 |

Dead Oceans, 2009
Voor Digg*ers van: experimentele roots.
Een van de grootste dooddoeners die gebezigd worden door derderangs BV’s of plat commerciële muzikanten is de uitdrukking ‘het eigen ding doen’. Wat ze dan uiteraard niet doen, want dat zou hun publiek niet pikken. Maar er zijn ook bands waar bovenstaande boutade voor geschapen lijkt, meer zelfs, hun publiek verwacht dat ook van hen. Zo’n band is Califone: eigenzinnig, avontuurlijk, maar niet meteen makers van music for the masses.
Nochtans zijn de invloeden van Califone genres die de laatste tijd terug een plaats op de kaart veroverd hebben, nadat ze jaren in de vergeetput staken: country, folk, oude blues. Maar de popgevoeligheid waarbij een resem indiebands de afgelopen tijd scoorden met die genres heeft Califone niet, de band leunt eerder aan bij de meer puur rootsgeörienteerde versie van de bovenvermelde genres.
Aan de andere kant is de experimenteerdrift van Califone dan weer een stap te ver voor hardcore rootsfanaat. De voortdurende stoorzenders - feedback, tussengeluiden, alsof meerdere songs zich een weg naar buiten proberen te banen door de boxen - maakt dat hun muziek niet de meest toegankelijke is. Maar het is net die eigenzinnigheid, die avontuurlijkheid, die Califone zo’n interessante band maakt.
Met ‘Quicksand / Cradlesnakes’, ‘Heron King Blues’ en ‘Roots & Crowns’, hebben ze drie must have albums op hun conto staan. En laat dat nu net het probleem zijn van deze ‘All My Friends Are Funeral Singers’: het is een goed album, maar het haalt net niet het niveau van de bovenvermelde titels.
Toch staat er voldoende lekkers op deze plaat: titelsong ‘Funeral Singers’ is de primus van de klas en zou in een perfecte wereld zelfs hitgevoeligheid toegedicht kunnen krijgen met zijn uitmuntende refrein. ‘Polish Girls’ en de hortende tribale folkblues van ‘Ape-like’ zijn knappe nummers, die typerende zijn voor de band. ‘Bunuel’ is een verassende countryrocksong, die schippert tussen Neil Young en Built To Spill.
Tegenover de goede songs staan de songs die wat te veel voortkabbelen. Ze hebben wel de typische rammelende en krakende sound van Califone, maar ergens lijken ze de scherpte voor doel te missen: net dat tikje meer ontbreekt, of de band speelde op eerdere platen al betere gelijkaardige songs. ‘Giving Away The Bride’ opent de plaat al meteen matig: te lang, te weinig goede ideeën. In hetzelfde bed ziek zijn ‘1928’, ‘Evidence’ en ‘Alice Marble Grey’: geen echt slechte nummers, maar ze bieden weinig meerwaarde.
‘All My Friends Are Funeral Singers’ is dus een plaat met ups en downs. De ups zijn gelukkig wel van zeer goede makelij, de downs zijn geen absolute dieptepunten maar eerder wat mindere momenten. Dit is niet Califone in absolute topvorm, al valt dit album ook onmogelijk een slechte plaat te noemen.
www.califonemusic.com www.myspace.com/califonemusic
Door Kristof Gielen 01/02/2010 - categorie : music - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
  Dit artikel heeft nog geen reacties. Klik hier om uw mening te geven. 
|