 |

Parlophone, 2007 EMI
Voor Digg*ers van: sharp dressed men, heerlijke droefheid.
Interpol wordt vaak in één adem genoemd met Editors en – durven we ons te wagen aan wat ondertussen dé gemeenplaats der Interpol-besprekingen aan het worden is – met Joy Division. De vergelijking met deze laatste maakt niet iedereen gelukkig. Wie Joy Division nog steeds op handen draagt en geen enkele andere band in datzelfde vaarwater duldt, laat meestal niet na aan te geven dat wat Interpol doet weinig origineel is. Anderen echter zijn gelukkig dat er erfgenamen als Editors en Interpol zijn, die de fakkel hebben overgenomen nadat de dood van de betreurde Ian Curtis ook het einde van de groep betekende. En tot deze laatste gelukzalige gelukkigen mag u ons gerust rekenen.
2002 was het jaar van de doorbraak voor Interpol, met hun eerste album Turn On the Bright Lights. Ondanks de eerder vermelde dissers die de band hun schatplichtigheid aan Joy Division verweten, slaagde de band uit New York erin met deze eerste plaat een stevige schare fans achter zich te verzamelen. En terecht! Het is immers niet elke Amerikaanse band gegeven om zich een - van oorsprong toch eerder - Europese sound op zulke overtuigende manier eigen te maken. Twee jaar later zette het in maatpak getooide viertal verder op dezelfde koers. Antics werd uitgebracht en opnieuw rees postpunk uit zijn as, en dit zonder ook maar enige toegeving aan de heersende trends en what’s hot and what’s not. En al was Interpols tweede volgens sommigen te veel een replica van zijn voorganger, werd ook dit aldoor velen de hemel in geprezen. Nadien werd het even stil rond de band. Heel stil zelfs: geen drumslag, geen trillende gitaarsnaar, … Niets! Geen woord! Tot er in 2006 hier en daar geruchten de ronde deden dat de band op splitten zou staan. Geruchten die bovendien leken bevestigd te worden wanneer drummer Sam Fogarino samen met Adam Franklin van Swervedriver een nieuwe band oprichtte. Maar, zoals dat nog al eens gebeurt met geruchten, worden die hier en nu ontkracht. Want hier in onze handen en onze oren ligt de nieuwe Interpol-plaat: ‘Our Love To Admire’.
En wat een plaat! Ze vult de stilte die er heeft geheerst met heerlijke galmende gitaarakkoorden, kurkdroge drums, een zinderende stem en vooral ook meanderende melancholie. Ja, u hoort het al, wij zijn helemaal voor ‘Our Love To Admire’ gewonnen. Meer dan op de vorige albums hebben we het gevoel dat Interpol er niet alleen perfect in slaagt de postpunk meester te zijn, maar het geheel weet te hullen in een hedendaagse jasje. Of was het een maatpak? Eerste single ‘The Heinrich Maneuver’ is een sterke song met een strakke gitaar, al even strakke drums en de lyrics van Paul Banks die ons inmiddels al erg bekend in de oren klinken: “How are things on the west coast?”. Maar wij zijn toch meer te vinden voor ‘Pioneer To The Falls’, dat het album opent met zijn keyboards en een mysterieuze gitaar. Een kalme song, beladen met gevoel en duisternis die samen een betoverend atmosfeer creëren.
Soms lijkt de gitaar van Interpol recht uit een aride scène van een spaghettiwestern ontsnapt te zijn. Zo verzengend heet en koel tegelijk. Luister bijvoorbeeld naar de beginklanken van het overigens prachtige ‘Scale’ of de eindklanken van ‘The Lighthouse’. ‘Pace is the Trick’ is een pareltje van weemoed, overgoten met enkele liters nostalgie en badend in een grauwe sfeer van grootstedelijke berusting en industriële resignatie. Een song die bij ons in de eerste seconden enig vraagtekens deed rijzen is ‘Mammoth’. Fans zullen het ons niet in dank afnemen, maar heel even herinnerden ze ons aan Snow Patrol. Maar geen nood, want enkele seconden later laat Interpol er geen twijfel over bestaan dat zij trouw blijven aan zichzelf en hun sombere klanken. ‘The Lighthouse’ doet heel on-Interpols aan. Het is een nogal experimentele track, met een zacht zingende Banks. In een bijna-parlando sleept hij de luisteraar de jaren tachtig terug in. Qua klank misschien een vreemde eend in de bijt, maar wat in droefenis gehuld mysterie betreft, hoeft dit nummer zeker niet onder te doen voor de rest van het album.
Bij momenten klinkt ‘Our Love To Admire’ zelfs hitchcockiaans. Het vervult je met een enorm ‘stilte voor de storm’-gevoel. Maar eerst en vooral blijft dit een plaat vol duisternis die somberder is dan de donkerste New Yorkse riool. Het is een album dat in je geest blijft rondsluimeren, sluipen en nagalmen…als een rat in diezelfde sewer.
Door Catherine Eygenraam 15/07/2007 - categorie : music - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
 Lees de reacties (2) van anderen of geef uw mening
|