home muziek besprekingen film besprekingen concert besprekingen evenementen sites forum nieuws zoeken
Barry Lyndon


Regie en scenario: Stanley Kubrick
Met: Ryan O’Neal, Marisa Berenson, Patrick Magee, Hardy Krüger, Steven Berkoff e.a.
175 min. / UK / Alle leeftijden / 1975

Stanley Kubrick heeft lange tijd rondgelopen met plannen voor een Napoleonfilm – nadat hij ‘2001’ had afgewerkt, spendeerde hij een jaar aan het scenario, het zoeken naar locaties en het casten van de acteurs. Maar vanwege financiële redenen werd het project voortijdig afgeblazen. Kubrick bleef achter met een immense hoeveelheid research over de periode en nog steeds de wens om een kostuumdrama te maken. Die wens wordt tegenwoordig vaak toegeschreven aan de slechte ervaringen die Kubrick had gehad tijdens het maken van ‘Spartacus’ – hij wilde wraak nemen op het genre, door ditmaal wél zijn eigen film te maken, die hij helemaal onder controle had. Een film die duizendmaal beter was dan ‘Spartacus’, dat spreekt voor zich.

Na het falen van ‘Napoleon’ ging Kubrick dan maar ‘A Clockwork Orange’ maken. Eens die film, in een golf van controverse, de zalen bereikte, besloot hij alsnog een historische film te maken waarvoor hij zijn research zou kunnen gebruiken, en hij begon dan ook literaire werken uit ruwweg die periode op te zoeken om een bronverhaal te vinden. ‘The Luck Of Barry Lyndon’ was een relatief onbekende roman van William Makepeace Thackeray, die veel beter bekend was voor zijn epos ‘Vanity Fair’. In 1975 kwam Kubricks verfilming uit.

Barry Lyndon, hier gespeeld door Ryan O’Neal (destijds een grote ster), is een Ierse jongeman uit een verarmde familie die schijnbaar zijn hele leven slijt met een troosteloze blik op z’n gezicht. Na een duel met een Engelse officier is hij verplicht om te vluchten uit zijn thuisstadje, en gedurende de volgende drie uur zien we hem diverse pogingen ondernemen om het fortuin te vergaren dat volgens hem de enige garantie op geluk zal bieden. Hij wordt overvallen door struikrovers, gaat in het leger en vecht mee in de Pruissische oorlog, deserteert, wordt opgepakt en verplicht dienst te doen als spion, hij wordt een beroepsgokker die de mensen bedriegt waar ze bijstaan en uiteindelijk kiest hij voor de ouderwetse weg naar de kassa: hij trouwt met een rijke dame, Lady Lyndon.

Die samenvatting, die overigens enkel de eerste helft van de film bestrijkt, belooft op het eerste zicht een avonturenfilm, vol actie, heldendaden en suspense, maar dat is dan buiten het ijzig rustige tempo gerekend dat Kubrick erop nahoudt. De regisseur wilde hier een periodefilm maken die niet alleen visueel de achttiende eeuw tot leven wekte, maar ook emotioneel. De meeste films kijken met een duidelijk hedendaagse mentaliteit naar het verleden. Kubrick wilde een film maken die de grenzen van die verleden tijd niet doorbreekt. Een film die in feite in die tijd gemaakt had kunnen worden, indien men toen al film had. Net zoals de schilderijen die hem inspireerden vanuit die tijd over die tijd praatten, wilde hij dat doen in ‘Barry Lyndon’. Waar dat in de praktijk op neerkomt, is dat de film aan een tergend langzaam tempo voorbijschrijdt. Het is een zeer statische prent, waarin alle elementen die eventueel een opwindend avontuur hadden kunnen vormen, naar de achtergrond verdrongen worden. Het leven toen ging langzaam, voor alles was er een uitgebreide etiquette, de manier van converseren, van dagelijke interactie, was heel wat formeler dan nu. En dat alles vertraagt het tempo tot een slakkegangetje. Neem bijvoorbeeld een scène vroeg in de film, waarin Barry overvallen wordt – zijn belager spreekt hem zo beleefd, omstandig en formeel aan dat het bijna lijkt alsof er een zakelijke transactie tussen twee heren wordt afgehandeld. En zo zijn we – letterlijk – weer vijf minuten verder in de film, voor een gebeurtenis die naar de maatstaven van elke hedendaagse avonturenfilm nauwelijks één minuutje zou mogen duren.

Dat tot leven brengen van de periode uit zich uiteraard het duidelijkst in de visuele vormgeving ervan – ‘Barry Lyndon’ is Kubricks meest visueel uitgepuurde film. Er is een speciaal soort van lef voor nodig om in een verhaal dat zich in de 18de eeuw afspeelt, continu gebruik te maken van een zoomlens, maar dat is wel wat hij doet. En het voelt niet geforceerd aan, omdat hij in zijn kadrering altijd trouw blijft aan de periode. Hij vertrekt en eindigt altijd bij een symmetrisch beeld dat je zo uit de film zou kunnen knippen en aan de muur zou kunnen hangen. Bovendien gebruikte Kubrick een speciale lens, oorspronkelijk ontworpen door NASA voor fotografie in de ruimte, waarmee hij bij louter kaarslicht kon filmen. Dat was de eerste keer dat dat iemand lukte en hoewel deze veeleisende technieken Kubricks medewerkers vaak waanzinnig maakten van frustratie, is het resultaat ronduit adembenemend. Kubrick toont zich hier een meesterlijke verteller van visuele verhalen – hij introduceert zelfs een verteller in het verhaal, die op een droog toontje de plotpunten samenvat waar dat nodig is, zodat hij minder reguliere dialoog zou moeten invoegen. Kubrick wil hier geen dialogen gebruiken waar dat niet absoluut noodzakelijk is: de visuele ervaring moet centraal staan.

Het gevolg van dat alles was dat ‘Barry Lyndon’ aanvankelijk als een klinische, ijskoude film werd ervaren, langdradig en saai. Bij een eerste visie kan dat lijzige tempo inderdaad storend werken, maar zoals wel meer Kubrickfilms, is ook dit er eentje om meerdere keren te bekijken. De schoonheid van de beelden, het vindingrijk gebruik van de muziek en de emotionele spanning die hier en daar tóch naar boven komt (zo melkt Kubrick schaamteloos de dood van Barry’s zoontje uit tot een ellenlange scène), bekruipen je langzaam maar zeker.

Ryan O’Neal is één van de weinige acteurs die zodanig getraumatiseerd was door zijn moeizame samenwerking met Kubrick, dat hij er nog steeds niet graag over praat. Wanneer hij dat wel doet, heeft hij niet veel positiefs over de film te zeggen. Hij werd door de regisseur continu verplicht om minder te geven, om nog onderkoelder te gaan spelen, tot er helemaal niets meer overbleef. Dat understatement werd een stijl apart voor Kubrick, net zoals hij er in andere films niet bang van was om zijn acteurs schaamteloos te laten overacteren (kijk maar naar Jack Nicholson in ‘The Shining’). Kubricks motto was: it may be real, but is it interesting? Hij wilde tegen deze tijd in zijn carrière al lang geen strikt naturalistische acteerprestaties meer – hij wilde iets dat bijna realistisch leek, maar het nét niet was.

Over de loop der jaren is voor ‘Barry Lyndon’, net als voor zovele Kubrickfilms, een zekere herwaardering gekomen. Mensen bekijken hem opnieuw, ontdekken dingen die ze eerder niet zagen en de algemene mening verschuift. Voor ‘The Shining’, ‘Full Metal Jacket’, en tegenwoordig ook al een beetje voor ‘Eyes Wide Shut’ gebeurde hetzelfde. Dit statische portret van het leven van een immorele bedrieger in de 18de eeuw blijft een minder bekende Kubrick, maar niettemin een volbloed Kubrickfilm.

Door Dennis Van Dessel 10/04/2004 - categorie : movie - Afdrukken

verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook

 Lees de reacties (7) van anderen of geef uw mening

Blader in ons volledig archief
Film van de week

The Killer Inside Me
American nightmare
Featured
The Killer Inside Me
American nightmare
Du Rififi Chez les Hommes (Rififi)
De opa van de heist movies
The Sorcerer's Apprentice
Te weinig Fantasia
It Happened Here
Mentioning the war
The Battle of Algiers (La Battaglia di Algeri)
The war on terror: the prequel
© Copyright Digg*    Contact*    Redactie*    About Digg*    Privacy*    Adverteren*    Webdesign* by T-kila...
eXTReMe Tracker
cached on 03.09.2010 11:24:04  Page generated in 0.398 seconds.