Digg*

http://www.digg.be


Christian Kleine: Real Ghosts



City Centre Office, 2004

De dag dat ik als knaap van negen bijna gewurgd werd door een (Duits) vriendje, ben ik me gaan interesseren in geschiedenis. Het is van toen dat ik besefte dat niet alle mensen broeders waren en dat er – niet zover van ons landje – een volkje woonde dat haar buurlanden niet steeds even vriendelijk bejegende. Het leverde me jarenlang een Duitsland-complex op. Het heeft me er ook jarenlang van weerhouden me te interesseren voor muziek die van bij onze oosterburen kwam (al hadden vooral The Scorpions, Modern Talking, Udo Jürgens en Boney M. daar veel schuld aan). Dat veranderde toen ik via het uitstekende ‘Krautrocksampler’-boek van Julian Cope de Duitste experimentele muziek leerde kennen, me vervolgens stortte op de Neue Welle en ten slotte elektronica.
Eén van de belangrijkste figuren in dat genre is Christian Kleine. Hij is bekend van zijn samenwerking met Thaddeus Herrmann (samen vormen ze het duo, u raadt het nooit, Herrmann & Kleine), maar ook solo liet hij zich in het verleden opmerken met twee verrukkelijke werkjes vol melodische elektronica ‘Beyond Repair’ en ‘Valis’, die hem een plaatsje opleverden in de platenkast van menig liefhebber van intelligent dance music in het algemeen en van het Morr-label in het bijzonder.
En vandaag is er dus ‘Real Ghosts’, het derde werkstuk van Kleine himself. Overduidelijk is dat hij op deze cd wil bewijzen dat hij niet alleen met zijn PowerBook, maar ook met een gitaar uit de voeten kan. Hij bewees dit al in het verleden, op ‘Tides’ van Aravone, maar ook op deze langspeler laat hij horen dat hij beter is dan de gemiddelde kampvuurtokkelaar. De kern van de songs is nog steeds elektronisch, maar wat hij rond zijn liedjes drapeert, is vaak opvallend organisch. Zo gebeurt het dat nummers heel zacht beginnen, een warm Rhodes-wolkje hier, een gezellig knetterend ‘clickje’ of ‘cutje’ daar, en hop, denk je, we zijn weer vertrokken voor een aangename reis door enkele prachtige soundscapes of elektronische wiegeliedjes. Niet dus. In plaats van de songs rustig te laten voortkabbelen tot ze uitmonden in een volgend riviertje, gooit Kleine er ten gepaste tijde een geut gitaar, drum, bas of harmonica tegenaan.
Het resultaat mag er wezen. Geen rimpelloze vijvertjes meer, maar een bijwijlen ontstuimige zee, met hoog opspattende wolken. De plaat begint erg rustig, met de kale intro van ‘Home’, een nummer dat echter al gauw openbarst als een rijpe zweer die blijft kloppen op het ritme van de beat. In ‘Stations’ drijven donkere synth-wolken boven ons hoofd, die meteen worden weggeblazen door een beest van een baspartij. De titel van track drie ‘Like the Clouds, Like the Sky’ linken we met plezier aan het gezegde “What’s in a name?, want in nummer vier (‘Ghostwriting’) is daar plots die wilde gitaar, die Sonic Youth-gewijs langs alle uithoeken van zijn homestudio scheurt. Na dit nummer keert de rust heel even terug in ‘R Last’ en ‘Handsome Used’. ‘Shifts of Wood’ is ongetwijfeld één van onze favoriete tracks, en niet alleen omdat hij verdomd hard gelijkt op iets van Boards of Canada.
Op dat moment heeft Kleine allang gewonnen spel en mochten er voor mijn part nog drie onnozele, mottige deunen à la Alphaville op de plaat staan, de buit is toch al binnen. Onze vriend doet er echter nog een serieuze klets bovenop en diept met ‘That’s Why You Came’, ‘Tastetouch’ en ‘Disappearing Objects’ nog drie paarlen op uit zijn soundpool. In dat laatste nummer maakt hij de luisteraar er nog maar eens attent op dat de relatie met zijn gitaar er duidelijk één is van slaan en zalven. Op sommige nummers geselt hij het instrument zoals een Amerikaanse militair omgaat met de gevangen in Abu Graib, in het dromerige, stemmige ‘Disappearing Objects’ beroert hij de zes snaren met zachte hand, alsof het een nest pasgeboren puppy’s is.

Geschreven door: Markus Niementhaler {profjoost at digg.be} 27/08/2004