home muziek besprekingen film besprekingen concert besprekingen evenementen sites forum nieuws zoeken
Indiana Jones and the Temple of Doom



Regie: Steven Spielberg
Scenario: Willard Huyck, Gloria Katz
Met: Harrison Ford, Kate Capshaw, Ke Huy Quan, Amrish Puri, Roshan Seth e.a.
115 min. / USA / 1984


‘En nu doen we er nog een schepje bovenop,’ moet Steven Spielberg gedacht hebben toen hij in 1983 begon te werken aan zijn opvolger voor ‘Raiders of the Lost Ark’. Die eerdere film was al een opgefokt, door pure adrenaline gedreven roetjsbaanrit geweest, maar de wetten van de economie dicteren nu eenmaal dat je de tweede keer met iets nóg straffers uit de hoek moet komen, dus is dat waar de regisseur z’n zinnen op zette. In zekere zin heeft hij dat ook gekregen – ‘Temple of Doom’ gaat nóg sneller vooruit dan z’n voorganger, er zit nóg meer actie in, nóg meer wilde fratsen. In feite is “nóg” wel zo’n beetje hét bepalende woord voor ‘Temple of Doom’. Maar het gevolg was dat de tweede Indyfilm over de top ging, dat de prent uiteindelijk bezweek onder z’n eigen hyperactiviteit. Je kunt maar zoveel actiescènes in een film stoppen vooraleer het publiek er genoeg van heeft, een mentale knop omdraait en niet meer actief meevolgt. Dan krijg je zo’n actiefilm die enkel van je verlangt om daar een beetje passief te zitten en het allemaal over je heen te laten waaien – de laatste jaren rekent zowat élke actiefilm op dat effect, de occasionele uitzondering (‘Spider-Man 2’) daargelaten. ‘Temple of Doom’ krijgt tegen het einde ook last van dat syndroom. Je krijgt een climax met de wagentjesrace. Dàn krijg je er nog één wanneer onze helden dreigen weggespoeld te worden door een enorme stroom water. Dan nóg één wanneer de slechteriken Indy klemzetten in het midden van een metershoge hangbrug. Nóg, nóg, nóg.

In dit tweede deel van de Indytrilogie crasht onze archeoloog-avonturier in India, samen met Short Round, zijn tienjarige loopjongetje, en Willie Scott (Kate Capshaw), een verwende, arrogante zangeres die hij onderweg heeft opgepikt. De drie komen terecht in een armtierig dorpje in India waar alle kinderen gekidnapt zijn door de boze mannen van het nabije Pangkot-paleis. Indy en gezelschap besluiten naar het paleis te trekken om te kijken wat er aan de hand is, en stuiten op een boosaardige sekte.

Voor de meeste mensen – inclusief ondergetekende – is ‘Temple of Doom’ de minst geslaagde aflevering uit de reeks, voornamelijk omdat hij ervaren wordt als een zeer duistere film. In ‘Raiders of the Lost Ark’ kreeg je geen buffet aan gruwelijke gerechten genre oogballensoep en apenhersenen, je moest niet toezien hoe de hoofdactrice tien minuten lang bekropen werd door wansmakelijke insecten of hoe een weinig fortuinlijke figurant z’n hart werd uitgerukt. De sfeer van ‘Temple of Doom’ is veel minder onschuldig – de ongebreidelde fun van deel één heeft moeten plaatsmaken voor een relatief duistere visie. En tóch, als je de film een tweede keer ziet, moet je opmerken dat die reputatie van ‘Temple of Doom’ als een donkere film enkel te danken is aan drie of vier sequensen – de insecten, de hartscène en één waarin Indy tijdelijk gebrainwashed wordt door de sekte, zodat hij zich tegen z’n eigen vrienden keert. Alles tesamen genomen zijn dat misschien veertig minuten van de film. Alles daarvoor en daarna had net zo goed in ‘Raiders’ kunnen zitten, of in ‘The Last Crusade’, opnieuw een veel luchiger Indy-spektakel. Maar die veertig minuten wegen door, en geven de impressie van een duistere, gewelddadige film.

Minder terecht was de kritiek op Kate Capshaw als vrouwelijk aanhangsel van dienst. Er werden regelmatig opmerkingen gemaakt over het feit dat Capshaw een hele film lang niets anders doet dan schreeuwen en gillen, en dat ze in zekere zin een belichaming is van de kwetsbare, bange dame in nood die zich zorgen maakt over haar nagels terwijl ze wacht tot de koene, mannelijke held haar komt redden. Tot op een bepaalde hoogte is dat waar, maar de Indiana Jonesfilms zijn dan ook gebaseerd op serials uit de jaren dertig, toen de rol van vrouwen in avonturenfilms nog helemaal anders lag dan in de jaren tachtig. Bovendien fungeert de rol van Willie Scott ook als parodie op juist dat soort vrouwenrollen – Capshaw loopt zodanig hysterisch te gillen, stelt zich zodanig aan, dat ik nog geen twee minuten wil geloven dat dat effectief de manier is waarop Steven Spielberg of George Lucas tegen vrouwen aankijken. Ik denk eerder dat de filmmakers zich hier amuseren met een cliché, en dat veel critici dat simpelweg hebben opgevat als een bevestiging van dat cliché.

De technische kwaliteiten van Spielberg als regisseur staan in ieder geval als een paal boven water – ‘Temple of Doom’ is nog steeds, net als ‘Raiders’, met momenten een zeer geestige film, waarin een aantal fantastische set pieces zitten. De speciale effecten komen nu, twintig jaar na dato, wellicht een beetje verouderd over, maar toon mij een kijker die niet op het puntje van z’n stoel zit tijdens de wagentjesrace, en ik zal u een persoon zonder emoties tonen. En dan is daar natuurlijk nog Harrison Ford, die doorheen de hele trilogie een mooie kruising weet te creëren tussen een onverstoorbare held en toch ook een komische figuur die dikwijls de risee van het verhaal is. Neem bijvoorbeeld Indy’s heldhaftige pogingen om het mijnwagentje tot stilstand te brengen door het met z’n voeten af te remmen. Het lukt hem, maar vlak na de eerste opluchting komt het besef dat z’n voeten in brand staan. Wat zo leuk is aan Indiana Jones, is het feit dat hij eigenlijk geen idee heeft waar hij mee bezig is. In ‘Raiders’ zat een geweldige regel dialoog, waarin John-Rhys Davies als Sallah hem vroeg wat hij van plan was. Indy’s antwoord: ‘Geen idee, ik verzin dit ook maar gaandeweg.’ Die mentaliteit zit hier ook nog steeds in – hij doet maar wat, en dan zien we wel verder.

‘Temple of Doom’ wil zodanig z’n voorganger overtreffen dat hij zich uiteindelijk vergaloppeerd en hij is te duister om heel de tijd genietbaar te blijven. Dat is een gegeven. Maar zeg er maar van wat je wil, de actiescènes zijn spectaculair, de humor werkt nog steeds en Ford is de enige echte Indiana Jones, geïrriteerde grijns, stoppelbaardje en bezweet gelaat inbegrepen.

De trailer van Indiana Jones and the Temple of Doom:

Door Dennis Van Dessel 26/04/2005 - categorie : movie - Afdrukken

verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook

 Lees de reacties (1) van anderen of geef uw mening

Blader in ons volledig archief
Film van de week

The Killer Inside Me
American nightmare
Featured
The Killer Inside Me
American nightmare
Du Rififi Chez les Hommes (Rififi)
De opa van de heist movies
The Sorcerer's Apprentice
Te weinig Fantasia
It Happened Here
Mentioning the war
The Battle of Algiers (La Battaglia di Algeri)
The war on terror: the prequel
© Copyright Digg*    Contact*    Redactie*    About Digg*    Privacy*    Adverteren*    Webdesign* by T-kila...
eXTReMe Tracker
cached on 03.09.2010 11:17:04  Page generated in 0.3961 seconds.