige relatie in de film die nog zuiver is, gespeend van alle bijbedoelingen. In de eerste plaats is communicatie al quasi onmogelijk tussen de twee, zodat hij haar geen blaasjes kan wijsmaken en zij hem niets kan voorliegen. Maar vooral bestaan er ook geen eisen tussen hen. Hij zoekt haar op, hij speelt piano, zij corrigeert hem. Meer is er niet, meer wordt er ook niet verlangd.
De film schippert de hele tijd tussen die twee werelden – zijn leven als louche zakenman en als pianist – en komt op die manier aan een mooie vraagstelling rond loyaliteit. Aan wie is Tom het meest verschuldigd? Aan zijn vader of aan zijn moeder? Aan welke kant van z’n eigen persoonlijkheid is hij het stevigst gebonden? Zijn harde, zakelijke kant of zijn zachtere, meer artistieke ego? Dat zijn keuzes die iedereen op een bepaald moment, op een bepaalde manier wel moet maken – iedereen, lijkt Audiard hier te zeggen, heeft de mogelijkheid om zelf te bepalen wat voor soort mens hij is. Het hangt er alleen maar vanaf hoeveel moeite je doet om je leven een bepaalde richting in te duwen.
Het mooie aan ‘De Battre’ is dat dat boodschapje er niét met de voorhamer wordt ingedreund. De situaties spreken grotendeels voor zichzelf – Audiard gaat nergens voor voor de hand liggende symboliek, hij wordt nooit opdringerig. In de meeste films, en vooral in Amerikaanse films, worden veranderingen in de personages er altijd heel dik bovenop gelegd, zodat iedereen het begrepen zou hebben. Hier niet – de ontmoeting met de muziekleraar is dan wel een keerpunt, maar van dan af zien we Tom op een zeer langzame, geleidelijke manier evolueren naar de persoon die hij diep vanbinnen eigenlijk altijd al was. Een sleutelscène wat dat betreft, is er één waarin hij met een vriendin in bed duikt – zij komt de badkamer uit en staat in silhouet afgetekend in de deuropening. We kunnen haar niet echt zien, enkel haar vorm in het tegenlicht. Tom vraagt haar om even zo stil te blijven staan, gewoon omdat ze er zo mooi uitziet – op dat moment geniet hij simpelweg van haar schoonheid, los van de seks. En dat voor iemand die aan het begin van de film de nieuwe vriendin van z’n vader nog botweg een hoer noemde.
Romain Duris is bijzonder sterk in de hoofdrol – hij maakt van Tom iemand die op geen enkel moment rust kan vinden in z’n leven. Tijdens de repetities voor z’n pianostuk maakt hij keer op keer fouten, gewoon omdat hij niet kan relaxen tijdens z’n spel. Hij moét en zal alles zo driftig mogelijk spelen, alsof de éne noot de andere met geweld moet wegjagen. Tot Miao Lin, zijn lerares, hem op de vingers tikt en hem in haar beste Engels aanraadt om zich te ontspannen en eens een nachtje goed te slapen. Als je naar hem kijkt, moet je je wel afvragen hoe lang het al niet geleden is dàt Tom nog eens een nachtje goed geslapen heeft. En dat komt voor een groot deel door de acteerprestatie van Duris, die op een subtiele manier de emotionele uitputting van Tom weet duidelijk te maken. Kijk naar die bezeten blik, de manier waarop hij compulsief luchtpiano speelt met z’n vingers. Dat soort van kleine dingetjes kunnen een rol helemaal àf maken, en dat is wat hier gebeurt.
Daar komt nog bij dat alles in beeld werd gezet met een onophoudelijk bewegende camera die de energie er doorgaans wel in weet te houden en dat de soundtrack opvallend intelligent werd samengesteld – Toms leven als huisjesmelker wordt geassocieerd met elektro, zijn leven als pianist (uiteraard) met klassieke muziek. Akkoord, een nevenplot rond een conflict van Toms vader met de Russische maffia is er een beetje aan z’n haar bijgesleurd en oké, het middenstuk van de film had best een iets hoger tempo mogen hebben, maar wat dan nog? Dit is stijlvolle, krachtige cinema zoals we die veel te weinig zien.
Door Dennis Van Dessel 01/05/2005 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (4) van anderen of geef uw mening
|