
Regie: Michael Mann Scenario: Ronan Bennett, Michael Mann en Ann Biderman Met: Johnny Depp, Christian Bale, Marion Cottilard, Billy Crudup, Stephen Graham e.a. 140 min. / VS / 2009
35 mm is zo aus. Althans dat is wat Michael Mann denkt. De meesterstilist die tijdens het draaien van ‘Ali’ begon te experimenteren met zijn geliefkoosde high definition-speeltjes heeft zich sinds ‘Collateral’ en dan vooral ‘Miami Vice’ voorgoed gesetteld tussen de korrelige shakycams en het hyperrealisme van het digitale camerawerk. Ook met ‘Public Enemies’, een gangsterdrama dat zich toespitst op het leven van de beruchte bankovervaller John Dillinger, gaat hij verder op hetzelfde elan en duwt hij nog net iets harder op de digitale knopjes. Het levert een obsessief gedetailleerde evocatie van de jaren dertig tijdens de Grote Depressie op, een thematische recyclage van ‘Heat’ en een gangsterprent die zo modern oogt dat het bijna anachronistisch aanvoelt. Ambitieus en gewaagd, maar geef ons toch maar de vintage mugs van James Cagney en collega-nozem. Chicago, de jaren dertig. Terwijl John Dillinger (Johnny Depp) en zijn bende de staat onveilig maken met hun bankovervallen, probeert het hoofd van de FBI, J. Edgar Hoover (Billy Crudup met een geinig accentje) de criminaliteit een halt toe te roepen. Onder leiding van de plichtsbewuste FBI-agent Melvin Purvis (Christian Bale) wordt een georganiseerde jacht geopend om een einde te maken aan de activiteiten van Dillinger en zijn handlangers. Maar volksheld Dillinger is slim, sluw en uitgekookt. Bovendien houdt hij zich meer bezig met het versieren van bevallige deernes zoals Billie Frechette (Marion Cotillard) in plaats van zich zorgen te maken over de steeds harder wordende hand van de wet. Of zoals hij het zelf zo charmant verwoordt: ‘We're having too good a time today. We ain't thinking about tomorrow.’ ‘Public Enemies’ is een eigenaardig beestje dat opvalt tussen het voorspelbare zomerblockbustervoer. Een big budget Hollywoodfilm met twee supersterren in de hoofdrollen die vanop een afstandje niks minder lijkt dan een zwierige gangsterfilm vol actie, romantiek en epiek. En hoewel Mann de shootouts naar goede gewoonte oorverdovend laat knallen (man, die tommy guns waren luid) en opvallend romantisch uit de hoek komt (‘Public Enemies’ is bovenal een love story) is zijn postmoderne misdaadfilm géén commerciële film geworden. De actie is schaars en begint even abrupt als ze eindigt, de afstandelijke aanpak van het bronmateriaal (het uitgebreide non-fictiewerk ‘Public Enemies: America's Greatest Crime Wave and the Birth of the FBI, 1933–34’) wordt grotendeels overgenomen en visueel gaat Mann eerder voor een arthouselook dan een blockbusterverpakking. Allemaal dingen waarmee ‘Public Enemies’ zich onderscheidt, maar dat levert niet noodzakelijk een betere en boeiendere filmervaring op. Om te beginnen wil Michael Mann te veel dingen tegelijk vertellen. ‘Public Enemies’ moet zowel het waargebeurde als geromantiseerde relaas van Dillinger (de mythe) zijn, met als extraatje het intimistisch portret van zijn relatie met Billie Frechette. Daartussen krijgen we ook nog eens een glimp van de geboorte van de FBI en in het bijzonder de niet al te koosjere technieken (de war on terror was toen nog de war on crime) die het Bureau inzette. En alsof de hutsepot nog niet genoeg overkookt, onderneemt Mann ook nog eens een poging om het gangstergenre revisionistisch door de mangel te halen, met zijn digitale shots als grootste hulpmiddel. Dat zijn allemaal interessante elementen, maar Mann slaagt er niet in om die verschillende facetten op een evenwichtige manier samen te ballen tot een geheel. Zo wordt het kat- en muisspel dramatisch verwaarloosd, mist de romance emotionele diepgang en blijft Mann te oppervlakkig om iets betekenisvol te zeggen over de activiteiten van de gangsters en de werking van FBI. ‘Public Enemies’ pretendeert belangrijke dingen te vertellen (de links naar het heden zijn weinig subtiel), maar blijft door zijn inhoudelijke vlakheid te vaak hangen bij een onderkoelde gangsterprent die weinig betrokkenheid veroorzaakt. En omdat de hele santeboetiek met de digitale lens wordt gefilmd zit het visueel ook niet helemaal lekker. Ja, de urgentie en het dicht-op-de-huid-gevoel stijgt, maar Manns uitgekiende mise-en-scène kwam stukken beter uit de verf met een ouderwetse 35 mm-camera. Donkere scènes worden soms wel erg donker (de shootout in het bos), terwijl de detailscherpte en het hyperrealisme ironisch genoeg net een fake gevoel creëren. Je ziet de schmink net niet blinken op de voorhoofden van de acteurs, de kledij lijkt rechtstreeks van de stomerij van de kostuumafdeling te komen en in plaats van dichter bij de personages te staan, krijg je vooral het gevoel dat je dichter bij de acteurs op de set bent. Op die manier wordt ‘Public Enemies’ een frustrerende film. Inhoudelijk omdat er zo weinig met zo veel gedoe verteld wordt en ook visueel, omdat het met 35mm allemaal zoveel sfeervoller en eleganter zou zijn om naar te kijken. Nu is ‘Public Enemies’ een te zelfbewust experiment dat meer gemeen heeft met ‘The Good German’ van Soderbergh dan met een gangsterklassiekers als ‘Bonnie and Clyde’ en ‘The Untouchables’. Er zitten een paar knappe scènes in (de break-in/break-out aan het begin en de sterk opgebouwde finale zijn blijvers), maar nergens stijgt ‘Public Enemies’ boven de som van zijn delen uit. Al een geluk dat Captain Sparrow er nog is. De man moet het deze keer doen zonder excentrieke trekken en het is een verademing om hem nog eens een sobere rol te zien spelen. Veel diepgang krijgt Dillinger niet ('I like baseball, movies, good clothes, whiskey, fast cars... and you. What else you need to know?), maar Depp is charismatisch genoeg om die zwakte te camoufleren. Dan is Christian Bale stukken minder interessant als de saaie FBI-agent Melvin Purvis waarvan de motivatie zich beperkt tot ‘ik moet de slechte pakken, want ik ben de goeie’. Franse poulain Marion Cotillard doet op haar beurt dan weer haar best om de film van een kloppend hart te voorzien, maar ze wordt te vaak gehinderd door haar moedertaal en de corny dialogen. Los van het feit of je fan bent van Manns digitale revolutie, blijft ‘Public Enemies’ een inhoudelijk koele, vlakke en rommelige film die al snel door de mand valt als een zoveelste ‘cops and robbers’-gangsterprent. Een goeie Depp, een paar intens rondvliegende blauwe bonen en die paar sublieme digitale shots (de rondhangende mist en silhouetten in het bos) zijn niet genoeg om de ambities van het nooit meeslepende ‘Public Enemies’ waar te maken. En het moet gezegd, de baby face Nelson die koeien afknalt in ‘O Brother Where Art Thou?’ is stukken cooler dan de fletse Nelson die we hier te zien krijgen.
Door Peter De Backer 27/07/2009 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (11) van anderen of geef uw mening
|