
Regie: Mike Newell Scenario: Boaz Yakin, Doug Miro, Carlo Bernard, naar een verhaal van Jordan Mechner Met: Jake Gyllenhaal, Gemma Arterton, Ben Kingsley, Alfred Molina e.a. 116 min. / USA / 2010 Voor Digg*ers van: ‘The Mummy', ‘Indiana Jones', ‘Pirates of the Caribbean', ‘Flash Gordon' Uit de Bruckheimer-stal - een allesvernietigende pletwals van bombast en ontploffingen die met elke nieuwe lavaoprisping ook een nieuwe franchise à la ‘Pirates of the Caribbean' uitspuwt - kwam onlangs nog het tamme ‘Prince of Persia: The Sands of Time' gerold. Of wat zeggen wij: geklauterd, geslingerd en gesprongen, om na een koprol, een salto, een dubbele schroef en een tijgersprong in grandioze spagaat in uw dichtstbijzijnde cinemacomplex te belanden. Van al die acrobatie zal u echter vooral een stekende koppijn overhouden: van een degelijk scenario, een steekhoudend verhaal of een effectieve, laat staan eigenzinnige, regie is geen sprake. Wel biedt ‘Prince of Persia' een videogameadaptatie die in het genre nog enigszins geslaagd kan worden genoemd, maar aangezien dat nu eenmaal een compliment is van het genre ‘gefeliciteerd met het winnen van die lelijke-mensen-wedstrijd!', mag u vooral onthouden dat de film er ook uitziet als een lelijke Xbox-game. Na een onnozel tekstje over "destiny" - toen wij al een zuchtend ‘what-eveeer' door de cinema lieten schallen - gaan we meteen over naar het mythische Perzië. Hier zien we hoe de koning tijdens een uitstapje naar het marktplein getuige is van de moed van de jonge wees Dastan. Zoals dat nu eenmaal gaat met beroemdheden die geconfronteerd worden met schattige wezen, adopteert hij de lenige knul. Vijftien jaar later is prins Dastan (Jake Gyllenhaal) een impulsieve, maar nog steeds stoutmoedige en uiterst plooibare jongeman. Tijdens de aanval op de heilige stad Alamut zorgt hij eigenhandig voor de overwinning en te midden van de schermutselingen komt hij in het bezit van een mysterieuze dolk. Dan loopt een en ander grondig mis. De mantel die hij als geschenk aan zijn vader geeft, blijkt vergiftigd te zijn en Dastan wordt vogelvrij verklaard. Samen met de beeldschone prinses Tamina (rising star Gemma Arterton) weet hij te ontsnappen en al snel leert hij het geheim van zijn dolk. Die kan namelijk de sands of time manipuleren, en aangezien het terugdraaien van de tijd een gegeerd trucje is in het arsenaal van elke superschurk, wordt hij al snel achternagezeten door een hele horde booswichten. Al is vaak niet duidelijk wie of waarom. Maar passons. Er is gelukkig geen spoor van een religieuze context en we krijgen hier dus het sprookjesachtige Iran dan wel Irak uit de verhalen van duizend-en-één nacht en ‘The Thief of Baghdad', compleet met vrolijke stereotypes en bordkartonnen booswichten. De camera haalt vaak even opzichtige toeren uit als menselijke elastiek Dastan, met veel ronddraaiende shots op grote hoogte, gevolgd door een flitsende jump - heel erg ‘Assassin's Creed' allemaal. Die onnodig flashy, videogameachtige stijl van filmen kan dan wel storen, maar dat neemt niet weg dat ‘Prince of Persia' op haar best al eens doet denken aan ‘Indiana Jones' (de laatste wel, spijtig genoeg) of - iets bescheidener - ‘The Mummy'. Soms heeft deze avonturenfilm dus wel een zekere beperkte charme. Komen roet in het eten strooien: de schreeuwerige CGI, een debiele booswicht en een verhaal vol plotgaten dat naar het einde toe dan ook nog eens volledig ontspoort. Toch een kleine rechtzetting: Jake Gyllenhaal - bijna universeel uitgelachen als machistische actieheld - doet dat lang niet slecht, wat u ook gelezen heeft. Puppy eyes straalt een bepaalde guitigheid, een charmant je-m'en-foutisme uit dat wat doet denken aan Chris Pine in het onvolprezen ‘Star Trek' en dat in een betere film ongetwijfeld beter tot zijn recht was gekomen. Slechte dialogen en een verwarrend narratief (Eh? Wáár is hij nu ineens?) zetten echter meteen een domper op de vreugde en smoren de chemie die er potentieel zou kunnen zijn tussen Gyllenhaal en de absurd knappe, misschien niet ongetalenteerde, maar hier in een volslagen kutrol vastzittende Gemma Arterton al op voorhand in de kiem. Ben Kingsley en Alfred Molina staan - spoiler alert - dan weer te schmieren dat het geen naam heeft; de eerste als stiekeme (prijs voor minst onverwachte plottwist van het jaar) slechterik en de tweede als ietwat dommige en hebzuchtige goedzak. Bij Molina werkt dat wel - hij doet soms denken aan Jonathan Rhys-Davies uit de originele ‘Indiana Jones'-trilogie - maar bij Kingsley zit de tongue zo ver in cheek dat hij tegen het einde van de prent bij wijze van spreken aan zijn eigen oorlel aan het likken is. 't Is geen goeie film, Ben, we weten het, en we zien dat jij het ook weet. Point taken. Hij brengt nog net niet zijn vingertoppen bij elkaar om één wenkbrauw kwaadaardig op te trekken en het op een onbedaarlijk (edoch sadistisch dan wel dreigend) lachen te zetten. Max von Sydow zette in de vroege jaren '80 een meer genuanceerde slechterik neer als Ming the Merciless in ‘Flash Gordon'. Mike Newell regisseert ‘Prince of Persia' op zijn eigen kleurloze manier: producer-approved en zonder een greintje lef. Het is echter het debiele scenario dat de film uiteindelijk de meeste punten kost. Enkele charmante momentjes en een grotendeels genietbare cast kunnen daar niets aan veranderen. In de tweede helft van de film wordt alle subtiliteit het raam uitgekeild en wordt de hele productie letterlijk en figuurlijk omver gewaaid door de lelijke CGI-zandstormen van de Bruckheimer-fabriek. Enfin, het had erger kunnen zijn, maar vooral ook veel beter. De bigger, faster, louder-sequel zal ons gelukkig waarschijnlijk gespaard blijven, want de prent flopte aan de Amerikaanse kassa's. Voor een stevige portie zomergeweld staat ons geld nog steeds op ‘The A-Team' en ‘The Expendables'. Deze mag u gerust overslaan.
Door Vincent Van Peer 07/06/2010 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (2) van anderen of geef uw mening
|