
Regie en scenario : Michael Haneke Met: Christian Friedel, Burghart Klaussner, Rainer Block, Ulrich Tukur, Susanne Lothar e.a. 144 min. / Oostenrijk-Duitsland / 2009 Woorden schieten te kort om de lofbetuigingen te omschrijven die Michael Haneke's jongste worp, ‘Das weisse Band', te beurt vielen. Het woord "meesterwerk" werd van stal gehaald, critici hadden het over een film die een "trance uitlokt die nog enkele dagen voortduurt" en zelfs over een prent die "je confronteert met jezelf". In Cannes ging Haneke met de Gouden Palm lopen en het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat andere prijzen volgen. En dan ga je dus naar die film kijken, met toch wel wat verwachtingen, en eerlijk, lieve mensen... de trance bleef uit, en ik had ook niet het gevoel dat ik in een duistere spiegel had gekeken om daar de zwarte kanten van mijn eigen menselijke ziel te ontdekken. Wat ik wel zag, was een bewonderenswaardige, intelligente, goed gemaakte, maar emotioneel ijs- en ijskoude verhandeling over hoe corrupte mannelijke leidersfiguren invloed uitoefenen op hun omgeving, en bovenal op hun kinderen. Een achtenswaardige film, allicht gemaakt om cinefielen en filosofiestudenten die zichzelf net iets te serieus nemen urenlang aan het discussiëren te krijgen. Laat ik het zo zeggen: ik heb ooit iemand ontmoet die voor een gezellig filmavondje met wat vrienden de film ‘Stalker' had geprogrammeerd, een bijna drie uur durend, aartsmoeilijk filosofisch Russisch drama van Andrei Tarkovsky. "Ze konden het niet zo waarderen," zei hij ietwat beteuterd, alsof hij dat hoegenaamd niet had zien aankomen. Ik vermoed dat die persoon nu ‘Das weisse Band' ronduit geniaal vindt. Het verhaal speelt zich af in een boerendorp ergens in het noorden van Duitsland, anno 1913. Een conservatieve, patriarchale samenleving waarvan de leiding in handen is van slechts enkele mannen: de baron (Ulrich Tukur), de dominee (Burghart Klaussner), de dokter (Rainer Block) enzovoort. Geen van die kerels loopt het gevaar binnenkort populariteitswedstrijden te winnen. Ze leiden hun gezinnen en de samenleving met ijzeren hand. De baron is in economisch opzicht heer en meester over het dorp: de meeste inwoners werken voor hem in wat een feodaal systeem lijkt. De dominee domineert de gemeenschap dan weer op moreel vlak, wat vooral tot uiting komt in de relatie met zijn kinderen. Hij is een wrede vader, die zijn oudste zoon met vastgebonden handen laat slapen om te vermijden dat hij zou masturberen en andere misstappen met een stevig pak slaag bestraft. De dokter heeft dan weer een mentaal gehandicapt kind verwekt bij zijn assistente en vroedvrouw (Susanne Lothar), en gedraagt zich tegen hen allebei even autoritair. In wat misschien wel de grofste scène in de film is, vertelt hij de vroedvrouw dat hij haar niet meer wil zien: "Ik heb al geprobeerd om aan andere vrouwen te denken als we vrijen, maar zelfs dat helpt niet meer. Ik walg van je. Waarom sterf je niet gewoon?" Wat overigens een samenvatting is - in de film maakt hij er een lange monoloog van hatelijkheid van. Dan beginnen er echter vreemde dingen te gebeuren in het dorp. Het paard van de dokter struikelt over een haast onzichtbare draad, wat de arts zwaar gewond achterlaat. Een schuur vliegt in brand. Eén van de kinderen van de baron verdwijnt enkele uren lang, om daarna gewond terug te keren. En ook het gehandicapte kind moet er aan geloven. De lokale schoolmeester (Christian Friedel) begint te vermoeden dat de kinderen van het dorp er voor iets tussenzitten. Vormelijk gaat Michael Haneke alweer even streng en sober te werk als altijd. We krijgen geen muziek, behalve wanneer één van de personages het zelf speelt, een klinisch aandoende cameravoering, met weinig beweging en veel afstandelijke wide shots, geen greintje humor, en een lijzig tempo. En om er toch maar helemaal zeker van te zijn dat de ernst van de film tot iedereen zou doordringen, filmt Haneke ditmaal ook in zwart-wit. Niet voor de eerste keer lijkt de regisseur hier in de eerste plaats een intellectueel discours op poten te willen zetten, waarin voor emoties eigenlijk geen plaats is. En dus gebruikt hij een extreem formele filmstijl, die de aandacht resoluut vestigt op de ideeën, de inhoud, in plaats van de gevoelens. Zelfs scènes die strikt genomen emotioneel hadden moéten zijn, blijven kil en afstandelijk aanvoelen. De schoolmeester beleeft een romance met een kindermeisje, maar zelfs hun liefdesverklaringen worden koeltjes geobserveerd, alsof Haneke wilt zeggen: "Kijk eens, is de mogelijkheid tot ontluikende liefde in deze repressieve, conservatieve sociale omgeving niet errug interessant?" De regisseur wil geen twee mensen tonen die verliefd zijn, hij wil hen en hun gevoelens analyseren. Hetzelfde gaat op wanneer de dominee zijn kinderen een wit lint om hun arm bindt - een symbool voor hun onschuld en zuiverheid, dat ze moeten dragen als herinnering aan het gedrag dat van hen verwacht wordt. We zien hier extreme mentale wreedheid van een ouder tegenover zijn huilende kinderen. Maar ik geloof niet dat we echt veronderstel worden daar ook iets bij te voelen. We dienen na te denken over wat het betekent, meer niet. ‘Das weisse Band' is typisch een film die je achteraf op dvd op je laptop bekijkt, zodat je ondertussen gemakkelijk nota's kunt nemen. Het is een metaforische, maar niettemin academisch aandoende verhandelingsfilm. Een verhandeling waarover? Zoals Haneke het zelf uitdrukt: "de wortels van het kwaad". De film toont een generatie kinderen die door de volwassenen hardhandig binnen een bepaald gedragspatroon worden gedwongen, wat gaandeweg een verschrikkelijke woede uitlokt - het soort woede dat kinderen vatbaar maakt voor fascistisch gedachtegoed. De Wereldoorlogen zijn dan, veronderstel ik, uitbarstingen van die opgekropte woede op globaal niveau. Boeiende ideeën? Ja hoor, en er valt (zeker op het vormelijk vlak) ook heel wat te bewonderen aan ‘Das weisse Band': de beeldvoering is dan wel ijzig koud, maar Haneke's mise-en-scène is kraakhelder. Zoals steeds heeft de regisseur een film gemaakt met een immens hoog IQ - want vergis je niet, die filosofiestudenten zullen hiermee aan de slag kunnen gaan! - en hij wordt ook gesteund door een sterke cast. Vooral de kinderen zijn indrukwekkend, met ingehouden vertolkingen die nergens de typische acteerschooltrucjes verraden die je vaak bij jonge acteurs ziet. Dat zit dus allemaal wel goed, maar het staat ten dienste van een ijspegel van een film - een prent die niet zozeer vertelt, als wel doceert. Het is moeilijk om een lijn te trekken in je waardering van dit soort ideeën-cinema. Films als Kubricks ‘2001' en onlangs nog Lars Von Triers ‘Antichrist' bestaan ook grotendeels omwille van hun intellectuele inhoud, veel meer dan hun personages of emoties, en daar was ik wél mee. In het geval van Haneke daarentegen, krijg ik het gevoel dat ik in handen ben van een koele professor die twee uur lang zijn personages bestudeert als muizen in een doolhof, die meestal de uitweg niet vinden. Waarna hij zijn handen opwerpt en, zonder er zich al te veel van te trekken, zegt: "Tja... 't is verloren." In interviews mag Haneke nog duizendmaal zeggen dat hij compassie heeft met zijn personages, in de film zelf voel ik daar absoluut niets van. Ik wil ‘Das weisse Band' geen slechte film noemen, want daarvoor is hij veel te knap gemaakt, maar mijn bewondering ervoor blijft evenzeer steken op het droge, theoretische niveau als de prent zelf. Ik vond het een goeie film zoals ik waarschijnlijk een thesis van een student sociologie goed zou kunnen vinden: je erkent dat het allemaal prima gedaan is, maar dat wilt nog niet zeggen dat je het met plezier hebt gelezen, of dat je het ooit nog een tweede keer zou willen ondergaan.
Door Dennis Van Dessel 26/10/2009 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (18) van anderen of geef uw mening
|