
Regie: James Ivory Scenario: Ruth Prawer Jhabvala Met: Naomi Watts, Kate Hudson, Thierry Lhermitte, Melvil Poupaud, Glenn Close, Stockard Channing, Sam Waterston, Matthew Modine, Stephen Fry 117 min / USA-Frankrijk/ 2003
Gebruikelijk zal het wel niet zijn, maar voor we iets dieper ingaan op deze nieuwe film van James Ivory, maak ik graag wat tijd en ruimte om Naomi Watts in de bloemetjes te zetten: moest er bij de uitreiking van de Academy Awards een aparte categorie bestaan voor “meest overtuigende huilscène”, dan had deze in Australië opgegroeide Engelse al minstens twee beeldjes op haar schouw mogen zetten: voor ’Mulholland Drive’, waarin ze in een kil theater bittere tranen plengde op een Spaanse versie van Roy Orbisons ‘Crying’ en van uw dienaar onmiddellijk een onvoorwaardelijke fan maakte, en al helemaal voor ’21 Grams’, waarin ze een huilbui evoceerde die er in slaagde zelfs de meest gevoelloze stijve hark murw te slaan. Verdriet is waarschijnlijk de moeilijkste emotie om op het grote scherm op het publiek over te dragen – neen, de truc van de dode kat helpt meestal niet – en Watts beheerst die kunst akelig goed. Zodanig goed dat we in het vervolg een doos tissues de bioscoop insmokkelen als haar naam op de affiche voorkomt.
Watts’ reputatie als het aankomt op het vertolken van sterke, maar door het leven geteisterde vrouwen is haar ondertussen vooruitgesneld, en zo komt het dat ze ook in Ivory’s ‘Le Divorce’ gestalte mag geven aan een freule die onder de omstandigheden bezwijkt. Het grote verschil met bovengenoemde films is dat ze hier rondloopt in een prent die te veel met zijn eigen tekortkomingen sukkelt om overtuigend over te komen.
Watts speelt Roxeanne de Persand, een Amerikaanse, maar in Parijs residerende dichteres wiens echtgenoot Charles-Henri(Melvil Poupaud) haar van de ene dag op de andere laat zitten voor een jonger exemplaar en haar opzadelt met de exclusieve zorg voor hun dochter en haar zwanger buikje. In comes haar halfzus Isabel (Kate Hudson), die vanuit de States komt overgevlogen om haar radeloze bloedverwant een handje toe te steken. Zij is een vrijgevochten, mooie jonge vrouw die in de Franse hoofdstad – voor Amerikanen en in mindere mate ook voor de nuchtere Europeanen nog steeds het epicentrum van de romantiek – het geluk en de liefde zoekt en die ook vindt in de persoon van Edgar Cosset, de oom van Roxeannes echtgenoot, een politicus die bij tijd en wijlen wel eens een groen blaadje lust. Na een aantal weken blijkt dat Roxeannes scheiding een ware kruistocht zal worden. Haar ex is zich niet alleen van geen kwaad bewust en belaadt haar met alle schuld, zijn familie (een verzameling hardnekkige bourgeois) wil ook hun deel van een schilderij dat Roxeanne vanuit de States meebracht, een afbeelding van de heilige Ursula die door schatters aan een grootmeester wordt toeschreven en zodoende een fortuin waard is. Ondertussen wordt ze achtervolgd door de psychisch belaste echtgenoot van het nieuwe lief van Charles-Henri en steekt haar familie de oceaan over, op het eerste zicht meer om de opbrengst van de verkoop van het schilderij te verzekeren dan om hun emotioneel gekastijde dochters uit de nood te helpen.
Producer Ismael Merchant en regisseur James Ivory vormen al sinds mensenheugnis een onlosmakelijke tandem, die vooral excelleert in met intriges, standenverschillen, etiquette en romantiek doorspekte kostuumdrama’s. Met ‘Le Divorce’ doen ze een vrijwel volledig mislukte poging om de grandeur van soms beklijvende korsettenfilms als ‘Room with a View’, ‘Howard’s End’ en ‘The Remains of the Day’ te transponeren naar een hedendaagse setting.
Die mag er wel zijn, natuurlijk. Als er één plaats in de wereld is die tegelijk aan het oog als aan het hart appelleert, dan wel de Franse hoofdstad, die door Ivory gevat wordt in vaak idyllische plaatjes. Je moet dan ook al een enorme klooier zijn om met een dergelijk décor helemaal niets aan te vangen.
Hoewel de actie in ‘Le Divorce’ zich in een totaal ander tijdperk voltrekt, blijft het uitgangspunt hetzelfde als dat van voornoemde films: de botsing van standen (hier ook culturen), het maniakaal focussen op verschillen in taal en maniertjes, de prominente rol die liefde en romantiek krijgen toebedeeld. Op deze niveaus slaagt ‘Le Divorce’ er soms in om voldoening te geven: de manier waarop Edgars vrouw de maîtresse van haar man quasi zonder aarzeling als familie beschouwt, de wijze waarop Roxeannes ontrouwe echtgenoot de schuld op zijn ex projecteert en de zachte, maar stevige hand waarmee de op etiquette gestelde moeder haar matriarchie én familie in stand wil houden, zouden typisch Frans moeten zijn, net zoals hun terughoudendheid om financiële zaken in het openbaar te bespreken. De Amerikaanse protagonisten – behalve de naar een houvast zoekende Isabel - putten zich dan weer uit om traditionele waarden als het huwelijk en de liefde centraal te stellen en zijn nauwelijks beschroomd om het over het welzijn van hun bankrekening te hebben. Net zoals in eerder werk van Ivory, komen die verschillen gemakkelijkst naar boven drijven tegen een decor van tafels met copieuze maaltijden. Blijkbaar is het gemakkelijker om standen- en cultuurverschillen te belichten als er eten in beeld wordt gebracht. In hun époquefilms kwamen Merchant en Ivory daar gemakkelijk mee weg – in die tijden had de bourgeoisie weinig meer om handen dan eten en slapen – maar in een prent die zich in onze drukke, moderne tijden afspeelt, komt dat nogal belachelijk over.
Ruth Prawer Jhabvala, sinds jaar en dag de vaste scenariste van Ivory, bijt zich bovendien de tanden stuk op het grote aantal volstrekt oninteressante nevenpersonages die in ‘Le Divorce’ doelloos over het scherm heen en weer lopen. We begrijpen dat het de bedoeling was dat de schrijfster die Glenn Close neerzet een louterende functie moest hebben, maar het is overacting die haar vertolking de das omdoet, een “stijl” die de actrice door de jaren heen tot een handelsmerk heeft gemaakt. En wat te denken van Matthew Modine, die als bedrogen minnaar de ondankbare taak heeft om de hoofdrol op te eisen in de meest overbodige scènes in de film, waarvan die op de Eiffeltoren qua absurditeit zowel letterlijk als figuurlijk de hoogste toppen scheert. Neen, dan hadden de beide vrouwelijke hoofdrollen eerder uitdieping verdiend, al moet het gezegd dat zowel Watts (met alweer enkele memorabele huilscènes!) en Hudson zich met de nodige grandeur weten staande te houden in een film die volledig naar de bliksem wordt geholpen door een gebrek aan cohesie, aan een echt duidelijk “onderwerp” ook.
Reken bij bovenstaande mankementen gerust het weinig transparante tijdsverloop – het besef van tijd komt er pas écht wanneer je de zwangere buik van Watts in de gaten houdt - en het soms erg misplaatste gebruik van symboliek (het Grace Kelly-tasje!), dat soms kant noch wal raakt.
Wat rest zijn goede, voldragen acteerprestaties – we bannen even de bijdragen van Close en Modine uit het geheugen – en een vaak oogstrelende fotografie. Maar voor een film met de signatuur Merchant/Ivory is dat gewoon véél te weinig. En wat Naomi Watts betreft: als ze nog eens moeite heeft om haar tranen langs de wangen te laten biggelen, dan moet ze gewoon aan deze onoverzichtelijke puinhoop van een film denken.
Door Prof. Joost 13/03/2004 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
  Dit artikel heeft nog geen reacties. Klik hier om uw mening te geven. 
|