
Regie: Joe Carnahan Scenario: Joe Carnahan, Brian Bloom, Skip Woods Met: Liam Neeson, Bradley Cooper, Sharlto Copley, Quinton ‘Rampage' Jackson, Jessica Biel, Patrick Wilson e.a. 121 min. / USA / 2010 Tyler Durden kon het mooi uitleggen in ‘Fight Club': "You are not a demographic", klonk het uit zijn megafoon, maar natuurlijk zijn we dat allemaal wel. Iedereen behoort tot een marketinggroep, hoewel het wel zo netjes is om je daar tegen te verzetten, al was het maar voor de vorm. Mijn eigen demographic: midden-tot-late twintigers die verondersteld worden om behoorlijk kapitaalkrachtig te zijn (hoewel dat fameus tegenvalt, believe you me), maar nog geen kinderen te hebben, zodat ze veel geld overhouden voor allerhande hebbedingetjes. Aan mij en mijn leeftijdsgenoten probeert men alles te verslijten waar je zogezegd grieten mee kunt versieren (breng snel nog een retro-auto op de markt!) of allerhande technologische prullen die je nergens voor nodig hebt, maar die gewoon handig inspelen op ons collectief boys with toys-complex (zoals daar zijn: de iPhone, de iPad en de iDontneedthis). Dat en eighties nostalgia. Màn, wat proberen ze de laatste jaren te incasseren op onze heimwee naar de jaren tachtig. In muziek, mode en films is het decennium van Reagan en JR weer helemaal terug. Het meest recente bewijs: de filmversie van ‘The A-Team', de tv-serie die u zich allemaal herinnert omdat ze in de beginjaren van VTM vertoond werd, vlak na de Kinderclub met Lynn Wesenbeek. (Op maandag was het trouwens altijd dubbele fun, omdat er dan 's avonds na Videodinges ook ‘MacGyver' was - en waar blijft de filmversie daarvan?) Kortom, ik ben ook maar lid van een doelgroep, net als iedereen, en een vaag terugverlangen naar die tijd, dat themamuziekje, die jeep die overkop ging en het vrolijk consequentieloze geweld, is ook mij niet vreemd. Dat verklaart wellicht waarom ik me zo geamuseerd heb met ‘The A-Team', ondanks z'n overduidelijke gebreken als film. Dit is de ultieme boys with toys-film, maar dan wel met toys die zo'n honderd miljoen dollar hebben gekost en dan ook navenant cool zijn wanneer ze ontploffen. Het verhaal is eigenlijk irrelevant, maar als je voorbij de vliegende tanks en zinkende vrachtschepen kunt kijken, zul je merken dat er één is. Min of meer dan toch: het komt er op neer dat Hannibal Smith (Liam Neeson), Face Peck (Bradley Cooper), B.A. Baracus (Quinton ‘Rampage' Jackson) en Howling Mad Murdock (Sharlto Copley, van ‘District 9') vier elitesoldaten zijn die aan het einde van hun dienst in Irak de opdracht krijgen om de drukplaten voor valse Amerikaanse dollars te recupereren. De opdracht loopt mis, het A-Team wordt verraden en voor ze het weten, worden ze er van beschuldigd hun overste te hebben vermoord en zelf de platen achterover te hebben gedrukt. Het team vliegt de bak in, maar uiteraard duurt het niet lang voordat ze daar weer pleite zijn om hun naam te zuiveren en er en passant voor te zorgen dat er nergens snode Arabieren valse dollars kunnen fabriceren. Komen ook nog kijken: Jessica Biel als overheidsagente die (uiteraard) een boontje heeft voor Face en Patrick Wilson als slijmerige CIA-agent. Maakt niet uit. In principe valt het hele verhaal van ‘The A-Team' samen te vatten door het openingstekstje dat je steeds hoorde aan het begin van elke aflevering van de tv-serie: In 1972, a crack commando unit was sent to prison by a military court for a crime they didn't commit. They promptly escaped from a maximum security stockade to the Los Angeles underground. Today, still wanted by the government, they survive as soldiers of fortune. If you have a problem, if no-one else can help, and if you can find them, maybe you can hire the A-Team. Vervang "1972" door "2009" en Los Angeles door locaties als Frankfurt en je bent er wel zo ongeveer. ‘The A-Team' is een franchise starter die twee uur lang toewerkt naar het uitgangspunt van de serie, waardoor de details (welke misdaad zouden ze gepleegd hebben, wie was er echt verantwoordelijk) uiteindelijk willekeurige variabelen zijn in de optelsom. Waar het over gaat, is dat ze aan het einde samen ontsnappen, op de vlucht voor de autoriteiten, klaar om het ene avontuur na het andere te beleven, tot het publiek het ooit beu wordt. Regisseur van dienst is Joe Carnahan, die in 2002 Hollywood werd binnengehaald met het flikkendrama ‘Narc'. Uit die film werd duidelijk dat Carnahan héél graag de volgende Tarantino of Scorsese wilde worden, zonder dat hij daar al klaar voor was. Ondertussen bleef de grote doorbraak uit, waardoor ‘The A-Team' waarschijnlijk het beste en het slechtste was dat hem kon overkomen. Het beste, omdat hij nu eindelijk een film heeft gemaakt die geld opbrengt (wat altijd handig is als je wilt blijven werken), en het slechtste omdat hij elk greintje eigenheid dat hij had, uiteraard heeft moeten inleveren toen hij tekende om deze studio blockbuster te maken. Is het een leuke studio blockbuster? Best wel. In tegenstelling tot de meeste actiefilms van de laatste jaren, voelt Carnahan in ieder geval niet de behoefte om zichzelf dodelijk serieus te nemen (nog ‘Robin Hood', iemand?). De tong zit stevig in de kaak, en het sfeertje is luchtig zonder dat er overdreven wordt met de knipoogjes. Er wordt dus goddank niet van ons verwacht dat we plots de psychologische trauma's van B.A. Barracus serieus gaan nemen - lord knows wat Christopher Nolan hiermee zou hebben aangevangen. Het verhaal wordt niet samenhangender van die leutige sfeer, maar je zou er nog van opkijken hoeveel je een film wilt vergeven als je merkt dat de makers er zelf ook maar een beetje mee zitten te lachen. Net zoals de acteurs dat doen - de cast weet een goede toon te treffen, die ironisch is zonder kluchtig te worden. Ze weten dat het allemaal onnozel is, maar ze houden zich net serieus genoeg opdat de gemiddelde twaalfjarige het niet door zou hebben. Uitschieters zijn Sharlto Copley als Murdock (hoewel zijn rol daar natuurlijk ook voor ontworpen is) en een verrassende Patrick Wilson als slechterik. Hij lijkt geen vanzelfsprekende keuze voor zo'n rol, maar de manier waarop hij CIA-schurk Lynch neerzet als een groot, venijnig kind, is echt lollig. Voornaamste punt van kritiek - maar dat is er dan ook één dat kan tellen - is de rommelige manier waarop de actie in beeld wordt gebracht. Carnahan laat zich verleiden tot al de typische onhebbelijkheden van recente actiefilms: één en al close-ups, aangevuld met een supersonisch snelle montage, zodat je geen flauw idee hebt wie zich waar bevindt of wat er aan de gang is. De regisseur probeert dat probleem gedeeltelijk op te lossen door over en weer te monteren tussen de actie zelf en de scène waarin Hannibal het plan uitlegt, zodat we als het ware gaandeweg een verklarende commentaar krijgen bij wat we zien. Leuk idee, maar een wide shot hier en daar zou veel meer hebben uitgehaald. Met chaotische actiescènes en een nog chaotischer verhaal (waar ging heel die openingssequens in Mexico nu precies over?) kun je ‘The A-Team' eigenlijk onmogelijk goeie cinema noemen. Maar de zelfrelativerende toon werkt ontwapenend en de acteurs sleuren het hele ding over de eindmeet. Twee bollen en half voor de film zelf, plus een halfje uit nostalgie. Maar voor de onvermijdelijke sequel mogen ze gerust iemand zoeken die wat meer kaas heeft gegeten van choreografie.
Door Dennis Van Dessel 21/06/2010 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (15) van anderen of geef uw mening
|