
Regie: Chris Columbus Scenario: Craig Titley Met: Logan Lerman, Alexandre Daddario, Brandon T. Jackson, Pierce Brosnan, Catherine Keener, Uma Thurman, Sean Bean, Steve Coogan e.a. 119 min. / USA / 2010 Voor Digg*ers van: 'Harry Potter' meets 'Troy' meets een lobotomie
Niet dat ik er rechtstreeks ervaring mee heb, maar ik heb het vermoeden dat iedereen die tegenwoordig een film gaat pitchen bij de grote Amerikaanse studio's, ogenblikkelijk de vraag "kunnen we hier een reeks van maken?" voor de voeten geworpen krijgt. Zo om de twee à drie maanden krijgen we immers wel een would-be franchise starter in de zalen - een prent (meestal gericht op tieners) die expliciet gemaakt is om een ‘Harry Potter'-achtige fanbasis te genereren, zodat er achteraf een schier eindeloze reeks sequels op gemaakt kan worden. Mochten al die startfilms ook effectief leiden tot een nieuwe serie, dan zouden we binnen dit en drie jaar leven in een filmlandschap dat, nog meer dan nu al het geval is, enkel nog bestaat uit vervolgen op rip-offs van vervolgen op films die gebaseerd zijn op vervolgen op fantasyboeken. Of zoiets (lees hem gerust twee keer, de zin klopt, hoor). Gelukkig hebben deze franchise starters nogal dikwijls de neiging om te floppen. ‘Narnia', ‘The Golden Compass' en nog niet zo lang geleden ‘Cirque du Freak' waren allemaal ofwel lichte teleurstellingen, ofwel simpelweg commerciële mislukkingen (om over het artistieke niveau nog maar te zwijgen). Chris Columbus, de man die zo'n tien jaar geleden de ‘Harry Potter'-films op gang trok, probeert nu dezelfde truc nog eens over met ‘Percy Jackson & the Olympians', een verfilming van het gelijknamige boek van Rick Riordan. Een boek waar op het moment van schrijven al vier vervolgen op bestaan. En nog een nest companion books. En een graphic novel. Enfin, u merkt al waar dit naartoe gaat. Percy Jackson (Logan Lerman) is een zeventienjarige jongen met de gebruikelijke problemen: dyslexie, adhd en een stiefvader die zich louter uitdrukt in sympathieke one-liners zoals: "Woman, get me more beer!" Dit laatste gesnauwd in de richting van Percy's moeder, gespeeld door Catherine Keener in triestige huisvrouw-modus. Zijn problemen worden er niet bepaald eenvoudiger op wanneer hij te weten komt dat hij eigenlijk het resultaat is van een nachtje rommelen tussen zijn mama en de Griekse zeegod Poseidon - de details van dat avontuurtje worden ons godzijdank bespaard, maar u mag gerust zelf een witz bedenken met het woord "nat" er in. Yup, Percy Jackson is een halfgod en wat meer is: hij wordt er meteen ook van verdacht de bliksemschicht van oppergod Zeus te hebben gestolen. Zeus kan daar bepaald niet mee lachen en dus is het nu aan Percy om zijn onschuld te bewijzen en de bliksem terug te vinden. Eerst maar het goede nieuws? Er zitten een paar knappe shots in ‘Percy Jackson'. Nee, echt. Zowel de onderwereld (die zich in Hollywood bevindt, ha-ha-ha) als de Olympus zijn indrukwekkend vormgegeven. Zo indrukwekkend zelfs, dat ik het jammer begon te vinden dat die irritante personages steeds in de weg liepen - ik wou het beeld stilzetten om op m'n gemakje naar de details van de CGI-landschappen te kijken, waarna het verder uitzitten van de film eigenlijk optioneel was. Ook bepaalde (zij het niet alle) actiescènes zijn oké: een confrontatie met een hydra (een soort driekoppig draak/slang-geval) is dan wel lichtjes gepikt uit de Disney-tekenfilm ‘Hercules', maar werkt wel. En hey, elke actiescène waarin de held rondvliegt op basketsloefkes met vleugels, verdient sowieso punten. Maar daar houdt het dan ook wel mee op. Het zal in dit geval vast verloren moeite zijn om te klagen over een simplistisch scenario, maar for the record: het verhaal is zelfs voor een kinderfilm wel erg flauw, en wordt dan nog aan de man gebracht met alle subtiliteit van een voorhamer op de schedel. Er is geen enkel plotpunt dat geen vier, vijf keer wordt uitgelegd, allicht opdat zelfs de grootste adhd-lijder in het publiek het gesnapt zou hebben. En de dialogen bestaan alweer uit die louter functionele teksten waar ze in hersendode Amerikaanse films het patent op hebben, genre: "Snel, we moeten naar Las Vegas gaan om daar een parel te vinden waarmee we naar de onderwereld kunnen reizen om mijn moeder te redden!" Met als repliek dan iets in de stijl van: "Oh nee, daar word ik nu wel bang van, hoor!" Enfin, je merkt het: uit het leven gegrepen, die dialogen. In dat opzicht is het misschien ook relevant om te vermelden dat in de boeken de personages maar twaalf jaar oud waren - in de film hebben ze dat verhoogd naar circa zestien, zeventien. Daar zijn twee redenen voor: ten eerste is het een pak makkelijker om met acteurs van een jaar of achttien te werken dan met kinderen. En ten tweede staat het je toe om een voor de hand liggende romantische subplot in je film te verwerken - want natùùrlijk heeft Percy tijdens zijn zoektocht naar de bliksemschicht van Zeus ook touche met een barely legal, edoch goed van oren en poten voorziene brunette. Wat dacht je dan? Nu goed, niet dat je me daarover hoort zeuren. De romance tussen de twee heeft eigenlijk niets in de film te zoeken, maar love interest Alexandra Daddario mag gezien worden. Wat nog iets anders is dan te zeggen dat ze ook kan acteren. De drie jongelui die de hoofdrollen voor hun rekening nemen (Logan Lerman als Percy, Brandon T. Jackson als de obligate "beste vriend" die moet dienen als komische sidekick en Daddario als excuustruus), kennen hun teksten mooi van buiten en slagen er in om niet recht in de camera te kijken en geen rekwisieten omver te lopen, maar dat is het dan ook wel zo'n beetje. Niet dat het scenario hen echt veel kans geeft om enig talent te verraden - dus laten we voor de aardigheid ons eindoordeel over hen maar even opschorten tot ze in een echte film zitten. In de bijrollen krijgen we een resem Hollywoodsterren als geassorteerde Griekse goden, die blijkbaar unaniem besloten hebben dat schaamteloos over de top gaan de enige mogelijke aanpak is. Pierce Brosnan loopt rond met een paardenkont als centaur maar geeft geen krimp - hij vertoont hier evenveel aplomb als in eender welke James Bondfilm. Uma Thurman speelt Medusa en loopt dan ook rond met het meest bizarre kapsel sinds Tom Hanks in ‘The Da Vinci Code', maar ook zij bewaart bij dat alles een uitgestreken gezicht. Steve Coogan amuseert zich te pletter als Hades, god van de onderwereld en rockster in 't diepst van zijn gedachten, en dan is er nog Sean Bean als Zeus, die er blijkbaar van overtuigd is dat hij nog steeds in ‘Lord of the Rings' rondloopt. ‘Percy Jackson' is, om kort te gaan, een bespottelijke film. Letterlijk: ik was niet de enige in het publiek die regelmatig met de slappe lach zat op momenten dat dit niet de bedoeling was. De prent bestaat uit 120 minuten schaamteloze product placement (vooral voor de iPod en All-Stars), onnozele plotwendingen en bizarre acteerprestaties. En zo willen ze er dus nog minstens vier maken. Laat ze dat niet toe en doe zoals bij ‘The Golden Compass': blijf thuis.
Door Dennis Van Dessel 07/02/2010 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (3) van anderen of geef uw mening
|