 |

Rough Trade, 2010. Konkurrent
Voor Digg*ers van: minimal, ambient, clicks ’n cuts, bleeps en found sounds.
Voor sampleartiesten ligt de inspiratie overal voor het grijpen. Waar Four Tet voor z’n fantastische nieuwe plaat vooral in da club toefde, trok Hendrik Weber met z’n laptop naar de Zwitserse Alpen. En u raadt het al: onder z’n nom de plume Pantha Du Prince scheert ook deze Duitse techneut hoge toppen. Op ‘Black Noise’ grossiert Weber in pastelkleurige klankschilderijen die bulken van de details. Minimal techno klonk nooit subtieler, maximaler én diepmenselijker. Ganz toll!
Weber trok zich meerbepaald terug in Schuttwald Atzmännig-Swiss, de plaats waar een Zwitsers dorpje in 1816 door een aardverschuiving van de kaart verdween. De melancholische klankenknipper liet zich inspireren door de verschrikkelijke schoonheid van die plek en de conceptuele insteek voor het album was snel gevonden. Black noise is namelijk de geluidsfrequentie die valt waar te nemen voor een grote natuurramp, een onhoorbaar zuchtje vóór Moeder Aarde in toorn ontsteekt. Weber stouwde z’n apparatuur vol field recordings, en die opnames vormen de ziel en de polsslag van ‘Black Noise’.
Wees echter gerust, Pantha du Prince vervalt nergens in new age-geneuzel. Tussen die omgevingsgeluiden smokkelt Weber namelijk een karrenvracht beats, clicks ’n cuts, bleeps en andere knisperende ear candy, evenwel zonder aan weidsheid in te boeten. De hemelse klanken zweven hypnotiserend rond het verhaal achter de plaat, als elektronen rond een atoom. Met z’n aanpak balt Pantha du Prince vakkundig enkele decennia elektronische muziek samen: ‘Black Noise’ refereert immers zowel aan de ambient van Eno en het minimalisme van Kraftwerk als aan de filmische dubstep van Burial of de minimal techno van The Field.
Door z’n fascinatie voor found sounds profileert Pantha du Prince zich meer als Mensch dan als Maschine. ‘Black Noise’ lijkt dan ook wel een muzikale natuurdocumentaire die gemaakt is met spitstechnologische snufjes. De plaat begint erg ijl en fragiel met atmosferische tracks als ‘Lay In A Shimmer’ en ‘The Splendour’, alsof Ellen Allien een set draait op een IJslandse gletsjer. Nummer per nummer daalt Weber echter af naar broeieriger terrein. In ‘A Nomads Retreat’ lijden de beats voor een keertje niet aan hartritmestoornissen en met de verwrongen baslijntjes in ‘Behind The Stars’ schuifelt Weber zelfs in de richting van Nathan Fake.
Het is dan ook fascinerend om te horen hoe Weber uit die zinnenprikkelende mini-universa van klanken toch tamelijk rechtlijnige composities weet te distilleren. Neem nu ‘Stick To My Side’: krakende beats, milde ruis, beiaardklokken en strijkers strijken zachtjes tegen de oorhaartjes in, maar niettemin is het een glasheldere popsong. Daar is de zweverige zang van Panda Bear natuurlijk niet vreemd aan. Of het aan Valgeir Sigurdsson refererende ‘Welt Am Draht’: ijl als een heliumballon, maar aardse, tribale percussie laat de song niet te ver wegzweven.
Als James Holden en Nathan Fake eerder abstracte expressionisten zijn, dan is Pantha du Prince een poëtische impressionist. Sfeer haalt het van emotie en de gelaagde texturen bedwelmen en betoveren. Denk aan het meest ingetogen werk van Aphex Twin dat door de louterende laptop van Trentemöller wordt gejaagd. 2010 is alweer een fonkelende elektronica-diamant rijker. Waar gaat dat eindigen?
www.panthaduprince.com www.myspace.com/panthaduprince
Door Steven Vervaet 15/03/2010 - categorie : music - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
  Dit artikel heeft nog geen reacties. Klik hier om uw mening te geven. 
|