
Regie en scenario: Nina Paley Met stemmen van: Manish Acharya, Sanjiv Jhaveri, Bhavana Nagulapally, Reena Shah, e.a. 82 min. / VS / 2008
Elk jaar sluipt er wel eentje in de programmatie van het filmfestival Gent: zo'n klein, onbekend en onbemind schitterend diamantje van een film, een staaltje originaliteit dat ook onder de noemer kunstwerkje gekooid kan worden. Vorig jaar deed de zwart-wit stomme film ‘La Antena' onze mond nog eens openvallen van verbazing, dit jaar speelt qua originaliteit de animatiefilm ‘Sita Sings the Blues' van Nina Paley op één been alle concurrentie naar huis. Er is maar één probleem: de film buiten het festivalcircuit te zien krijgen, wordt moeilijk. Een commerciële release is namelijk zo goed als uitgesloten. Er is een probleem met rechten op de melancholische liedjes van jazzy jaren 20 zangeres Annette Hanshaw die Paley in ‘Sita' verwerkte. Vervloek Sabam en consoorten en verban ze naar een afgelegen bos vol vieze trollen en eenogige paarse vleermuisbeesten, want ‘Sita' verdient een groot publiek. De vijf Digg-sterren zullen aan de situatie wellicht geen muggepuut kunnen veranderen, maar een hart onder riem is dit absoluut: dit is een must-see voor wie nog eens van kop tot sierlijke enkels betoverd wil worden. Ze zeggen dat écht gelukkig zijn de doodsteek is voor een artiest. Het is pas wanneer je dingen mee hebt gemaakt, dat je ook echt iets te vertellen hebt. Nina Paley is er het levende bewijs van: na haar pijnlijke echtscheiding (haar man verhuisde naar India en maakte het uit per e-mail, aw!), stond ze op het punt om zelfmoord te plegen, tot ze in een duistere muziekwinkel de catchy plaat van Annette Hanshaw ontdekte, er eensklaps verliefd op werd en besloot om in de plaats toch maar een animatiefilm te maken rond de veelbetekenende liedjes. De inspiratie voor het verhaal haalde ze bij de ‘Ramayana', een bekende Indische epische vertelling over de stoere god Rama en zijn bloedmooie vrouw Sita. Vooral met Sita voelt Nina een innige verwantschap: deze überromantische godin is gek op haar goddelijke bink en heeft er alles voor over om haar liefde voor hem te bewijzen. Zelfs wanneer hij twijfelt aan haar zuiverheid, nadat ze ontvoerd is door de demon Ravana, blijft ze zich als een eindeloos toegewijde, trouwe vrouw gedragen. Machteloos toekijken is het enige dat ze kan doen. In een Engels met een grappig Indisch accent vertellen drie schaduwpoppen zowel Nina's verhaal als dat van Sita en haar blues. De drie geven een moderne kijk op het eeuwenoude sprookje en leveren met een fris gevoel voor humor ironische commentaar op de complexiteit (hoeveel vrouwen had die god nu precies? En hoeveel zonen hadden ze elk?), de soms ver te zoeken logica (moesten er nu echt zoveel doden vallen om Sita te redden?) of zelfs contradicties van het verhaal (Sita had toch alles achtergelaten, vanwaar kwamen dan al die juwelen?). Ook in haar visuele stijl legt Nina voldoende humor om alles luchtig te houden en haar kijkers met genoeg snoepgoed te verwennen. Wat naast de humoristische toon het meest verfrissend is aan ‘Sita' is dat Nina Paley verschillende tekenstijlen door elkaar gebruikt om het verhaal te vertellen. Voor haar eigen persoonlijke verhaal gebruikt ze rudimentair geschetste personages in de squigglevision techniek (beelden die nerveus heen en weer trillen), wat een vrij eenvoudige en universele mood uitstraalt. Voor de fragmenten uit de Ramayana mixt ze erop los: in de stukken met citaten uit de Ramayana worden Sita en Rama afgebeeld als vrij traditioneel geschilderde karakters in profiel (die grappig genoeg ook alleen in profiel voortbewegen) in de 18de eeuwse Rajput schilderstijl. In het inleidende gedeelte mag dan weer alles schitteren dat kan blinken, terwijl de drie silhouetten die alles aan elkaar praten hun opmerkingen illustreren met grappige knip- en plakwerkjes van prentjes van goden in een stijl die herinneringen oproept aan de animatie van Monty Python's Flying Circus of de 'vetzakken' uit het Peulengaleis. De musicalintermezzo's zijn het mooist van allemaal: in een felgekleurde, ronde regenbooganimatie krijgen we ditmaal een Sita die eruitziet als een kruising tussen Betty Boop (de boezem, de spastisch knipperende oogjes, de sexy uitstraling, dat waggelende pasje), de onschuld en filmische dramatisering van een Marilyn Monroe en de buikdansheupen van een Bollywooddiva. Vooral met de zwoele, maar honingzoete jazzy stem van Annette Hanshaw, komt Sita volkomen tot leven als de ultieme aanhangster van de eeuwige liefde en zingt ze haar dromerige buien van zich af in liedjes met een beeldspraak die er zich perfect toe leent om door Sita uitgebeeld te worden. Van gebroken harten, een prins die letterlijk bevriest van frigiditeit over koddige danschoreografieën tot Sita die blue is en ook letterlijk blauw wordt: de liedjes zijn gewoon prachtig, zowel de krakende-platenstem als de manier waarop Sita de deuntjes in haar magische wereldje ten beste geeft. De aap die met zijn staart het rijk in brand steekt (en het beeld van kleur doet veranderen), de negenkoppige vijand of de god die letterlijk met zijn ingewanden muziek maakt, de pauwenplatenspeler... Nina Paley bezit een ongelooflijke verbeeldingskracht en energie om ideeën in een energetische, exploderende beeldenmoes te gieten. ‘Sita Sings the Blues' is een heerlijke mix tussen oude tragedie en moderne komedie, een fantastische prestatie van Nina Paley, die op de muziek en de stemmen na, alles zelf deed. Haar one woman show is zodanig geslaagd, dat we stiekem blij zijn dat haar man haar gedumpt heeft. ‘Sita Sings the Blues' fladdert als een vrolijk en kleurrijk vlindertje op ons af, doet onze beentjes wippen en ons neusje krullen van genot: een regenboogmusical met aan het einde een potje met gouden herinneringen. Fieeew...
Door Barbara Van Ransbeeck 15/10/2008 - categorie : movie - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
  Dit artikel heeft nog geen reacties. Klik hier om uw mening te geven. 
|