
Regie: Rob Reiner Scenario: William Goldman Met: James Caan, Kathy Bates, Richard Farnsworth, Frances Sternhagen, Lauren Bacall e.a. 107 min. / USA / 1990
‘Misery’ betekende voor horror-maestro Stephen King in elk opzicht een belangrijke nieuwe stap in z’n leven: hij was net van de drugs afgeraakt, en gebruikte dit verhaal over een schrijver die gevangen gehouden wordt door een psychopatische lezeres als een metafoor voor de manier waarop de dope hém gevangen had gehouden. En ook wilde King stilaan wel eens iets anders gaan doen dan enkel horror schrijven – het was in die periode dat we boeken kregen als ‘Dolores Claiborne’ en ‘Gerald’s Game’ - nog steeds thrillers, maar dan met een minder uitgesproken bovennatuurlijk aspect, die daarenboven meer en meer geïnteresseerd waren in het onderzoeken van de vrouwelijke psyche. Die wens om een andere richting in te slaan met z’n carrière vond ook z’n weg naar ‘Misery’. Het resultaat was één van z’n beste boeken, een razendspannende, claustrofobisch gestructureerde thriller over de pijn van het schrijverschap.
Rob Reiner regisseerde in 1990 de filmversie, en ook voor hem was dit verhaal een belangrijke nieuwe ervaring. De filmmaker was tot dan toe voornamelijk bekend voor z’n komedies, zoals ‘When Harry Met Sally’, en voor een paar dramatische films, zoals de vroegere Stephen King-verfilming ‘Stand By Me’. Toen hij aankondigde ‘Misery’ te willen verfilmen, verklaarde iedereen hem voor gek, niemand geloofde dat hij zo’n duister verhaal tot een goed einde kon brengen. Maar het lukte hem.
‘Misery’ is het verhaal van Paul Sheldon (James Caan), een succesvol auteur van pulpromannetjes rond hoofdpersonage Misery Chastain. Sheldon is het echter beu geworden dat iedereen z’n naam steeds maar associëert met diezelfde titels – hij wilt zijn grenzen verleggen en bijgevolg besluit hij Misery in haar laatste roman te laten sterven. Dan echter, raakt hij betrokken in een auto-ongeluk. Paul wordt gered uit het wrak door Annie Wilkes (Kathy Bates), een verpleegster die schijnbaar helemaal alleen ergens op een verlaten boerderij woont. Annie is, naar eigen zeggen, Pauls ‘number one fan’ – een bekwame ziekenzuster, dat lijdt geen twijfel, maar misschien mentaal niet al te stabiel. Wanneer er in zijn nieuwe, niet-Misery roman wat teveel wordt gevloekt naar haar smaak, kan ze zich daar buitenmatig over opwinden. Haar humeurwisselingen zijn extreem. Wanneer Annie erachter komt dat Misery sterft in het laatste boek, blijkt echter pas hoe waanzinnig de dame werkelijk is. Ze verplicht Paul ertoe om haar heldin terug tot leven te wekken.
Het is opvallend, voor een man die nooit eerder thrillers had gemaakt, hoe goed Rob Reiner hier is in het opbouwen van suspensevolle situaties. Er zit een scène in de film waarin Paul uit z’n kamer ontsnapt terwijl Annie weg is naar het dorp. Hij verkent het huis, zoekt naar een telefoon, eender wat om uit z’n benarde situatie te ontsnappen. Dan keert Annie onverwacht thuis en moet Paul zorgen dat hij op tijd terug in z’n kamer is, zodat ze niets zou merken. Daar krijgen we een segment van vijf minuten, dat wordt uitgespeeld zonder enige dialoog en zonder contact tussen de personages – we zien Annie thuiskomen, haar sleutels nemen, de voordeur opendoen en ondertussen krijgen we Paul die wanhopig probeert om z’n kamer te bereiken en de deur op slot te doen. De enige manier waarop je zo’n situatie spannend kunt maken, is door de timing ervan helemaal juist te krijgen – en Rob Reiner zet nergens een stap verkeerd. Nog zo’n voorbeeld is een scène waarin Annie te weten komt dat Paul uit z’n kamer is geweest – wanneer de schrijver wakker wordt, blijkt dat ze hem aan z’n bed heeft vastgebonden. Ze heeft een hamer vast, waarmee ze zodadelijk z’n enkels zal breken. Reiner rekt die scène eindeloos uit – Annie legt rustig uit wat ze plan is en wat haar redenen zijn, ze wandelt kalmpjes door de kamer en dàn pas doet ze het onvermijdelijke.
Reiner wordt geholpen in z’n visie door zijn chef camera Barry Sonnenfeld (een goeie cameraman die later een slechte regisseur werd) – Sonnenfeld werkt hier met diepe schaduwen voor het huis van Annie, die op een zeer mooie manier contrasteren met het heldere licht en het wit van de eeuwige sneeuw buiten. Annie is een kwaadaardig, diep gestoord personage, en de donkere fotografie versterkt dat gevoel, evenals de manier waarop Sonnenfeld hier gebruik maakt van close-ups. Telkens wanneer Annie aan het kookpunt komt, wanneer haar krankzinnige woede de overhand neemt, krijgen we een extreme close-up van haar te zien, waarin de lens ervoor zorgt dat haar gezicht bijna onmerkbaar vervormd wordt – het resultaat is een griezelig effectje, waarvan we niet meteen kunnen zeggen waarom we er kippenvel van krijgen. Maar zo is het wel.
Kathy Bates beleefde haar doorbraak als Annie Wilkes – de dame won een oscar voor haar rol, en terecht – de manier waarop ze hier de overgang kan maken van kinderlijk geluk wanneer Paul erin slaagt om Misery terug tot leven te wekken, naar dodelijke waanzin, is diep indrukwekkend. Vooral omdat Bates Annie nooit speelt als een eenvoudige zottin, maar als een volledig uitgediept personage, met waarschijnlijk een zeer moeilijk verleden.
James Caan, van zijn kant, maakte een (kortstondige) come-back als Paul Sheldon, een rol die voor hem zwaar tegen zijn natuurlijke karakter inging. Caan is een zeer uitbundig, fysiek acteur, die graag gesticuleert en veel energie in z’n rollen legt. En hier moest hij een man spelen die de hele film lang aan een bed of een rolstoel gekluisterd is én regelmatig onder de dope zit die hij door Annie toegediend krijgt. Het gevolg is dat er op den duur een reëel gevoel van wanhoop op z’n gezicht te lezen staat – hij wil daar wég, hij wil kunnen bewegen, vrij zijn.
Reiner en scenarist William Goldman volgen Kings boek vrij getrouw, en waar ze dan toch afwijken, doen ze dat met wisselend succes. In de roman kregen we nooit een ander personage te zien dan Annie en Paul, wat voor een zeer claustrofobische sfeer zorgde. In de film krijgen we toch nog een aantal nevenpersonages, inclusief een oude sheriff (Richard ‘Straight Story’ Farnsworth), die de verdwijning van Paul Sheldon onderzoekt. Zijn rol in de film doet verdacht denken aan die van de kok uit Kubricks ‘The Shining’ – een man die een hele film lang zichzelf de spreekwoordelijk pleuris werkt om de held te komen helpen, en dan, wanneer hij de plek van het onheil bereikt, summier wordt afgemaakt door de slechterik. Géén deus ex machina’s, vergeet het maar. Hoe het ook zij, die nevenplot wordt goed aangepakt en prima geacteerd, maar ze onderbreekt ook de claustrofobie van de situatie tussen Annie en Paul. Het zou interessant zijn om te zien hoe de film het zou doen zónder die scènes. Een andere wijziging van het boek is de manier waarop het geweld werd getemperd – in het boek hakte Annie Pauls voet af, waarna ze de wonde dichtschroeide met een Bunzenbrander. Hadden ze dat in de film geprobeerd, dan zou de hele zaal ofwel zijn weggelopen, ofwel hebben zitten lachen omdat het zo obsceen was.
‘Misery’ is een uitstekende thriller – retestrak in elkaar gestoken, goed geschreven en fantastisch geacteerd. Een kleine film, maar wel een pareltje.
Door Dennis Van Dessel 24/10/2004 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (1) van anderen of geef uw mening
|