home muziek besprekingen film besprekingen concert besprekingen evenementen sites forum nieuws zoeken
Gandhi



Regie: Richard Attenborough
Scenario: John Briley
Met: Ben Kingsley, Roshan Seth, Martin Sheen, Rohini Hattangadi, Edward Fox, John Gielgud, Candice Bergen e.a.
184 min. / UK / 1982


Toen Richard Attenborough in 1982 z’n biopic over legendarisch Indiaas vrijheidsstrijder en vredestichter Mahatma Gandhi uitbracht, werd de film over het algemeen benaderd met hetzelfde respect dat de meeste mensen aan het onderwerp ervan zouden betonen. Vrijwel unaniem lovende recensies, acht oscars (in het jaar van Steven Spielbergs wonderlijke 'E.T.' nog wel) en tot op de dag van vandaag een reputatie als klassieker. Misschien wilde gewoon niemand de eerste zijn die voorzichtig durfde opmerken dat deze film, over één van de meest universeel bewonderde en aanbeden mensen uit de wereldgeschiedenis, eigenlijk ook een beetje saai was. Of misschien meenden ze inderdaad wel wat ze zeiden, en ben ik gewoon een typisch product van mijn generatie, die niet in staat is om zich drie uur lang te concentreren op een man die pacifistische speeches maakt en tussendoor niet te determineren tijd doorbrengt aan een weefgetouw.

Het probleem met de film zit ‘m voor een gedeelte al in het onderwerp ervan zelf: Mahatma Gandhi is een legende en was er al één tijdens z’n eigen leven. Hij wist de autoriteiten zover te krijgen dat ze discriminatorische wetten tegen Indiërs in Zuid-Afrika teniet deden en later voerde hij decennia lang campagne om Indië onafhankelijk te maken van Brits bestuur. En hij deed het door geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid, verder niets. Het valt bijna niet te vatten hoe een klein mannetje met een bril en een lendendoek één van de grootste politieke en militaire machten ter wereld op de knieën dwong, simpelweg door rustig en bedaard te zeggen: ‘Ik vertik het’, en te weigeren om mee te werken. Terwijl hij en zijn volgelingen werden afgeranseld en gevangen gezet, sprak deze man voor vrede en het toekeren van de andere wang. Maar ondertussen vertikte hij het om te leven als een Brits onderdaan en bleef hij protesteren tegen het onrecht dat de Indische bevolking degradeerde tot tweedeklasburgers van hun eigen land. Een dergelijke mate van altruïsme en empathie gaat het menselijk verstand bijna te boven, en het gaat al zeker Richard Attenborough’s vermogen te boven om het in beeld te brengen in een film. De feiten worden netjes op een rijtje gezet, natuurlijk, we komen de voornaamste feiten van Gandhi’s leven te weten. Maar wat dreef hem? Waar vond die man z’n innerlijke kracht? Er moeten toch momenten zijn geweest van twijfel, van wanhoop, zelfs van woede op zichzelf en de wereld? Enfin, er moet toch een méns van vlees en bloed zijn schuilgegaan onder het serene plaatje dat we gewoonlijk van hem gepresenteerd krijgen?

Niet volgens deze versie van de feiten. Attenborough hangt hier een braaf heiligenportret op van de grote kleine man, in een film die nogal voorspelbaar van punt a naar punt b tot punt c gaat, maar nergens écht tot leven komt. Natuurlijk kun je niet verwachten dat een film over juist déze man op één of andere manier een negatief beeld van z’n onderwerp zal leveren, daar gaat het ook niet over – maar de Gandhi die we hier te zien krijgen, ziet er helemaal juist uit, hij wandelt en handelt en zegt de juiste dingen... Maar hij is geen méns. Onder dat exterieur van de legende Gandhi, die we allicht allemaal wel eens gezien zullen hebben in oude nieuwsbeelden, of waarover we in ieder geval hebben gelezen in geschiedenisboeken, gaat er in deze film helemaal niets schuil. We krijgen Gandhi’s grootste hits, natuurlijk: ‘Oog om oog maakt de hele wereld blind,’ en ‘Ze kunnen me vermoorden, maar dan hebben ze alleen m’n dode lichaam. Niet m’n gehoorzaamheid.’ Maar wààr komen die woorden vandaan, uit wat voor privé-persoonlijkheid? De enige motivatie die Attenborough kan aanbrengen, zijn ook weer historisch vastgelegde feiten: Gandhi werd als jonge advocaat in Zuid-Afrika van een trein gesmeten omdat hij niet in derde klas wilde gaan zitten met z’n eerste klas ticket. Later, bij z’n terugkeer in Indië, maakt hij een reis doorheen het land, waar hij de armoede van z’n volk met z’n eigen ogen ziet. Maar was een goed opgeleid, intelligent man als Gandhi daar al niet eerder van op de hoogte? Moeten wij geloven dat hij zich na de Eerste Wereldoorlog plots bewust werd van het onrecht in z’n eigen land? De hele film lang krijg je het gevoel dat je naar de officiëel goedgekeurde, openbaar gemaakte versie van Gandhi zit te kijken. Niet naar een mens van vlees en bloed.

Dat neemt niet weg dat Attenborough een visueel sterke film in elkaar heeft gestoken – zijn mise-en-scène is dikwijls zeer knap, met majestueuze overzichtsshots van duizenden figuranten en een aantal grote set pieces die met een bewonderenswaardige precisie in elkaar werden gestoken. Denk maar aan een treffen tussen de Indiërs en de Britten aan een zoutfabriek, laat in de film. De Indische protestlopers wandelen, vier aan vier, in een lange rij, op de Britse soldaten af, die hen tegen de grond slaan met hun knuppels. De vrouwen sleuren de gewonden weg om hen te verzorgen, en de volgende vier man lopen op de soldaten af – ze weten dat ook zij geslagen zullen worden, maar dat kan hen niet schelen. Zolang ze maar niet terugslaan, kunnen ze niet verliezen. Die scène is erg krachtig, voornamelijk omdat ze zonder enige poespas in beeld werd gezet – Attenboroughs beeldvoering is een hele film lang erg klassiek, maar daardoor ook zeer helder. Dit is een epos van de oude stempel, maar dat heeft ook wel z’n charmes.

De revelatie van de film is evenwel Ben Kingsley, die hier z’n debuut maakt in een bioscoopfilm en er meteen een welverdiende oscar voor kreeg (wat mij betreft zowat de enige prijs die deze film echt verdiend had). Kingsley lijkt niet alleen fysiek zeer sterk op Gandhi, maar weet hier en daar zelfs een beetje humor, een beetje menselijkheid in z’n rol te leggen – wat een prestatie is, want in het scenario is er maar weinig aanwezig om één van beide te suggereren.

‘Gandhi’ is zonder twijfel een film met een immens belangrijk onderwerp, maar in z’n krampachtige pogingen om dat onderwerp toch maar zo respectvol mogelijk te benaderen, is Attenborough schijnbaar vergeten om ons een reëel persoon te tonen in plaats van een haast mystiek minzame vredesadvocaat. Het gevolg is dat de film traag en loom gaat aanvoelen – een geschiedenislesje dat drie uur aansleept, terwijl je na negentig minuten al op je horloge zit te kijken. Geen enkele mooie kadrering ter wereld kan daar iets aan veranderen.

Door Dennis Van Dessel 03/10/2004 - categorie : movie - Afdrukken

verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook

 Lees de reacties (4) van anderen of geef uw mening

Blader in ons volledig archief
Film van de week

Inception
Dromen op anabolen
Featured
Er was eens... Sergio Leone
Zo'n zes maanden geleden bespraken we voor u de ‘Dollars'-trilogie van Sergio Leone, en de algemene reactie de we van u kregen, was: ‘Dikke merci... en de rest?' Want natuurlijk waren er nog drie films die door het publiek op handen worden gedragen, en samen een informele ‘Once Upon a Time...'-trilogie vormen. U vraagt, wij draaien. ‘Once Upon a Time in the West', ‘Duck You Sucker' en ‘Once Upon a Time in America' for your reading pleasure. Voor de recensies van de ‘Dollars'-films, klik hier.
Duck, You Sucker (A Fistful of Dynamite / Once Upon a Time in the Revolution)
Rebels with a cause
Once Upon a Time in America (2/2)
Let it be for free! Digg* stuurt u naar de avant première van Nowhere Boy!
Hier zijn we nu eens echt benieuwd naar: een biopic over de jonge John Lennon en allervroegste jaren van The Beatles. Misschien komt dat gewoon omdat ons vader The White Album zo vaak draaide dat het The Grey Album werd, maar toch. Op woensdag 14 april kan je in Gent in de Studio Skoop naar de avant-première gaan dankzij Digg*!
Digg* doet de stille film! Wablieft? Dat Digg* de stille film doet!!
Digg* is klaar om de stille film uit te wuiven. En dat is misschien maar goed ook - laatst zaten we in de bioscoop, om na vijf minuten spontaan uit te roepen: "hey, het is een talkie!", en we moeten ook onrustwekkend hard lachen telkens we iemand zien uitglijden. In ieder geval, we hebben genoten van ons uitstapje naar de vroegste dagen van de cinema. In het gezelschap van goed volk als Lon Chaney, Charlie Chaplin, F.W. Murnau en zelfs Luis Buñuel sluiten we onze special af...
© Copyright Digg*    Contact*    Redactie*    About Digg*    Privacy*    Adverteren*    Webdesign* by T-kila...
eXTReMe Tracker
cached on 01.08.2010 08:29:54  Page generated in 0.4064 seconds.