 |

Island, 2009
Op schijnbaar eindeloos lange stelten paradeerde Florence Welsh dit jaar de muziekindustrie binnen. Gelauwerd door pers en collega’s was ze nog voor de release van haar debuutalbum ‘Lungs’ voorbestemd om meteen naar de top van het firmament te schieten en aldus geschiedde. Natuurlijk is daar een schaduwkant aan: na de snelle opstoot beschouwen sommigen haar plaat een half jaar na de release als het meest overschatte werk van 2009. Digg* velt het eindoordeel.
Welsh werkt haar songs tot in de puntjes af, laat daar geen discussie over bestaan. Doorbraaksingle ‘Rabbit heart (Raise it up)’ biedt droompop met een indrukwekkende stembeheersing, barok in het ritmespel en de vele intertekstuele verwijzingen (Alice in Wonderland, koning Midas, met wat doordenken zelfs The Matrix) zonder daarbij de essentie van de song te verliezen. Het nummer toonde zich bovendien opmerkelijk multifunctioneel: de tekst biedt stof tot nadenken in introspectieve buien, de muziek is dansvoer bij extase.
‘Lungs’ is vrij van rustpunten – elk nummer heeft tientallen hoekjes en kantjes – maar voelt toch niet overladen aan. Een intense beleving dekt de lading beter. De plaat zwerft over de genregrenzen heen en geeft aan elke invloed een eigen twist: sixties punkrock (‘Kiss with a fist’), Renaissance-R’n’B (‘Dog days are over’), percussiepop met koorintermezzo’s (‘Drumming song’), … De lyrics vullen deze muzikale inventiviteit verder aan en creëren per song een eigen wereldje, soms vol sprookjesachtige elementen (“I took the stars from our eyes and then I made a map, and I knew that somehow I could find my way back” – ‘Cosmic love’), maar soms ook heel eenvoudig en pijnlijk herkenbaar (“I’m going out, I’m gonna drink myself to death, and in the crowd, I see you with someone else. I brace myself, ‘cause I know it’s going to hurt but I like to think that these things can’t get any worse” – ‘Hurricane drunk’). Welsh beschrijft doorheen de dertien tracks zonder schroom verschillende kantjes van haar persoonlijkheid, soms met een beangstigend realisme – wij slikten toch even bij de vastberadenheid waarmee ze in ‘Girl with one eye’ een amoureuze concurrente tot éénoog reduceert).
Het samenspel van al deze factoren maakt dat de hoogvliegers van ‘Lungs’ van song tot ervaring uitgroeien. Vanuit de duistere krochten van de onderbuik borrelt ‘Blinding’ op om met een voelbare hartslag open te barsten en doorheen te aders te razen. ‘Howl’ klinkt zowaar nog krachtiger: een adrenalinestoot die tot de kern van de passie reikt: het gevoel waarbij je uit brandend verlangen je lief zou kunnen openrijten als ware je een weerwolf bij volle maan. Een viscerale ervaring, een synthese van een vurige vrijpartij in drie minuten tijd, die nazindert als het beste orgasme.
Hier en daar hoor je een noot Kate Nash (‘I’m not calling you a liar’, ‘Kiss with a fist’), maar Florence steekt haar concurrente op alle vlakken voorbij: qua vocaal register, maar ook op het vlak van inleving, originaliteit, … De versie van ‘You’ve got the love’ bewijst dit eigen karakter nog het best: het nummer dat al talloze keren geremixt en gecoverd is, klinkt opnieuw even fris als het origineel en 100% als Florence and the Machine.
Ja, Florence Welsh wordt opmerkelijk snel tot de groten gerekend, maar zoveel pracht verdient niet anders. Met een visitekaartje als ‘Lungs’ graveerde ze zich aan het einde van het decennium meteen in het register van de noughties en dat is een kwestie van talent in plaats van hype.
http://florenceandthemachine.net
Door Tom De Moor 29/12/2009 - categorie : music - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
  Dit artikel heeft nog geen reacties. Klik hier om uw mening te geven. 
|