
Regie: Lee Daniels Scenario: Geoffrey Fletcher Met: Gabourey Sidibe, Mo'Nique, Mariah Carey, Paula Patton e.a. 112 min. / USA / 2009
Voor Digg*ers van: 'Monster's Ball' en 'Jambers' in zijn glorietijd
Het schijnt een soort van natuurwet te zijn dat er elk jaar tussen de Oscarvangst wel één film zit waarvan je je afvraagt: "hoe is dit onding ooit genomineerd geraakt?" Verleden jaar was dat ‘The Reader', en nu valt die twijfelachtige eer te beurt aan Lee Daniels' film ‘Precious'. Dat het zover gekomen is, kunnen we voor een groot deel toeschrijven aan Oprah Winfrey. De almachtige talkshow-presentatrice, mediamagnate, do gooder en eigenares van uitstekend bespringbare sofa's (ja Tom, we zijn dat nog niet vergeten!) zag de film terwijl die de ronde van de festivals deed, en was blijkbaar behoorlijk onder de indruk. Ze zette haar gewicht en haar bankrekening achter de promotie van ‘Precious' en hier zijn we dan: de film werd een indie hit, won elvendertig prijzen en maakt op het moment van schrijven kans op zes Oscars. Een mens kan zich afvragen hoe het de prent zou vergaan zijn zonder de hulp van La Winfrey - straight to dvd, vermoeden we. Of op z'n minst zou er ergens iemand het lef hebben gehad om de voor de hand liggende vraag te stellen: "wat moet dit doordeweeks melodrama nu eigenlijk zo speciaal maken"? Gabourey Sidibe speelt Claireece Precious Jones, een zestienjarig zwart meisje dat (haal alvast even diep adem en zet je schrap) extreem zwaarlijvig is, al voor de tweede keer zwanger is van haar vader, niet kan lezen of schrijven, regelmatig tv's en ander meubilair naar haar hoofd gesmeten krijgt door haar moeder, een eerste kindje heeft dat lijdt aan het syndroom van Down en nog eens HIV-positief is ook. Wat zegt u me daarvan? Gelukkig voor Precious grijpt haar school op een bepaald moment in: ze wordt naar een speciale klas gestuurd voor kinderen met leerachterstand, en onder impuls van een sympathieke leerkrachte (Paula Patton) weet ze min of meer uit het dal te kruipen waar ze zich in bevindt. Schrijfster Sapphire (ik koester overigens een aangeboren wantrouwen tegenover mensen die hun echte naam niet gebruiken, doch dit geheel terzijde), weet in principe wel waarover ze praat. Begin jaren negentig werkte ze zelf als lesgeefster voor probleemleerlingen in Harlem, en in interviews heeft ze al vaak laten weten dat de situaties in ‘Precious' afkomstig zijn van haar ervaringen daar. Wat ik best wil geloven, maar het probleem met de film is dat al die verschillende problemen die ze daar tegenkwam, worden geprojecteerd op één personage. Sapphire heeft alle miserie die ze toen heeft gezien op een hoop gegooid en toebedeeld aan één figuur, die werkelijk het gewicht van de wereld op haar schouders draagt. Je zult maar eens én moddervet zijn, én verkracht worden door je vader, én geslagen door je moeder, én zwanger, én HIV-positief, én ongeletterd en ga zo maar door. In een poging iets reëels te zeggen over het leven van kansarmen in de VS, heeft Sapphire een wankele toren aan sociale problemen gecreëerd, die uiteindelijk met een luide knal instort. De miserie wordt er zelfs zo dik opgesmeerd, dat het soms onbedoeld lachwekkend wordt. Wat dacht u van deze: de moeder van Precious kan haar dochter wel villen omdat haar man liever aan Precious frunnikt dan aan haar. "Jij weet niet wat je aan een man moet geven, bitch!," gilt ze naar haar dochter, kort nadat ze een glas naar diens schedel heeft gesmeten. Later in de film doet ze dat nog eens over met een bloempot en zelfs een televisietoestel. (Die laatste scène, gefilmd in nadrukkelijke slow motion, riep vage herinneringen op aan de onvolprezen slapstick-serie ‘Bottom', maar dat kan ook aan mij liggen.) Nog eentje: het mentaal gehandicapte kindje van Precious wordt alleen maar in huis gehaald wanneer de sociaal werkster langskomt, om de indruk van een functionerend gezin te geven. De rest van de tijd is het aan de oma van Precious om er voor te zorgen. Zo gauw de sociaal werkster verdwenen is, smijt Precious' moeder het kind letterlijk van haar schoot, met de woorden: "get this motherfucker off of me!" En dan nog de clou: ze noemen het kind Mongo. Nee, echt! Er is een verschil tussen het simpelweg oplijsten van alle mogelijke problemen van mensen aan de marge van de maatschappij, en effectief iets zinvols zeggen over die mensen. ‘Precious' had waarschijnlijk beter gewerkt als de makers (of in eerste instantie Sapphire) één of twee problematieken hadden uitgekozen, en die dan verder hadden uitgewerkt. Je weet wel, de problemen in hun context plaatsen, de nuances van het verhaal opzoeken enzovoort. Min of meer wat ‘The Wire' zo goed deed. (De setting van de film is gelijkaardig aan het vierde en beste seizoen van die reeks.) In plaats daarvan blijven schrijfster en regisseur de problemen aanvoeren, het ene na het andere, zodat alle subtiliteit en contextualisering verloren gaat. Waar we mee achterblijven, is een karikaturaal melodrama, dat probeert te scoren door extremen op te zoeken: overdonder het publiek met zoveel mogelijk miserie, en misschien dat het dan niet opvalt dat je over die miserie maar weinig te vertellen hebt. Het gevolg is dat de personages blijven steken op een frustrerend oppervlakkig niveau. Precious zelf is een apathische figuur, die weinig spreekt en schrik lijkt te hebben om anderen in de ogen te kijken. Ze spreekt monotoon en komt pas echt tot leven in haar fantasie. Alles dat we over haar moeten weten, wordt ons handig met de paplepel ingegeven via een opdringerige voice-over. Precious' moeder is echter veel problematischer - zij wordt de hele film lang afgebeeld als een onvoorstelbare feeks, van wie we geen idee hebben wat haar drijft of wat ze denkt. Pas tijdens de laatste (en verreweg beste) scène van de film krijgt actrice Mo'Nique een monoloog waarin een tip van de sluier wordt opgelicht, en we de indruk krijgen dat er (stel je voor) toch een echt mens schuilgaat achter de karikatuur die we bijna twee uur lang aan het werk hebben gezien. Maar tegen die tijd is het kalf verdronken. Paula Patton krijgt bedroevend weinig te doen als leerkrachte (buiten dan onder alle omstandigheden even engelachtig te blijven) en zelfs Mariah Carrey loopt even langs in een bijrolletje als medewerkster van de sociale bijstand. Carey vertoont zich hier zonder make-up, wat voor velen blijkbaar al genoeg is om van een "moedige rol" te spreken. In de praktijk is ze vooral verrassend omdat ze niet slecht is - let's face it, wie had ooit verwacht dat Carey minder dan irritant zou zijn in een film? Voeg daar nog enkele kitscherig in beeld gezette droomsequensen aan toe, en je hebt een film die reddeloos verzuipt in zijn eigen goede bedoelingen. Een weekendfilm met pretentie.
Door Dennis Van Dessel 04/03/2010 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (3) van anderen of geef uw mening
|