home muziek besprekingen film besprekingen concert besprekingen evenementen sites forum nieuws zoeken
Casino



Regie: Martin Scorsese
Scenario: Nicolas Pileggi, Martin Scorsese
Met: Robert De Niro, Joe Pesci, Sharon Stone, James Woods, Don Rickles, Frank Vincent, Alan King e.a.
178 min. / USA / 1995


Vijf jaar nadat Martin Scorsese – niet voor de eerste of laatste keer – op schofterige wijze van een oscar beroofd werd voor zijn meesterlijke ‘GoodFellas’, besloot de regisseur hetzelfde terrein opnieuw te bezoeken met ‘Casino’, een drie uur durende wervelwind van een film over geweld, drugs en paranoia in het Las Vegas van de jaren zeventig. Kritikasters noemden de prent té gelijkaardig aan ‘GoodFellas’ om gezond te wezen, maar met een afstand van tien jaar wordt het duidelijk hoe efficiënt de beide films elkaar aanvullen: ‘GoodFellas’ en ‘Casino’ zijn twee companion pieces, zoals ze dat in het Engels alweer zo mooi kunnen zeggen. Ideeën uit die eerdere film worden verder uitgewerkt, de visuele stijl ervan wordt nog één stapje verder genomen, het tempo ligt nóg net iets hoger. ‘Casino’ is ‘GoodFellas’, maar dan nog wat verder opgehitst (voor zover ‘GoodFellas’ dat al nodig had), en als dusdanig vormt de film een meer dan waardige uitbreiding op z’n voorganger.

We volgen de opkomst en ondergang van twee gangsters: Sam “Ace” Rothstein (Robert De Niro), krijgt van de maffia de opdracht om één van de grootste, meest succesvolle casino’s in Las Vegas te leiden: het Tangiers. Ace is een perfectionist, een geboren gokker die liefst niets aan het toeval overlaat om ervoor te zorgen dat hij altijd wint, en zijn nauwgezette aanpak zorgt er dan ook voor dat het Tangiers binnen de kortste keren een enorme winst maakt. Iedereen is gelukkig, tot Ace verliefd wordt op Ginger (Sharon Stone, die hier vriend en vijand verbaasde), een hoertje dat, net als iedereen in Vegas, verzot is op geld. Tegen beter weten in trouwt Ace met haar – wellicht de domste zet uit z’n hele carrière. Rond die tijd komt ook z’n oude vriend Nicky (Joe Pesci) zich in de gokstad vestigen. Nicky is een niets of niemand ontziende mafioso van de oude stempel, die elk probleem oplost met z’n vuisten, een pistool, een vulpen of een bankschroef, en zijn genadeloos gewelddadige aanpak zorgt er algauw voor dat Ace’s filosofie van “leven en laten leven” danig op z’n kop wordt gezet.

De gelijkenissen met ‘GoodFellas’ zijn inderdaad niet van de lucht: opnieuw krijgen we een gangsterepos waarin de verhaallijnen voornamelijk gedragen worden door een voice-over. Traditioneel werd een vertelstem in films uitsluitend gebruikt om extra informatie te geven over het verhaal en de personages, informatie die de filmmakers simpelweg op geen enkele andere manier in hun prent verwerkt kregen. Maar wat Scorsese deed in ‘GoodFellas’, en hier opnieuw, is van die voice-over de belangrijkste motor van het verhaal te maken. De gewone dialogen zeggen uiteindelijk vrij weinig, het is de vertelstem die zowat alle nieuwe elementen aandraagt – op die manier wordt de voice over een integraal deel van de film, en niet zomaar een bijkomend element. In ‘Casino’ gaat Scorsese nog een stapje verder, door consequent twee verschillende stemmen aan het woord te laten: zowel De Niro als Pesci, en regelmatig reageren de beide acteurs dan nog op elkaar in hun tekst. (De Niro: ‘Nu Nicky in Vegas was, was niemand nog veilig.’ Pesci: ‘Ikke? Dat was juist de reden dat ik daar was: om alles leeg te roven!’) Laat in de film, krijgen we zelfs een eenmalige bijdrage van een nevenpersonage, Frank Marino (gespeeld door Frank Vincent, een vaste waarde in dit soort films). Bovendien is Scorsese wellicht de eerste regisseur die de voice over commentaar van z’n personages ook effectief situeert in de chronologie van z’n film: er is ergens in de loop van het verhaal een bepaald moment waarop De Niro en Pesci hun zegje doen over al het voorgaande. Dat wordt zeer duidelijk door de manier waarop Pesci’s kant van de vertelling eindigt.

Net als in ‘GoodFellas’ gebruikt Scorsese een jachtige cameravoering, die barstensvol lange, zwierige steadicamshots zit. Kijk maar naar de eerste tien minuten van de film, waarin de werking wordt uitgelegd van een casino onder maffia-controle: een koerier voor de grote bonzen loopt het casino in, wandelt doodgemoedereerd de telkamer binnen, laadt een koffertje vol geld en wandelt weer buiten alsof de tent van hem is. En dat wordt allemaal in één ononderbroken shot in beeld gebracht. De hele film hangt aan elkaar van dat soort shots. Cinematograaf Robert Richardson belicht alles naar goede gewoonte weer op een zeer gestileerde manier: felle spotlichten, diepe schaduwen, rook die langzaam opkringelt tegen het licht van een schijnwerper, schreeuwerige kleuren (het zijn de jaren zeventig, tenslotte) enzovoort... Meer nog dan ‘GoodFellas’, is ‘Casino’ een film die geen seconde stilstaat, die altijd vooruit blijft gaan, steeds sneller en sneller, tot de kijker na drie uur uitgeput achterblijft. De personages van ‘Casino’ leiden nu eenmaal een opgefokt nachtleven – als gangsters moeten ze zich sowieso continu zorgen maken over wie ze kunnen vertrouwen en wie niet, en in het geval van deze film zitten ze allemaal nog eens aan de coke ook. Het resultaat is dat al die figuren na een tijdje ongelooflijk paranoïde worden, hun verstand gaat tien richtingen tegelijk uit, ze staan constant op het puntje van een zenuwinzinking. En de visuele stijl van de film drukt dat gevoel uit: jachtig, rusteloos, overspannen.

Wat daarbij ook helpt, is de soundtrack, die – net als die van ‘GoodFellas’ – knettert van de oude hits, inclusief ‘Gimme Shelter’ van The Rolling Stones, ‘House of the Rising Sun’ van The Animals en ‘I’ll Take You There’ van The Staple Sisters. Ook hier gebruikt Scorsese die nummers niet zomaar willekeurig: de montage van de beelden (alweer perfect aan elkaar geplakt door Thelma Schoonmaker) werd nauwgezet getimed om overeen te komen met de emoties in de muziek. Let op een scène waarin De Niro Sharon Stone hardhandig het huis uitzet, terwijl ‘Nights in White Satin’ van The Moody Blues speelt – een ongelooflijk kippenvelmoment, maar nog niet zo indrukwekkend als de scène daarna. Want vervolgens laat de regisseur àlle geluid wegvallen. Na die luide, intens dramatische scène, krijgen we een doodse stilte, alsof er net een orkaan over het scherm gepasseerd is en we nu enkele seconden krijgen om in alle rust naar de achtergelaten ravage te kijken.

Voeg daar nog aan toe dat De Niro en Pesci alweer fantastisch op elkaar staan in te spelen – die scène in de woestijn is kostelijk – en dat Sharon Stone hier allicht haar laatste goeie rol tot op heden neerzet, en je hebt één van de betere gangsterfilms uit de jaren negentig. ‘Casino’ is een filmische bom, die knàlt van de nauwelijks ingehouden energie. Heeft de film echt iets te vertellen dat nog niet in ‘GoodFellas’ zat? Misschien niet, maar de emotionele impact is enorm en het filmische vernuft van de regisseur is hier even duidelijk aanwezig als in eerder welke van zijn meest bejubelde projecten.

Door Dennis Van Dessel 13/04/2005 - categorie : movie - Afdrukken

verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook

 Lees de reacties (8) van anderen of geef uw mening

Blader in ons volledig archief
Film van de week

The Killer Inside Me
American nightmare
Featured
The Killer Inside Me
American nightmare
Du Rififi Chez les Hommes (Rififi)
De opa van de heist movies
The Sorcerer's Apprentice
Te weinig Fantasia
It Happened Here
Mentioning the war
The Battle of Algiers (La Battaglia di Algeri)
The war on terror: the prequel
© Copyright Digg*    Contact*    Redactie*    About Digg*    Privacy*    Adverteren*    Webdesign* by T-kila...
eXTReMe Tracker
cached on 03.09.2010 11:29:59  Page generated in 0.3965 seconds.