
Regie: Icíar Bollaín Scenario: Icíar Bollaín, Alicia Luna Met: Laia Marull, Luis Tosar, Candela Peña, Rosa Maria Sardà e.a. 109 min. / E / 2004
Neem er gerust een weekblad bij, en kijk eens wat het onderwerp is van de zondagnamiddagfilm. Veel kans dat het over een verslaving gaat, incest of partnergeweld. Deze thema’s worden zozeer uitgemolken dat niemand op een zoveelste poging zit te wachten. Zeker niet om in een filmzaal te aanschouwen - dat ze zo’n dingen toch gewoon onmiddellijk in de videotheek dumpen, of beter, éénmaal op tv vertonen, en dan de prullenbak in. Maar dan bestaat de kans natuurlijk dat je net die éne, zeldzame parel ertussen mist, en dat is 'Te doy mis Ojos', eentje die niet uitblinkt in clichés, die niet overgeromantiseerd en ondergeacteerd is.
We vallen de film binnen met een doodsbange Pilar, die in allerijl haar zoontje Juan wekt. Deze valt letterlijk om van de slaap, en heeft geen idee wat hem overkomt. Toch slaagt Pilar erin hem aan te kleden, en neemt ze hem mee in haar vlucht. Ze komt een huis uitgelopen, schichtig om zich heen kijkend, opgeschrikt en gejaagd door elk geluid, elke schaduw. We volgen haar vlucht tot bij haar zus, Ana, waar ze ontdekt dat ze nog steeds haar slippers aanheeft, en in huilen uitbarst.
Na een tijdje komen we de reden van deze angst te weten, Ana wordt met de regelmaat van de klok mishandeld door haar man Antonio. Wanneer hij haar tracht terug te halen merken we dadelijk dat hij een opvliegend persoon is, en ook dat hij een enorme invloed uitoefent op Pila - bijna bezwijkt ze onder zijn pleidooi, maar wanneer hij zijn beheersing verliest, ziet ze toch nog kans weerstand te bieden. Haar zus beidt haar onderdak, maar op steun kan ze niet echt rekenen: zij heeft nooit met haar schoenbroer kunnen opschieten, en ziet Pila liever scheiden, dan nog energie in het huwelijk te steken. Haar moeder vindt dan weer dat een vrouw bij haar man hoort, en verder is er geen discussie mogelijk. In deze omstandigheden moet Pila zien uit te maken wat ze verder met haar leven wilt.
Wat ongewoon is voor een film met deze premisse, is dat het geen zwart-wit verhaal is. We leren beiden kennen, zowel de mishandelde, als de mishandelaar. Antonio belooft zijn leven te beteren, en we zien hoe hij in groepstherapie gaat. Het is hem dus duidelijk menens, hij wil veranderen. Stilaan wordt de reden van zijn woede duidelijk, hij is letterlijk in zijn leven gerold – hij is terechtgekomen in de zaak van zijn vader, kreeg de rol van oudere broer toebedeeld, alles lijkt te zijn uitgestippeld voor hem, bijna alsof hij geen eigen keuze heeft. Zijn grootste angst is dan ook dat zijn vrouw hem boven het hoofd groeit, dat ze hem niet meer nodig heeft, en de enige manier die hij weet om haar te domineren is met geweld. Hij wordt getormenteerd door zijn minderwaardigheidscomplex, en ook al ziet hij dat daardoor zijn relatie op de klippen dreigt te lopen, is hij niet in staat er verandering in te brengen.
Het is werkelijk een huzarenstukje dat regisseuse Icíar Bollaín hier aflevert. Gedurende de hele film is de onderhuidse spanning duidelijk merkbaar, maar toch zijn er enkele lichtpunten. Het verjaardagsfeestje van de zoon bijvoorbeeld. Wanneer Antonio er binnenwandelt, daalt de sfeer naar een dieptepunt, maar net wanneer het ondraaglijk wordt, komt een moeder met de verjaardagstaart te voorschijn, een typische uitstraling van nietsvermoedende vreugde op het gezicht. Het zijn mensen die we observeren, er straalt zo’n natuurlijkheid vanaf dat je alleen maar bewondering kunt hebben voor de opzet. Nog een staaltje van grootse cinema is de vrijscène, tederheid, angst, lust, overheersing, het hele gamma van menselijk gevoelens wordt er geportretteerd. Absolute klasse, beter kan het niet omschreven worden.
Slechts éénmaal slaat Bollaín de bal mis, de allereerst groepstherapie is te luchtig, te oppervlakkig, een sfeerbreker, die te zeer een clichéstempel draagt, maar misschien was die scène wel nodig om even op adem te komen, om een zekere luchtigheid te creëren.
Icíar Bollaín mag de goden dankbaar zijn dat ze wordt bijgestaan door twee hoofdacteurs die nergens een steekje laten vallen. De manier waarop Pila gestalte wordt gegeven door Laia Marull is simpelweg fenomenaal. De droefheid die ze uitstraalt, de wanhoop, en tezelfdertijd het verlangen naar affectie, naar voldoening. Ze acteert met heel haar lichaam, de ogen, mond, nek, alles in haar gestalte en gedragingen klopt. Menig actrice, zelfs sommigen die al een oscarbeeldje op de kast hebben staan, kunnen hier een puntje aan zuigen.
Luis Tosar kreeg ook geen gemakkelijke rol in de schoot geworpen met Antonio. Hoe speel je een man, die zijn vrouw mishandelt, en haar toch genegen is? Hoe speel je iemand die hulp nodig heeft, maar ze niet kan of wil aanvaarden? Het zou makkelijk zijn te vervallen in overacting, maar hier is er geen sprake van. Ondanks alles wat je over Antonio weet, slaagt hij erin een aimabel personage neer te zetten.
'Te doy mis Ojos' is een film over een tragisch onderwerp - partnergeweld is iets wat dagelijks voorkomt, waar velen mee geconfronteerd worden, maar waar weinigen over durven of kunnen spreken. Pila zou letterlijk alles geven aan Antonio, haar neus, haar armen, haar ogen, vandaar de titel ‘ik geef je mijn ogen’. Maar toch is het niet genoeg, Pila zal nooit goed genoeg kunnen doen, beiden zijn een toonbeeld van menselijkheid, maar Antonio zal nooit een voorbeeld van rede worden. Eigenlijk is een mens toch een ondoorgrondelijk wezen.
http://www.la-iguana.com/
Door Jeroen Ruymen 16/09/2004 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (3) van anderen of geef uw mening
|