 |

Stilll, 2007 PIAS
Wie zich niet uit zijn of haar lood liet slaan door de vogeltrek van Akron/Family of de uit de zoo ontsnapte beesten van Animal Collective kan met Babils verder afdalen in het woud van dierlijke intuïtie en bestiale onvoorspelbaarheid. Op ‘The Joint Between’ lopen geen horden zebra’s of kuddes gnoes je deur plat, de zompige jazzgrooves, hiphopbeats en psychedelische zotternijen fungeren eerder als het modderbad waarin de Afrikaanse ‘Big Five’ gretig liggen te rollen. Dit Brusselse collectief klinkt als de soundtrack bij de horrorfilm over olifanten die Hitchcock is vergeten te maken. Van opzwepende fusionjams waarin je net niet vertrappeld wordt tot dreigende soundscapes die de ivoren slagtand tergend traag door je ingewanden duwen: ‘The Joint Between’ vereist participatie van de luisteraar om zich te laten opjagen als grof wild, maar wie enigszins thuis is in het oerwoud van jachtige jazz, instrumentale hiphop en modderige funk zal zich deze avontuurlijke trip niet beklagen.
Wie hield van de nerveuze jazzpassages op ‘Kid A’ van Radiohead, zal aan ‘The Joint Between’ een vette kluif hebben. Net als de Oxfordse genieën heeft Babils een boon voor de bevreemding van wiskundige fouten (herinner u het openingsnummer van ‘Hail To The Thief’) en ‘2=3’ roept dan ook erg expliciet de sfeer van ‘The National Anthem’ op. Een vette bas manoeuvreert als een zwaantje tussen de auto’s en laat daarbij een verkeersopstopping van samples, gemartelde koperblazers en dreigende noise achter zich.
De tandem van mentale mist, stress en nijd die iedereen naar het handschoenkastje doet grijpen om elkaar de kop in te schieten, vinden we ook terug in ‘Procrasti’, ‘Psychopapat’ en ‘Hommes Eléphants’. In dat laatste nummer proberen Ornette Coleman, DJ Shadow en Amon Tobin elkaar met huid en haar op te vreten en het resultaat is een moerassige jam en muzikale joint waarbij het heerlijk verdwalen is in het bos van de eigen gedachten.
Naast het hallucinogene eclecticisme van de aan freejazz verwante jams wil Babils de luisteraar ook hypnotiseren met lang aanslepende klanktapijten en daar vergaloppeert het combo zich. ‘Quelqu’un Ecoute Dans La Pièce A Côté’ wil een hypnotiserend licht zijn dat je langs een spiraaltrap meevoert naar de kelders van Babils’ muzikale universum, maar het nummer trekt zich als een gewond hert tergend traag voort en verenigt het saaiste van The Mars Volta en de ep’s van Battles. Ook ‘Dent De Sagesse’ is even slaapverwekkend als de werkzaamheden van een anesthesist, maar in ‘Coca Hygiénique’ herpakt Babils zich gelukkig met een soundscape waarin jazzecho’s en bezwerende klanken ons bij de les houden in de jungle van de band.
Voor velen zal ‘The Joint Between’ volledig uitzitten een even zware opdracht zijn als met een leger olifanten over de Alpen trekken, maar de Hannibals die de trip aandurven, zullen het zich zeker niet beklagen. Babils duwt de luisteraar bij momenten dan wel freejazz-onzin en pretentieus geneuzel door de strot, maar op hun beste momenten is hun psychedelische draaikolk van eclectische fusionwaanzin roesopwekkender dan een dagje coffeeshopping over de grens met onze noorderburen. Voor de durvers!
Door Steven Vervaet 31/05/2007 - categorie : music - 
verstuur dit artikel aan een vriend    Share on Facebook
  Dit artikel heeft nog geen reacties. Klik hier om uw mening te geven. 
|