home muziek besprekingen film besprekingen concert besprekingen evenementen sites forum nieuws zoeken
Dog Day Afternoon



Regie: Sidney Lumet
Scenario: Frank Pierson
Met: Al Pacino, Charles Durning, John Cazale, James Broderick, Beulah Garrick, Chris Sarandon e.a.
124 min. / USA / 12 jaar / 1975


In de ellenlange lijst van roemruchte Amerikaanse kwaliteitsfilms uit de jaren zeventig (‘The Godfather’, ‘Chinatown’, ‘Taxi Driver’ enz...), is ‘Dog Day Afternoon’ op de één of andere manier achteruit gedrukt in het gedrang. Mensen kennen de film, ze vinden ‘m goed wanneer ze ‘m gezien hebben, maar de reputatie van Sidney Lumets grootsteeds gijzelingsdrama is nooit echt fenomenaal geweest. ‘Dog Day Afternoon’ behoort tot de B-lijst van seventies classics, en dat terwijl deze prent na ‘The Godfather Part II’ misschien wel Al Pacino’s beste acteerprestatie bevat. De acteur straalt hier een vorm van bezetenheid uit in z’n rol van radeloze bankovervaller, de intensiteit spat van het scherm. Zonder Pacino zou ‘Dog Day Afternoon’ weinig meer zijn dan een doordeweeks tv-thrillertje. Mét hem erin, is de film een showstuk voor een acteur op het toppunt van z’n talent.

Pacino speelt Sonny Wortzik, een werkloze jongeman die samen met twee vrienden op een broeiend hete dag in New York besluit om een bank te overvallen. Eén van zijn kompanen panikeert vrijwel meteen en besluit te vluchten. Sonny en zijn andere maat Sal (John Cazale) blijven alleen over om het vuile werk op te knappen. De buit blijkt minimaal, maar achterdochtige overburen hebben de politie gebeld en nog voor Sonny weet wat er gaande is, is zijn overval die tien minuten mocht duren, een gijzelingssituatie geworden die uur na hemeltergend uur aansleept.

Tientallen politiemannen omsingelen het gebouw, de media storten zich op het verhaal en er onstaat buiten een enorme menigte aan nieuwsgierige New Yorkers die nog nooit een gijzeling van dichtbij hebben gezien en het schijnbaar allemaal wel interessant vinden.

Wat ‘Dog Day Afternoon’ zo speciaal maakt, is de manier waarop Pacino, samen met Lumet, het personage van Sonny opbouwt - Pacino moet de hele film quasi op z’n eentje dragen, wat altijd het risico inhoudt dat het publiek hem na een tijdje beu zal zijn. Maar door de manier waarop Pacino hem speelt, en door de manier waarop Lumet op goed getimede momenten nieuwe informatie over zijn personage vrijgeeft, blijft onze hoofdfiguur, en bijgevolg de film, steeds fris aanvoelen. Het personage van Sonny verandert een drietal keer in de film van identiteit tegenover het publiek. Hij begint als een professionele crimineel – we merken dat Sal niet bekwaam is om de situatie onder controle te houden, maar Sonny weet schijnbaar waar hij mee bezig is. Hij houdt de werknemers van de bank onder controle, hij weet welk geld hij uit de kassa’s moet meenemen, waar het alarm zich bevindt enzovoort. Dan echter, blijkt de kluis van de bank leeg te zijn – de informatie van de overvallers was verkeerd en het geld is al afgehaald. Nog geen twee minuten daarna arriveert de politie en plots zien we Sonny op een heel andere manier. Hij heeft dit helemaal niet zo goed gepland en nu weet hij niet wat hij moet doen – Sonny begint te improviseren om z’n eigen vel te redden en hij doet dat op een tamelijk intelligente manier. Maar hij is geen beroepsboef.

En dan daarna komt natuurlijk de grootste onthulling over zijn personage, die onze interpretatie van hem nog eens helemaal verandert: we komen te weten waarom Sonny de bankoverval wilde plegen. Hij wilde de geslachtsveranderingsoperatie van zijn minnaar betalen. Door niet vanaf het begin te onthullen dat Sonny homoseksueel is (en Pacino speelt hem ook nooit zo), zorgt Lumet ervoor dat niemand in het publiek met vooroordelen tegenover zijn personage gaat staan. Wanneer die revelatie er dan toch komt, maakt ze gewoon deel uit van een karakter dat we in essentie al kennen. Sonny’s geaardheid wordt niet definiërend voor zijn personage – de film blijft er één over een bankovervaller, niét over een homoseksuele bankovervaller, want die informatie is in feite bijkomstig.

Lumet weet een zeer geslaagde, broeierige sfeer in de film te verwerken: het is stikkend warm in de bank en je voélt het: Pacino speelt zijn rol met een opgejaagde nervositeit. Het zweet staat continu op z’n voorhoofd, zijn hemd wordt uiteindelijk een dweil die je zo zou kunnen uitwringen, zijn ogen staan altijd wijd open in een paranoïde blik van pure miserie. Dat de regisseur maar weinig opmerkelijke visuele trucs uithaalt om zijn verhaal te vertellen, neemt daar maar weinig van weg – de intensiteit komt van de acteurs, niet van de beeldvoering. Regelmatig lijkt Lumet zijn camera gewoon ergens neer te poten, waarna hij Pacino de gelegenheid geeft om over de bankset te razen zoveel hij maar wil, en die aanpak werkt wel, simpelweg omdat Pacino zo sterk staat te acteren.

Ook de manier waarop de invloed van de media op de hele zaak afgehandeld wordt, is erg sterk – zonder prekerig te doen of al te nadrukkelijk op het punt te gaan hameren, toont Lumet ons hoe de televisie erop uit is om de hele zaak sensationeler te maken dan het al is. Tijdens een telefonisch interview met Sonny zijn ze duidelijk enkel uit op korte, duidelijke antwoorden die geen enkele ruimte laten voor de volledige waarheid. Ze beweren dat ze een eerlijke verslaggeving nastreven, maar wanneer Sonny het aandurft om te vloeken, schakelen ze over naar een tekenfilmpje. Lumet besteedt niet veel tijd aan die ideeën, maar ze komen er wel duidelijk uit naar voren, zonder dat ze de film gaan domineren.

Natuurlijk zitten er ook fouten in ‘Dog Day Afternoon’: zo sleept het laatste half uur soms wat te lang aan, en had ik ook enige moeite met de karakterisering van een aantal van de gegijzelden – deze dames gaan van angst over sympathie naar occasionele woede en ze doen dat op zo’n kort tijdsbestek dat het soms moeilijk is om hen te blijven geloven. Een Stockholm-syndroom is allemaal goed en wel, maar op een paar uur tijd?

‘Dog Day Afternoon’ is uiteindelijk niet zo’n opmerkelijk verhaal – het ware incident waarop de film werd gebaseerd, was een flash in de pan die snel weer vergeten was. Maar de sfeerzetting en bovenal Pacino’s werk heffen dit project boven zichzelf uit. Deze film gaat niet over een bankoverval, maar wel over de blik in Pacino’s ogen wanneer hij voor de deur van de bank naar de meute roept: “Attica! Attica!”

Door Dennis Van Dessel 17/07/2004 - categorie : movie - Afdrukken

verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook

 Lees de reacties (2) van anderen of geef uw mening

Blader in ons volledig archief
Film van de week

The Killer Inside Me
American nightmare
Featured
The Killer Inside Me
American nightmare
Du Rififi Chez les Hommes (Rififi)
De opa van de heist movies
The Sorcerer's Apprentice
Te weinig Fantasia
It Happened Here
Mentioning the war
The Battle of Algiers (La Battaglia di Algeri)
The war on terror: the prequel
© Copyright Digg*    Contact*    Redactie*    About Digg*    Privacy*    Adverteren*    Webdesign* by T-kila...
eXTReMe Tracker
cached on 03.09.2010 11:23:36  Page generated in 0.397 seconds.