
Regie en scenario: Rémy Belvaux, Benoît Poelvoorde, André Bonzel, Vincent Tavier Met: Benoît Poelvoorde, Rémy Belvaux, Jacqueline Poelvoorde-Pappaert, Jenny Drye e.a. 95 min. / B / 16 jaar / 1992 Het is moeilijk om het je nu nog voor te stellen, maar er was een tijd, een jaar of tien geleden, toen half Vlaanderen schande sprak van wat er wekelijks te zien was in het rariteitenkabinet genaamd “Jambers”. Kansarmen, mensen die in de miserie zaten, die vaak vreselijke dingen hadden meegemaakt of er nog steeds mee leefden, werden op een niet altijd even frisse manier in beeld gebracht. Niet voor het laatst wakkerde er een discussie op over wat mag en wat niet mag op televisie. Wanneer overschrijd je de grenzen van goede smaak en goed fatsoen in naam van kijkcijfers, sensatie en commerce? Een stelletje Waalse onafhankelijke filmmakers, vers van de filmacademie, legden in 1992 de vinger al op de zere wonde met hun satire ‘C’est Arrivé Près De Chez Vous’, een bijtende mockumentary waarin de sensatiegeilheid van de media op een vaak hilarische, soms schokkende manier in kaart werd gebracht. Het verhaal draait rond een cameraploeg die een documentaire draait over Ben (Benoît Poelvoorde), een massamoordenaar die geen onderscheid maakt tussen mannen, vrouwen of kinderen. Zolang ze wat op kunnen brengen, maakt hij ze allemaal af. Zijn motieven zijn simpel (geld), zijn methodes ook: aan het begin van de film zien we hem een dame in een trein wurgen terwijl de camera draait. Vervolgens dumpt hij het lichaam in een kanaal, terwijl hij een vakkundige, afstandelijke uitleg geeft over de correcte manier om een lijk te verzwaren zodat het niet komt bovendrijven. Vanaf het begin wordt er een punt van gemaakt om de aanwezigheid van de cameraploeg constant te benadrukken. Ben bespringt een postbode, sleurt hem mee in een duistere nis en maakt hem af. De ploeg volgt hem, en we horen de regisseur (Rémy Belvaux) roepen dat er niet genoeg licht is. Dat er een mens wordt vermoord, kan hem niet schelen. Zolang ze het maar goed in beeld krijgen. Over de loop van de film zien we hoe de filmmakers steeds meer medeplichtig worden aan de moorden van Ben. Aanvankelijk door niets te doen om hem tegen te houden, vervolgens door geld van hem te aanvaarden om verder te kunnen filmen en daarna door af en toe een handje toe te steken wanneer het nodig is. De vraag die daarmee gesteld wordt, is in essentie of objectieve journalistiek wel mogelijk is. Kun je een onderwerp in beeld brengen zonder automatisch ook een standpunt in te nemen voor of tegen? En is er nog wel een grens die de media niet willen overschrijden in hun zoektocht naar kijkcijfers en publiciteit? Ben wordt afgeschilderd als een soort van omhooggevallen middenstander, die over alles en nog wat zonodig z’n mening moet uiten – hij waant zichzelf een dichter, levert commentaar op de architectuur van de sociale woningen waarin zijn slachtoffers leven en heeft zelfs de pretentie om aan zijn werkmethode een politiek niveau te geven: “Ik pak alleen maar de kleine garnalen,” zegt hij. “Daar kijkt niemand naar om. Probeer een walvis te vermoorden en je hebt meteen Greenpeace en Jacques Cousteau achter je kont. Maar als je een bende kleine garnalen afmaakt, kan het zelfs zijn dat ze je nog helpen inpakken.” Het is pijnlijk duidelijk dat hij continu moeite doet om een show op te zetten voor de filmploeg – hij wil er goed uitkomen. Indien hij niet aan het moorden was geslaan, was hij waarschijnlijk zo’n onuitstaanbare oude zeur geworden die lezersbrieven schrijft naar dag- en weekbladen om te kankeren over al wat hem dwarszit. Iedereen kent dat soort van mensen wel, ze worden vaak beschreven als een typisch Belgisch fenomeen, hoewel ze overal bestaan. Tijdens de eerste helft van de film lijkt ‘C’est Arrivé...’ in de eerste plaats een komedie, zij het dan een pikzwarte. Benoît Poelvoorde komt met een aantal onweerstaanbare one-liners, zoals: “Onlangs heb ik een Marokkaan levend ingemetseld in ’n muur. Met z’n gezicht naar Mekka, natuurlijk.” Politiek correct is het niet, maar grappig is het wel. De functie van die humor is echter bijzonder bedrieglijk: door het publiek te laten lachen, wekken Belvaux en co een vals gevoel van veiligheid, van comfort, enkel om dat tapijt later met veel plezier onder je voeten weg te trekken. De sleutelscène van de hele film is er één waarin we Ben in het midden van de nacht een flat zien binnenstormen, waar hij een koppel vrijend aantreft. We krijgen een jump cut naar enige tijd later – de vrouw wordt brutaal verkracht, terwijl de man verplicht wordt om toe te kijken. Maar de verkrachters zijn in eerste instantie de filmploeg, en daarna pas Ben. De medeplichtigheid van de ploeg heeft een hoogtepunt bereikt en het gelach in de zaal verstomt. Opeens is het niet meer grappig. Op dat moment maakt de film in feite een bocht van 180 graden: alles waarmee we eerder zaten te lachen, al dat geweld, wordt nu ontmaskerd voor wat het werkelijk is. Het wordt ons plotseling allemaal opnieuw in het gezicht gesmeten, alsof de filmmakers ons een beschuldigende vinger toesteken – dit is waar jullie daarnet nog mee zaten te lachen. Het gevolg is dat je als publiek bijna een gevoel krijgt alsof je zelf medeplichtig bent. Het comfortabel gevoel is verdwenen, en komt ook niet meer terug – het geweld escaleert, wordt steeds grimmiger en de film eindigt dan ook op de enige mogelijke manier. Twaalf jaar later blijft ‘C’est Arrivé...’ een uitzonderlijk relevante film. De tv heeft zichzelf meer dan ooit de vrijheid toegeëigend om eender wat in beeld te brengen, zolang ze er maar mee scoren. Onlangs zag ik op het VTM-nieuws één van de ankers voor dat enorme scherm staan, waarop beelden te zien waren van mensen die levend uit een enorme brand geraakt waren. De lens van de camera drukte haast tegen hun neus, en in een hoek van het scherm was een kadertje te zien met het aantal dodelijke slachtoffers. Het enige dat er nog aan ontbrak, was een tellertje dat versprong met elke nieuwe dode. Nieuwswaarde is allemaal goed en wel, maar in de eerste plaats moet het schijnbaar entertainment blijven. Die hyena-mentaliteit van de media en onze eigen fascinatie met dat soort van programma’s en nieuwsverhalen, worden in deze film op een genadeloze manier aan de kaak gesteld. ‘C’est Arrivé...’ is een film die nergens compromissen maakt en die (in tegenstelling tot andere prenten met gelijkaardige thema’s zoals ‘Natural Born Killers’) ook nergens excuses zoekt voor het geweld dat getoond wordt. Met andere woorden: het is grote cinema.
Door Dennis Van Dessel 16/05/2004 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (5) van anderen of geef uw mening
|