
Regie: Brian De Palma Scenario: David Koepp Met: Al Pacino, Sean Penn, Penelope Ann Miller, James Rebhorn, John Leguizamo, Luis Guzman e.a. 138 min. / USA / 1993
Tien jaar na ‘Scarface’, vormden regisseur Brian De Palma en Al Pacino opnieuw een team voor ‘Carlito’s Way’, en dat decennium tussentijd heeft zich duidelijk laten voelen. Waar ‘Scarface’ een bij vlagen briljante misdaadfilm was, die echter te lijden had onder z’n eigen excessen en de haast ondraaglijke gortigheid van al z’n personages, is ‘Carlito’s Way’ een veel rijpere film – woede en een misantrope blik op de mensheid hebben plaats moeten maken voor medeleven en een oprechte emotionaliteit. Wanneer Tony Montana aan het einde van ‘Scarface’ stierf, was dat z’n verdiende loon en daarmee uit. Van Carlito Brigante zit het verzamelde publiek tegen beter weten in te hopen dat hij zal overleven – het eindresultaat is een film waarmee we veel makkelijker een emotionele link kunnen leggen en die dan ook veel langer nazindert.
Aan het begin van de film zien we hoe Carlito, een drugdealer uit de Bronx die vijf jaar eerder de bak werd ingedraaid, wordt vrijgelaten nadat bleek dat de openbare aanklager (James Rebhorn) bewijsmateriaal vervalst had. Carlito beweert een veranderd man te zijn: hij wil uit het criminele milieu stappen, heeft plannen om een eigen bedrijfje op te starten ergens op een tropisch eiland en wil bovenal dat iedereen hem met rust laat tot hij voldoende geld bij elkaar kan krijgen om die overstap naar een kalm, legitiem leven te maken.
Dat is echter buiten zijn advocaat gerekend. Sean Penn is vrijwel onherkenbaar (en heeft de beste rol in de hele film) als Kleinfeld, een man van de wet die tijdens de vijf jaar van Carlito’s gevangenschap echter met volle overtuiging naar de andere kant is overgelopen – hij snuift drugs als een menselijke stofzuiger en is betrokken in allerlei wansmakelijke deals met het schorem dat hij vertegenwoordigt. Terwijl Carlito het beleid van een discotheek overneemt om aan geld te komen en ondertussen zijn oud lief (Penelope Ann Miller) gaat opzoeken in een poging de brokken te lijmen, werkt Kleinfeld hem, zonder dat hij het weet, steeds verder de miserie in. Eén van Kleinfelds cliënten verplicht de advocaat er immers toe hem te helpen bij een ontsnappingspoging. Kleinfeld vraagt Carlito als een vriendendienst om hem te vergezellen – de gevolgen zullen niet te overzien zijn.
De Palma maakt hier een misdaadfilm, jawel, maar wat ‘Carlito’s Way’ zo speciaal maakt, is het feit dat het hart van de film elders ligt. Carlito is een zeer duidelijk uitgewerkt personage, met simpele motivaties: hij wil uit het leventje stappen, hij wil zijn verleden achter zich laten. Maar het verleden blijft steeds aan hem trekken, het wereldje slokt hem telkens opnieuw op. Als publiek kunnen we zien hoe oprecht zijn gevoelens zijn, maar naarmate de film verdergaat, slinken zijn kansen zienderogen om levend en wel uit zijn situatie te geraken. Het heeft iets tragisch om een man met goede bedoelingen te zien vechten tegen z’n omgeving en tegen de reflexen uit z’n eigen jeugd, omdat je weet dat dat soort gevechten tenslotte niet gewonnen kunnen worden.
Al Pacino speelt de rol vrijwel uitsluitend met een weemoedige blik op z’n gezicht – achter z’n ogen schuilen vele jaren miserie. Dit is een man die teveel heeft meegemaakt, teveel heeft gezien. Hij weet echter nog steeds hoe de straat werkt, het duurt niet lang voor hij het ritme heeft teruggevonden – wanneer er een val wordt opgezet voor hem en een neef van ‘m, die een drugsdeal heeft georganiseerd, doorziet hij dat meteen en zijn instincten van vroeger komen terug tot leven. Het is gek hoe je de veranderingen letterlijk op Pacino’s gezicht kunt waarnemen. Carlito wordt zich bewust dat er iets niet pluis is en zijn verstand begint meteen overuren te draaien om een oplossing te bedenken. Pacino maakt schijnbaar moeiteloos die overgang van ietwat vermoeide oudere man, die bovenal z’n biezen wilt pakken en verdwijnen naar het paradijs, naar geslepen straatjongen die z’n oude trucs nog niet verleerd is.
Het is echter Sean Penn die de show steelt als Kleinfeld – een klein, opgefokt kereltje die zó plat ligt van de dope dat je nooit kunt voorspellen wat hij zal doen of wanneer. Penn gaat niet alleen schuil onder een hallucinante pruik (je moét al wel aan de drugs hebben gezeten om dat kapsel te bedenken), maar zorgt ook zelf voor een fysieke en mentale metamorfose. Vergelijk z’n gebruikelijke diepe, lijzige stem, met het snel, hoog getater dat hij hier laat horen – het is bijna ongelooflijk dat dit dezelfde man is. Penn is hier één brok gesjeesde energie en hij helpt aanzienlijk om de film vooruit te stuwen.
De Palma blijft daarenboven een meester in het opzetten van grote showstukken, zogenaamde set pieces. De aanval op het leven van Carlito en z’n neef aan het begin van de film is slechts een opwarmertje – het échte vuurwerk komt er op het einde. De laatste 25 minuten van de film bestaan vrijwel integraal uit een lange achtervolging die z’n climax beleeft in een treinstation (alweer een station, net als in ‘The Untouchables’). Het is ronduit meesterlijk hoe De Palma die situatie construeert: eerst zet hij Carlito aan één tafel met een resem onheilspellend uitziende gangsters die een zwaar vermoeden hebben dat Carlito betrokken was bij de ontsnappingspoging van Kleinfelds cliënt. Carlito weet dat zij dat vermoeden. En de gangsters weten dat Carlito weet dat zij dat vermoeden. Enfin, de spanning aan die tafel is te snijden, hoewel er niets van wordt uitgesproken. Op dàt punt zitten we al op het puntje van onze stoel, en De Palma schept er een duivels genoegen in om die scène eindeloos te rekken. En dàn krijgen we pas die lange, briljant georchestreerde achtervolging. Het hele laatste half uur van ‘Carlito’s Way’ is meesterlijke, ongemeen spannende cinema.
Toch nog minpuntjes? Ach ja, Penelope Ann Miller is nu eenmaal een lichtgewicht als actrice– haar hele relatie met Carlito komt nogal geforceerd over, niet alleen omdat Miller op z’n best op de tweede rang thuishoort, maar vooral ook door de manier waarop haar rol geschreven is. Op een bepaald moment staat Carlito voor haar deur, maar zij laat het kettinkje erop zitten en zegt hem suggestief: ‘If you can’t get in... You don’t get in.’ Misschien ken ik alleen maar het verkeerde soort vrouwen, maar zou er ergens een dame zijn die nog niét aan een datingprogramma op VT4 heeft deelgenomen en dat soort dingen zegt? Nee toch?
Niet dat het veel uitmaakt – ‘Carlito’s Way’ is het soort film dat drie dagen nadien nog in je bloedstroom zit. Technisch even geweldig als ‘Scarface’, maar ditmaal zowaar mét een hart. Een bloedend, vertrappeld hart waar we over de loop van de film oprecht om gaan geven.
Door Dennis Van Dessel 24/10/2004 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (3) van anderen of geef uw mening
|