 |

Sickroom, 2007 Konkurrent
Voor Digg*ers van: Shellac, nijdige postpunk.
Als noeste producer- en mix-arbeid een royaal pensioen zou opleveren, dan wreef Steve Albini zich nu ongetwijfeld al met een kapitalistische grijns om de lippen in de handen. Zijn studio heeft ondertussen meer de allure van een duiventil, maar bijna al de bands die hij onderdak verleende, kenden een snelle vlucht naar artistiek en soms ook commercieel succes. Onlangs zette de man nog de laatste louterende pelgrimstocht van Om op een geluidsdrager en nu is de minder meditatieve tweede plaat van Bear Claw aan de beurt. Beide bands scheppen hun muzikale universum met louter bas en drums, maar in tegenstelling tot de in gebeden verzonken monniken Chris Hakius en Al Cisneros, schuwt dit Amerikaanse trio de geselroede niet. Tijdens het verorberen van ‘Slow Speed: Deep Owls’ zal dan ook geen contemplatieve trance over u neerdalen, maar uw rug zal omgevormd worden tot een ruw landschap van bloederige striemen. Met hun loden sound speelt Bear Claw een sarcastisch spel tussen pijn en verlossing dat in liefhebbers van gemene postpunk en lage bas-kopstoten gewillige slachtoffers zal vinden.
Naast Steve Albini werkte ook Bob Weston mee aan de productie van deze plaat. Beiden vormen de gitaartandem van Shellac en dat de sound van Bear Claw besmet lijkt met de bezeten waanzin van hondsdolheid hoeft dan ook niet te verwonderen. Het enige verschil met het Amerikaanse noiserock-trio schuilt in de instrumentatie. Bear Claw speelt met twee basgitaren en daardoor klinkt hun sound iets botter dan de glimmende degens van de drie musketiers van Shellac. Daardoor haalt Bear Claw niet de furieuze snelheid van de Italiaanse windhond op Shellacs laatste album, maar ‘Slow Speed: Deep Owls’ is een nog meer dan fitte labrador die eveneens zonder omkijken naar de halsslagader vliegt en met dichtgeschroefde kaken z’n prooi geen kans geeft. Wat Bear Claw mist aan originaliteit, maakt het Amerikaanse trio goed met schuimbekkende agressie die de luisteraar in een houdgreep houdt.
Het titelnummer en tevens opener van de plaat laat nochtans nog de illusie aan de luisteraar dat vluchten een optie is. De bassnaren worden gestreeld en spinnen als een voldane kater die afgelopen nacht een recordaantal muizen naar binnen heeft gespeeld. De snare-roffel van ‘Short But Sweet’ maakt echter onmiddellijk duidelijk dat die ingetogen proloog slechts uiterlijke schijn was. De twee basgitaren vechten om een been, maar de strijd is zo gemeen dat Rich Fessler ondanks zijn interventies van woeste parlando er niet mee weg durft te lopen. In ‘Distant Apology’ preekt hij de gitaarpartijen echter wel naar hun hok. De man klinkt als het schizofrene kleine broertje van Steve Albini die een einde wil maken aan zijn positie in de schaduw. Beiden zijn geen grote zangers, maar hun urgentie verdoezelt een gebrek aan zangtechnische capaciteiten. Wanneer Fessler tijdens ‘Slippage’ het speeksel van z’n mondhoeken veegt en een normale zangstem uit z’n rauw geschreeuwde strot probeert te halen, klinkt het resultaat dan ook ronduit banaal, alsof Tom Araya van Slayer zich aan een falsetto waagt. Ook ‘By Popular Demand’ wordt op die manier om zeep geholpen.
Het mag duidelijk zijn: Bear Claw is op z’n best wanneer het zweet en het bloed van de instrumenten druipen. De band levert de soundtrack bij de minder vertederende momenten uit natuurdocumentaires waarbij gevoelige zielen hun ogen dichtknijpen. Liet de grizzly op de platen van Tomàn zich nog betrappen op vredelievende momenten en gracieuze bewegingen, dan breekt het exemplaar op deze plaat lomp de ruggengraat van de luisteraar. ‘Embrace’ is dan ook een erg ironische titel voor een song die weinig genade kent. Fessler prevelt soms afwezig zijn teksten, maar de hard/zacht-dynamiek is zo bloeddorstig als Dracula op een streng dieet.
In een cynische bui zouden we stellen dat Bear Claw weinig meer is dan een Shellac-coverband die zich daarenboven beperkt tot de minder straffe songs van Steve Albini en co. Bovendien duurt de plaat ook een paar nummers te lang, waardoor zelfs dit gevecht op leven en dood naar het einde toe begint te vervelen. Toch blijft de kale, botte sound van ‘Slow Speed: Deep Owls’ bij momenten onweerstaanbaar en liefhebbers van baslijnen die onzacht met elkaar in aanraking komen, zullen likkebaardend genieten. Enkel te consumeren door ruwe bolsters!
http://www.myspace.com/bearclaw
Door Steven Vervaet 26/12/2007 - categorie : music - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
  Dit artikel heeft nog geen reacties. Klik hier om uw mening te geven. 
|