
Regie: Jean-Pierre Jeunet Scenario: Guillaume Laurent en Jean-Pierre Jeunet Met: Dany Boon, André Dussollier, Nicolas Marié, Dominique Pinon, Yolande Moreau e.a. 105 min. / F / 2009
Na zijn iets te ambitieuze sprong met het visueel aantrekkelijke, maar narratief pruttelende ‘Un long dimanche de fiancailles’, neemt Jean-Pierre Jeunet een paar bescheiden stapjes terug met het jommekesgetitelde ‘Micmacs à Tire-Larigot’ (vrij vertaald: gesjoemel en fratsen bij de vleet). De fantasierijke mooifilmer die ervoor zorgde dat iedereen boenk pataat verliefd werd op het guitige elfenkopje van Audrey Tautou, keert met het ondeugende ‘Micmacs’ terug naar zijn ‘Delicatessen’-roots en draaide een pretentieloze avonturenkomedie die zelden minder dan amusant durft worden, maar jammer genoeg ook nooit meer. Franse superster Dany Boon (die van Les Chti’s) speelt videotheekbediende Bazil, een brave loebas die tijdens een avonddienst een verdwaalde kogel van een schietpartij in zijn hoofd krijgt. Uit vrees voor zijn leven laten de dokters de boon in zijn hersenen zitten. Beteuterd en verweesd slentert Bazil langs de Parijse straten vooraleer hij door een bedelaar wordt opgevangen. Die neemt hem mee naar de micmacs, een kliek buitenbeentjes die zich schuilhouden in een ondergrondse gemeenschap. Samen met zijn nieuwe vrienden (onder ander Jeunet-smoel Dominque Pinon en Yolande ‘Séraphine’ Moreau) smeedt hij een plan om wraak te nemen op de wapenfabrikanten verantwoordelijk voor de kogel in zijn kop én de dood van zijn vader bij een ontmijning in Marokko zoveel jaar geleden. Iedereen die ‘Delicatessen’ heeft gezien, zal bij het aanschouwen van ‘Micmacs’ meer dan eens een bezoekje krijgen van de déjà-vu-elfjes op de schouders. Tijdens één kort, knipoogmomentje roepen zelfs in je oren. Jeunet keert terug naar een komedie op iets kleinere schaal, die bevolkt wordt door excentrieke personages, mild anarchistische humor en tal van eigenzinnige visuele vondsten. Vertrouwd terrein en je merkt dat Jeunet – die zowel de verfilming van ‘The Life of Pi’ als een nieuwe ‘Harry Potter’ liet schieten – zich zichtbaar amuseert met zijn speelse schavuitenkomedie. Vooral tijdens het eerste half uur lijkt ‘Micmacs’ goed op weg om de harten en lachspieren te veroveren. Bazils introductie is geweldig, de cinefiele spielereien tintelen magisch (die Max Steiner-muziek!) en visueel bevestigt Jeunet eens te meer waar zijn forte ligt. Met zijn typische warm kleurenpalet (nog steeds gedomineerd door melancholische sepia- en okertinten) heeft hij namelijk alweer een verrukkelijk oogstrelend filmpje in elkaar gebokst dat het allermooiste haalt uit zowel de fantasierijk gebricoleerde sets als de herkenbare Parijse locaties. Maar dat Jeunet mooie plaatjes kan maken wisten we ondertussen al (ook misbaksel ‘Alien: Resurrection’ was visueel dik in orde) en langzaam maar zeker wordt duidelijk dat ‘Micmacs’ weinig meer ambitie heeft dan te dienen als luchtig tussendoortje dat nooit verder raakt dan de veelbelovende ‘Delicatessen’ ontmoet ‘Amélie Poulain’-premisse. En zo raakt ‘Micmacs’ net iets te snel de magisch-realistische sprankel kwijt en beginnen de typische Jeunet-trekjes (enkel de ratelende, alle details overlopende voice-over ontbreekt) eerder vermoeiend dan betoverend te werken. De kliek excentriekelingen slagen er nooit in om uit hun typetjes-koekedoos te kruipen, de originele, maar omslachtige stings set-ups beginnen na een uur te vervelen en de wisselwerking tussen ouderwetse caper comedy en postmoderne zelfbewustheid (er hangen ‘Micmacs’-filmposters in de stad) loopt nogal stroef. Daarbovenop deponeert Jeunet ook nog eens een weinig subtiele aanklacht tegen de wapenhandelaars- en fabrikanten op de schoot van de kijker. Een boodschapje dat op geen enkel moment al te ernstig of relevant kan genomen worden gezien de onnozele toon van de film, ook al doet Jeunet zo hard zijn best tijdens de laatste minuten. Maar ook al heeft Jeunet soms moeite om zijn inhoud richting te geven en verdwijnen de beste visuele vondsten naar de achtergrond (check dat ronddansende kleedje van de uitvinder, mooiste detail van de film, waar natuurlijk helemaal niks mee wordt gedaan), toch kijkt ‘Micmacs’ gemakkelijk weg. De taalspelletjes en woordspelingen (die beeldspraak spuiende Remington is geweldig) zijn geinig, sommige scènes (de menselijke kanonskogel!) worden met veel schwung, stijl en creativiteit verkocht en ook Dany Boon verrast met een opvallend ingetogen vertolking. Waar hij in ‘Bienvenue chez les Chti’s’ duidelijk in het spoor van Louis de Funés zat, doet hij hier meer denken aan de komieken uit de jaren stillekes, genre Chaplin en Buster Keaton. Alleen jammer dat het scenario uiteindelijk niet zoveel interessants aanvangt met het personage. De romantische subplot is even geforceerd als de ledematen van de elastische meid waar Bazil een screwball-relatie mee aanknoopt en ook uit de fatalistische kogel in zijn kop wordt weinig tragikomisch potentieel gehaald. Gelukkig is er nog de immer geweldige Dominique Pinon die – zoals in alle Jeunet-films – met de meeste scènes gaat lopen. De man moet maar zijn onderkaak laten klakken en hij heeft al gewonnen. Love that guy! Neen, lichtgewicht ‘Micmacs à Tire-Larigot’ is geen slechte film en uiteindelijk valt er genoeg te gniffelen met Jeunets tempogedreven bric-à-brac-versie van een caper movie. Het is alleen jammer dat we het allemaal al eerder en zoveel beter uitgewerkt hebben gezien in het vroegere werk van de regisseur. Hoog tijd om eens te herbronnen, want als Jeunet nu al zo wanhopig moet recycleren uit zijn okergekleurde kronkels, dan is dat even alarmerend als triest.
Door Peter De Backer 02/11/2009 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (1) van anderen of geef uw mening
|