
Regie: Emir Kusturica Scenario: Emir Kusturica, Ranko Bozic Met: Slavo Stimac, Natasa Solak, Vesna Trivalic, Vuk Kostic 155 min / Joegoslavië / 2004
Of, zoals hij thuis heet: ‘Zivot je cudo’ – als je die titel vijf keer snel na elkaar kunt uitspreken, hoef je naar het schijnt niet meer in het zakje te blazen bij een alcoholcontrole. Emir Kusturica keert zes jaar na ‘Black Cat, White Cat’ terug naar de filmscene met een prent die enkel bewijst dat hij nog steeds geen haar is veranderd: zijn films spelen zich nog steeds af in een allesoverheersende hysterie en zijn gevoel voor humor is ook nog altijd hetzelfde – nét geen Benny Hill-toestanden. Neem alvast twee aspirientjes en een Valium bij de hand, want onze hyperkinetische Bosniër heeft weer toegeslagen.
Het is 1992 en spoorwegingenieur Luka (Slavko Stimac, die ook al meedeed in ‘Underground’), is bijna klaar met de treinverbinding die hij heeft aangelegd tussen Bosnië en Servië – voorlopig maken enkel omgebouwde auto’s gebruik van de sporen, maar binnenkort zal dit prestigieuze project de beide landen letterlijk met elkaar verbinden. Iedereen in dekking, we hebben hier een loslopend symbool!
Tijdens het eerste uur maken we kennis met de kleurrijke (zo zeg je dat dan netjes) figuren die rondlopen in het bergdorpje waar alles zich afspeelt: Luka’s echtgenote is een ex-operazangeres die lijdt aan manische depressies en een acuut gebrek aan danstalent, zijn zoon is een beloftevolle voetballer. Om hen heen krijgen we de eminent corrupte burgemeester, die er praktisch trots op is dat hij geen eerlijke vezel in z’n lijf heeft, randdebiele jongeren die continu met pistolen staan te zwaaien, een huppelende postbode die steeds vergeefse pogingen onderneemt om spelletjes schaak te beginnen en nog vele anderen.
Dan, kort voor de opening van de spoorweg, breekt de totale oorlog uit tussen Bosnië en Servië – de spoorweg die bedoeld was om de burgers van beide landen dichter bij elkaar te brengen, wordt nu gebruikt voor het vervoer van wapentuig. Luka’s zoon wordt opgeroepen voor het leger. Wanneer hij kort daarna het bericht krijgt dat de jongen werd gevangen genomen, stort zijn wereld in en besluit hij alles te doen wat nodig is om hem terug te krijgen.
Kusturica is nooit de man van de rustige, medidatieve film geweest – een prent van deze man is het cinematische equivalent van een luidruchtig trouwfeest waar iedereen stiepelzat op tafel staat te dansen en een straalbezopen nonkel de hele avond aan je mouw hangt te trekken om gore moppen te vertellen. Waanzin is de normale gang van zaken in een Kusturicafilm, en ook hier krijgen we de ene situatie na de andere die ronduit surrealistisch wordt in z’n krankzinnigheid. Voorbeeld: een voetbalmatch draait uit op een grootschalige rel. Eén van de personages breekt eigenhandig een doelnet af, zodat de mensen die op de grond liggen te vechten vast komen te zitten in het net. Vervolgens raapt hij één van de palen van het doel op en begint ermee op de vechtende mensen in te beuken. Nog eentje: een Servische officier belt naar een Duitse sekslijn en staat zich volop af te rukken wanneer hij een vijandige bom op z’n kop krijgt. ‘Life Is A Miracle’ is lang (155 minuten), luidruchtig, hysterisch en chaotisch. Weet dus waar u aan begint.
Nu is dat natuurlijk wel zo’n beetje de huisstijl van Kusturica geworden: de waanzin van oorlog uitdrukken door letterlijke waanzin op het scherm te brengen – als we de films van deze man mogen geloven, kan geen enkele Bosniër ooit twee straten doorlopen zonder dat er om de één of andere bizarre reden plots een voltallig orkest aan schelle blaasinstrumenten achter z’n kont hangt. Zo gaat dat dan. Maar waar Kusturica die gekte in films als ‘Underground’ nog een duidelijke vorm wist te geven, met een sterke plot die ervoor zorgde dat de prent steeds vooruit bleef gaan, een welbepaalde richting in, blijft de chaos hier lange tijd gewoon chaos. Het eerste uur van ‘Life Is A Miracle’ is een onsamenhangende bende van personages en fragmentarische verhaallijntjes die nergens naartoe gaan. Het is pas daarna dat de film een richting vindt: eens Luka’s zoon is gevangengenomen, krijgen we op z’n minst een herkenbare plot, met situaties die alleszins met een minimum aan logica op elkaar volgen.
Kusturica weet hier naar aloude gewoonte een aantal knappe shots in te werken: een droomscène waarin een bed plots begint te vliegen, is zeer goed aangepakt, evenals de eerder vermelde voetbalmatch, die zich afspeelt in een dichte mist die eerder herinneringen oproept aan oude films over Jack the Ripper. De regisseur is een showman, en ook al kun je jezelf dikwijls niet van de indruk ontdoen dat de persoon die we op het podium zien geen flauw idee heeft waar hij mee bezig is, toch kun je niet ontkennen dat de show zelf goed in elkaar werd gestoken. Zijn technische bekwaamheid, zijn vermogen om een situatie op een creatieve, opmerkelijke manier in beeld te brengen, valt niet te betwijfelen. Het probleem is alleen dat hij niet de discipline heeft om zichzelf wat dan ook te ontzeggen. Als regisseren schrappen is, zoals soms wordt beweerd, dan is Kusturica de uitzondering die de regel bevestigt – dit is een man die het woord “schrappen” niet eens kent. In tegendeel, zijn filosofie is: “jà, dat doen we allemaal en we voegen er nog eens vijf scènes aan toe, nu we toch bezig zijn.” In het geval van ‘Underground’ werkte dat, omdat hij een script had dat op een comfortabele manier ruimte liet voor dat alles. Hier heeft hij dat script niet, en wat geïnspireerd leek toen, lijkt nu enkel overdreven chaotisch en stuurloos.
Nog een traditie die wordt voorgezet, is de voorliefde van de regisseur voor het vrolijk mishandelen van dieren – een ezel wil zelfmoord plegen door zichzelf carrément op de treinsporen te plaatsen in afwachting dat er eens een trein zal langskomen, een hond en een kat maken er een punt van om aanslagen op elkaars leven te plegen en er worden activiteiten met pinguïns gesuggereerd waar ik liever niet teveel over nadenk. Wat zou dat toch zijn met die Kusturica? Is hij ooit aangevallen door een hond of een dolgedraaid lid van GAIA?
‘Life Is A Miracle’ is een dodelijk vermoeiende film, die slechts hier en daar het genie doet vermoeden dat verantwoordelijk was voor ‘Time of the Gypsies’ en ‘Underground’. Ooit wil ik nog eens een film van hem zien waar géén overspannen orkest in rondloopt. Misschien dat ik ‘m dàn weer helemaal serieus kan nemen.
http://www.lifeisamiracle-themovie.com/
Door Dennis Van Dessel 25/06/2004 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
  Dit artikel heeft nog geen reacties. Klik hier om uw mening te geven. 
|