
Regie en scenario: Joann Sfar Met: Eric Elmosnino, Lucy Gordon, Laetitia Casta, Doug Jones, Anna Mouglalis e.a. 130 min. / F / 2010
Voor Digg*ers van: Serge Gainsbourg natuurlijk, Michel Gondry, The Science of Sleep en graphic novels Striptekenaar en debuterend regisseur Joann Sfar noemt ‘Gainsbourg, vie héroïque' op aandringen van de nabestaanden van Gainsbourg nadrukkelijk ‘un conte'. Het is dus geen klassieke biopic. Niet alles in deze film is waargebeurd, of zelfs realistisch. Het is een fantasierijk en flamboyant verslag dat de werkelijkheid overstijgt. Het sprookje: de kleine, schuchtere Lucien Ginsburg, volledig opgeslorpt in zijn eigen fantasiewereld, groeit uit tot de prins van de Franse muziek- en entertainmentindustrie van de jaren '70. Joann Sfar vertelt het leven van Serge Gainsbourg - de eeuwige schenenschopper - in een episodische structuur die vertrekt van zijn kindertijd in het Parijs van de jaren ‘40, om over zijn womanizer-periode vol poëzie, bloedmooie muzes en doorrookte chansons, tot het ietwat meelijwekkende verval van het icoon Gainsbarre eind jaren '80 te gaan. Verwacht echter geen volledig carrièreoverzicht. Sfar, grote fan van Serge Gainsbourg en eveneens zoon van joodse ouders, toont ons duidelijk zijn eigen visie op het leven van ‘la gueule'. Gainsbourgs filmcarrière wordt niet vermeld, evenmin als de opname van zijn magnum opus ‘Histoire de Melody Nelson' uit 1971. De hele film draait minder om muziek dan om nationaliteit en identiteit. Vooral de scène waar de kleine Lucien ten tijde van de Tweede Wereldoorlog zijn Jodenster gaat halen speelt een cruciale rol. Het lijkt alsof Joann Sfar eigenlijk een film over zichzelf wou maken door de nadruk te leggen op Gainsbourgs joodse achtergrond en passie voor tekenen en schilderen. Gepermitteerde ijdelheid? Een biografische film is natuurlijk nooit een objectief relaas van iemands leven. Sfar heeft die wetenschap in zijn voordeel gebruikt. Beter om meteen die façade neer te halen en ervoor uit te komen dat je een eigen semi-gefantaseerd fabeltje gaat vertellen en geen geschiedkundig correcte documentaire. Hij steekt het niet onder stoelen of banken: ‘Je voulais faire mon Gainsbourg'. Sfars fabel levert soms bizarre, surrealistische taferelen op. Zo is er het personage ‘La Gueule', vrij vertaald als Gainsbourgs Mr. Hyde. Een groot, sterk, maar ook monsterachtig lelijk alter ego - met gigantische neus en oren - dat de timide Lucien aanzet tot dingen die hij oorspronkelijk niet zou durven ondernemen. Alleen slaat het in dit geval niet op moorden, zoals bij Dr. Jekyll, maar op het versieren van vrouwelijk schoon. Sfar gebruik hiervoor geen computeranimaties, CGI of Avatar-toestanden, maar ouderweste animaties en een personage gemaakt van papier maché. Daardoor dringt de vergelijking met dat andere Franse wonderkind, Michel Gondry, zich op. Vooral in ‘The Science of Sleep' zagen we dat ook Gondry handig uit de voeten kan met wat pritt en karton. In plaats van een grote neus, had hij dan weer iets met reuzenhanden, een trucje dat hij ook al eens uitprobeerde in de clip Everlong van de Foo Fighters. In een tijdperk waar we bijna met geweld 3D-brilletjes op onze neus geklemd krijgen, werkt ook Gondry met papier maché, karton en plasticine om effecten te verkrijgen die vaak veel betoverender en ongetwijfeld verfrissender zijn dan de gemiddelde ‘Lord of The Rings' massascène. De visuele spielereien zijn amusant, maar blijven een beetje losstaan van het verhaal. In tegenstelling tot ‘The Science of Sleep’, waar droom en realiteit constant in elkaar overlopen en de geknutselde attributen en kartonnen decors een narratieve functie hebben, is die samensmelting hier minder geslaagd. Langs de ene kant heeft men geprobeerd de acteurs zo sterk mogelijk op de originele Gainsbourg, Bardot & co te laten lijken. Vervolgens loopt er een slungelig personage met een gigantisch papier maché hoofd over het scherm. Afzonderlijk allebei zeer geslaagd, maar de twee sporen – hyperrealistisch en fantasierijk – blijven de hele film naast elkaar lopen, zonder elkaar ooit op een gezamenlijk punt te ontmoeten. Charlotte Gainsbourg zou oorspronkelijk de rol van haar vader op zich nemen, maar haakte na 6 maanden af, omdat ze, niet geheel onbegrijpelijk, de ervaring te pijnlijk vond. Theateracteur Eric Elmosnino geeft - met behulp van wat extra neus en oren - zeer overtuigend gestalte aan Gainsbourg. De uiterlijke gelijkenissen zijn bijna onwaarschijnlijk. De geleverde acteerprestatie is zeer sterk, zeker voor iemand die er openlijk voor uitkomt absoluut geen fan te zijn van Gainsbourg. Ook Laetitia Casta brengt de jonge Brigitte Bardot op een zeer sterke manier weer tot leven, nog voor de oude dood is. Jane Birkin is ook nog niet dood, maar actrice Lucy Gordon - voor sommigen misschien bekend van ‘Perfume', ‘Spider-Man 3' of ‘Les Poupées Russes' - die na deze rol misschien eindelijk klaar was voor haar grote doorbraak, tragisch genoeg wel. Tijdens de postproductie van de film pleegde zij op 29-jarige leeftijd zelfmoord in haar appartement in Parijs. Uit de titel – vie héroïque - spreekt duidelijk Sfars liefde voor Serge Gainsbourg en zijn stille kinderdroom om later iemand zoals hij te worden. Erg kritisch is de film dus niet, maar dat pretendeert hij ook niet. Fans van Gainsbourg kunnen opgelucht ademhalen: de man wordt niet belachelijk gemaakt. Zelfs de periode waarin Gainsbourg een karikatuur van zichzelf was geworden, wordt positief benaderd. Beruchte televisieverschijningen waarin hij een biljet van 500 franc verbrandt of stomdronken ‘I want to fuck you’ zegt tegen Whitney Houston komen in de film niet aan bod. Geïnteresseerden kunnen YouTube checken… Hoe dan ook zal Mijnheer Gainsbourg, de eeuwige provocateur, blij zijn dat er bijna 19 jaar na zijn dood nog altijd over hem wordt gesproken.
Door Katleen Van den Bergh 11/02/2010 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (1) van anderen of geef uw mening
|